Zorgwekkende tegenstrijdigheid: ouderen als oplossing of als probleem?

Onderzoek naar ervaringen met ouderenbeleid laat een zorgwekkende tweeslachtigheid zien. Ouderen die langer thuis wonen en zelfredzaam zijn, worden gezien als potentiële krachtbron in de verouderende samenleving. Ouderen die dat niet kunnen, worden als probleem gezien.

Het huidige ouderenbeleid is erop gericht om de sterke vergrijzing van de Nederlandse samenleving in de komende decennia het hoofd te bieden. Zo worden ouderen gestimuleerd om tijdig maatregelen te treffen om zo lang mogelijk thuis te kunnen blijven wonen. Ook wordt van hen verwacht dat zij zelfredzaam zijn: zij regelen hun zaken zoveel mogelijk zelf zonder tussenkomst van professionals. Verder is het de bedoeling dat zij, ook als ze ouder worden, verbonden blijven met anderen en mantelzorgtaken vervullen daar waar nodig.

Waarden, drijfveren en dilemma’s

Voor deze beleidskoers valt veel te zeggen, gelet op de grote vergrijzingsgolf met een hoogtepunt in 2040. Tegelijkertijd roept dit beleid ook vragen en gevoelens op bij ouderen en andere betrokkenen. Om te onderzoeken of overheidsbeleid ‘het goede’ doet, hebben wij onderzoek gedaan naar waarden, drijfveren en dilemma’s met betrekking tot langer thuiswonen van ouderen. Daarvoor hebben wij overheidsdocumenten en rapporten van adviesraden geanalyseerd en hebben wij reflectieve dialogen gehouden met opleiders van een hogeschool, met beleidsmakers van gemeenten, met zorgmedewerkers en met ouderen zelf (Den Hertog et al., 2025).

Ouderen hebben het gevoel dat ze slechts meetellen als ze blijven presteren

Het beeld van het ouderenbeleid dat in die dialogen ontstond, vertoont veel ambivalentie. Willen we alle ouderen recht doen, dan moeten we met drie dingen rekening houden: de doorwerking van het meritocratische gedachtegoed in de samenleving, de verschillende beelden bij zelfredzaamheid en het verlangen van ouderen naar betekenisvolle verbinding.

  1. Meritocratisch perspectief

Beleid gericht op langer thuiswonen gaat uit van en is gericht op energieke ouderen. Dat kan waardevol zijn voor ouderen en voor de samenleving, maar er blijkt ook een andere kant aan te zitten: ouderen geven aan moe te zijn, verlies te ervaren, minder te kunnen. Ouderen hebben het gevoel zich ook op hoge leeftijd nog verdienstelijk te moeten maken voor de samenleving, alsof ze slechts meetellen als ze blijven presteren. Dat is welbeschouwd een meritocratisch perspectief op ouder worden (Biewinga, 2025; Van Putten en Van der Zee, 2025).

Juist ouderen kunnen bijdragen aan het vertragen van onze hypernerveuze samenleving

Over de meritocratie leven in de samenleving steeds meer zorgen (RVS 2025). Uit onderzoek blijkt dat dit voor jongeren en werkenden al als tiranniek geldt, hoe zou het dan voor ouderen zijn? Beleid loopt hier het risico onvoldoende recht te doen aan processen die bij het ouderworden horen. Ook loopt beleid het risico om met druk op ouderen prestatiedruk in de bredere samenleving te versterken in plaats van te verminderen. Juist ouderen kunnen vanuit het proces van acceptatie van wie ze zijn geworden, bijdragen aan het vertragen van onze hypernerveuze samenleving (Abma, 2025).

