Verbetering jeugdzorg mogelijk, de moedeloze Jeugdautoriteit ten spijt

De Jeugdautoriteit ziet verbetering van de jeugdzorg door betere samenwerking niet langer tot stand komen. Emeritus-hoogleraar Harrie Verbon stelt dat betere jeugdzorg begint met het omarmen van een minder naïef mensbeeld.

In haar recent gepubliceerde rapport De stand van de jeugdzorg 2025 (JA-rapport) kijkt de Jeugdautoriteit terug op tien jaar decentralisatie van de jeugdzorg. De media besteedden veel aandacht aan de problemen die in het rapport werden opgesomd. Opmerkelijk, omdat dezelfde problemen ook al in de Hervormingagenda Jeugd van juni 2023 stonden.

Zelf stelt de toezichthouder dat tegengestelde belangen het bereiken van consensus bemoeilijken

Je zou kunnen concluderen dat de voortdurende problemen een bewijs zijn voor het falen van de Jeugdautoriteit. Maar dat is wellicht te gemakkelijk. Zelf stelt de toezichthouder dat tegengestelde belangen het bereiken van consensus bemoeilijken.

Over de rapportage van vorig jaar concludeerde ik dat de Jeugdautoriteit er een naïef mensbeeld op nahield. Ze had samenwerking tussen alle betrokken partijen aanbevolen als oplossing voor de problemen van de jeugdzorg. Het lijkt er nu op dat de Jeugdautoriteit zelf niet meer gelooft dat die samenwerking ooit van de grond komt.

Licht versus zwaar

Neem het onderscheid tussen lichte en zware zorg. In het huidige rapport staat dat er volgens de Jeugdautoriteit sprake lijkt te zijn van overbehandeling van lichte zorgvragen. De oplossing zou dan toch eenvoudig moeten zijn. Bereken lagere tarieven voor lichte zorg, of stel de invoering van een eigen risico, of een eigen bijdrage voor. Omdat ook de hogere inkomens veel jeugdhulp gebruiken, kunnen die eigen betalingen inkomensafhankelijk zijn.

Maar, wie durft te schrijven over lichte versus zware zorg, of de financiering ervan, vindt behandelaren tegenover zich die beweren dat er helemaal geen lichte zorg bestaat. Van de jeugdzorg moet je afblijven, vinden zij. Alle gegeven zorg is zwaar, noodzakelijk en effectief.

Effectiviteit

Over de effectiviteit schrijft het JA-rapport ook het een en ander. De Jeugdautoriteit beschrijft dat jongeren steeds langer behandeld worden. Een mogelijke oorzaak zou kunnen zijn dat er behandelingen worden toegepast waarvan niet bekend is of die effectief zijn.

In Nederland menen deskundigen dat gemeenten zich onvoldoende afvragen of de hulp die zij inzetten, werkt.

Bijzonder hoogleraar Veerkrachtig Opgroeien aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam Levi van Dam bespreekt in zijn oratie meerdere (internationale) onderzoeken die alle concluderen dat de effecten van psychotherapie in de afgelopen vijftig jaar niet noemenswaardig zijn verbeterd. In Nederland menen deskundigen, zoals bijzonder hoogleraar Wetenschappelijk onderbouwde jeugdzorg en onderwijs aan de Erasmus Universiteit Rotterdam Annemiek Harder, dat gemeenten zich onvoldoende afvragen of de hulp die zij inzetten, werkt.

Marktwerking

Een ander controversieel thema dat in het JA-rapport wordt besproken, is marktwerking. Op een echte markt moeten bedrijven goede waar leveren tegen een concurrerende prijs – anders verliezen ze klanten. Ze moeten ook kostenefficiënt zijn, anders gaan ze failliet. Zo werkt het echter niet in de jeugdzorg.

Gemeenten zouden commerciële zorgbedrijven kunnen ‘onteigenen’

Een belangrijke reden daarvoor is dat de zorgvrager niet de goed geïnformeerde consument uit de theorie is. Zorgvragers zijn vaak niet in staat weloverwogen keuzes te maken. Er kan hoogstens in beperkte zin sprake zijn van marktwerking als de aanbieders met elkaar moeten concurreren om een contract met gemeente of regio. De gemeente treedt dan namens de zorgvrager op om een zo hoog mogelijke kwaliteit tegen een zo gunstig mogelijke prijs te krijgen. Het JA-rapport noemt dat selectieve inkoop. Het merendeel van de gemeenten koopt echter jeugdhulp in via niet-selectieve inkoop. Open house is daar een voorbeeld van. Bij open house wordt iedere aanbieder geaccepteerd die aan een aantal minimumvoorwaarden voldoet. Er is dan geen sprake van marktwerking. De kwaliteit van voorzieningen is bijgevolg niet gegarandeerd.

Alternatief

Is er een alternatief voor de gemankeerde marktwerking in de jeugdzorg? Jazeker, gemeenten zouden commerciële zorgbedrijven kunnen ‘onteigenen.’ De zorgondernemers mogen de zorg wel naar hun eigen inzicht blijven organiseren, maar staan overigens onder rechtstreeks gezag van gemeenten. Zij krijgen een looninkomen en zijn niet vrij met geld in de zorgonderneming te schuiven.

Er is een parallel met de discussie of medische specialisten in loondienst bij het ziekenhuis moeten. Huisarts en auteur Danka Stuijver schrijft in haar boek Dit kost ons de zorg dat het weinig uitmaakt of specialisten in loondienst zijn, of niet. Waar het eerder om gaat is of er perverse prikkels bestaan die tot onwenselijke resultaten leiden. Bij de jeugdzorg zijn er diverse perverse prikkels werkzaam, bijvoorbeeld dat het geven van lichte zorg voor aanbieders in meerdere opzichten aantrekkelijker is dan het geven van zware zorg.

Hoe verder?

Dit derde JA-rapport is tevens het laatste, de Jeugdautoriteit gaat namelijk op in de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Ofschoon het werk van de Jeugdautoriteit daarmee niet voorbij is, lijkt het wel of ze geen oplossingen meer ziet voor de jeugdzorg. Ze schrijft dat ‘een eenvoudige oplossing niet voorhanden is. Er spelen veel vraagstukken, op verschillende niveaus. En er zijn ontzettend veel actoren, belangen en lokale verschillen’.

Het kan toch niet onmogelijk zijn om vormen van zelfverrijking bij zorgbedrijven op het spoor te komen

De onmacht druipt ervan af. Voor de drie hier behandelde onderwerpen uit het JA-rapport zijn echter wel oplossingen mogelijk. Gelet op haar nieuwe taken in de jeugdzorg kan de NZa bijvoorbeeld een duidelijk overzicht publiceren van wat ze onder lichte en wat onder zware zorg verstaat en wanneer lichte en wanneer zware zorg kan worden gegeven. Ook kan de NZa er bij gemeenten op aandringen helder inzicht te geven in de effectiviteit van de jeugdzorg. Dit zou vooral bij de lichte zorg moeten.

Tenslotte, marktwerking in de jeugdzorg maakt malversaties door kwaadwillende zorgbedrijven eenvoudig. De NZa is verantwoordelijk voor de financiële transparantie. Daarom heeft ze de bevoegdheid de financiële stukken van de zorgaanbieders te doorgronden. Het kan toch niet onmogelijk zijn om vormen van zelfverrijking bij zorgbedrijven op het spoor te komen. Overnames, verkoop van zorgbedrijven, verandering van organisatiestructuur en dergelijke, verdienen speciale aandacht.

Harrie Verbon is emeritus-hoogleraar aan Tilburg University en lid van de Rekenkamer in Midden-Brabant

 

Foto: Atlantic Ambience via Pexels.com