  1. Verschillende beelden bij zelfredzaamheid

Daarnaast ontdekten we dat ouderen en beleidsmakers in gemeenten heel verschillende beelden hebben bij zelfredzaamheid. Voor ouderen betekent zelfredzaamheid onder andere zo lang mogelijk een beroep doen op professionals en hun kinderen niet belasten. Zij spreken liever over zelfstandigheid: ze kunnen zelf over hun zaken nadenken en beslissen, maar niet meer alles zelf doen. En precies dat laatste wordt wel door professionals en door de gemeente verwacht. Gemeenten zetten in op het trainen van zelfredzaamheid, zoals het volgen van trainingen in digitale vaardigheden door ouderen, zodat ze juist minder afhankelijk zijn van professionals.

Zorgprofessionals zijn bezorgd over eenzaamheid bij ouderen als gevolg van te veel nadruk op zelfredzaamheid

Op hun beurt zien de zorgprofessionals hun functie veranderen door de nadruk op zelfredzaamheid. Dat begrijpen ze, maar zelfredzaamheid heeft volgens hen ook een grens. Ze zijn bezorgd over eenzaamheid die ouderen kunnen ervaren als gevolg van te veel nadruk op zelfredzaamheid. Meer aandacht voor de botsende beelden bij en negatieve gevolgen van zelfredzaamheid is daarom nodig.

Een aandachtspunt daarbij is de impliciete veronderstelling dat ouderworden in grote mate maakbaar zou zijn. Diverse adviesrapporten wijzen terecht op het gezegde dat ouder worden ‘met gebreken komt’. Het roept de vraag op of het eindeloos bevorderen van zelfredzaamheid tot op hoge leeftijd niet op gespannen voet staat met een natuurlijk levensverloop. Kortom, hoe komen we voorbij aan de ‘heilige graal’ van zelfredzaamheid van ouderen?

  1. Verlangen van betekenisvol verbonden zijn

Ouderen in de reflectieve dialogen vragen zich af welke betekenis ze nog hebben in de samenleving. Ze merken op dat er nauwelijks aandacht is voor hun inbreng, hun levenservaring en hun aandeel in de opbouw van onze samenleving. Bovendien neemt bij het ouder worden het verlangen naar verbondenheid toe (RVS, 2020). In de praktijk is dat echter steeds moeilijker: eigen kinderen, als die er zijn, wonen vaker ver weg, werken en hebben hun eigen gezin. Bovendien valt het buurtnetwerk vaak uiteen omdat deze mantelzorgers ook ouder worden of wegvallen.

Zie knelpunten als aanknopingspunten om de (morele) kwaliteit en legitimiteit van het ouderenbeleid te verbeteren

Ouderen en zorgprofessionals brengen naar voren dat het ervaren van een ‘voltooid leven’ een gespreksonderwerp is als de ouderdom voelbaar wordt (Van Wijngaarden, 2016). De verzuchting om van betekenis te zijn is niet instrumenteel van aard. Het gehoord willen worden is geen roep om inspraak in beleid. Het laat zich beter begrijpen als een existentiële verzuchting, als een verlangen naar ‘resonantie’ (Rosa, 2016), om als mens een stem te krijgen die weerklank vindt.

Knellend beleid

Het meritocratisch perspectief, de botsende beelden over zelfredzaamheid en het verlangen naar betekenisvolle verbinding laten zien waar beleid gericht op langer thuiswonen van ouderen knelt. Ouderen zijn inderdaad een potentiële krachtbron in de samenleving (Linders et al., 2023), maar als het leven niet meer vanzelf gaat, zijn zij dan een probleem? Dit is de keerzijde van de huidige beheersopgave. Een overheid en samenleving die ‘het goede’ willen doen, zien de knelpunten als aanknopingspunten om de (morele) kwaliteit en legitimiteit van het ouderenbeleid te verbeteren.

Ria den Hertog, Geert Jan Spijker en Robert van Putten zijn respectievelijk hoofddocent-onderzoeker, docent-onderzoeker en lector aan de Christelijke Hogeschool Ede. Dit onderzoek hebben zij uitgevoerd vanuit de Werkplaats Sociaal Domein Gelderse Vallei.

 

Foto: Yaruslav Shuraev via Pexels.com