Apps die zich aanbieden als vriend, geliefde of therapeut zoals Replika, Character.AI, CrushonAI of Evy zijn wereldwijd al miljoenen keren gedownload. Het tijdschrift Harvard Business Review gaf aan dat van alle typen AI, de categorie therapie- en gezelschapsapps in 2025 zelfs het meest gebruikt wordt.
Liever virtueel dan echt
De sociale AI-systemen waarover we het hier hebben, slagen erin menselijke conversaties, stemmen, afbeeldingen en emoties te simuleren. Ze lijken levensecht, alsof de gebruikers ervan met een mens communiceren. Dat gevoel wordt versterkt doordat gebruikers het uiterlijk en type van de bot of avatar binnen een bepaalde bandbreedte naar wens en behoeften kunnen vormgeven. De bot onthoudt en analyseert wat de gebruiker leuk vindt. Het leidt tot innige mens-machine relaties, waarbij gebruikers aangeven hun virtuele gesprekspartner te prefereren boven echte vrienden.
Een AI-metgezel simuleert slechts betrokkenheid en empathie
De omarming van deze kunstmatige metgezel markeert een verschuiving in onze interacties met AI-systemen van functioneel naar intiem. Waar we gewend zijn dat technologie onze relaties medieert, gaan we nu een relatie met de technologie zelf aan. Dat heeft niet alleen gevolgen voor het individu, maar ook voor hoe we samenleven.
Een AI-metgezel simuleert slechts betrokkenheid en empathie. Daarin ligt ook meteen zijn aantrekkingskracht, aldus socioloog Sherry Turkle. Systemen zijn altijd beschikbaar en oordelen niet.
Menselijke imperfecties worden langzaamaan als lastige bugs gezien – waar je ook zónder kunt
Ze bieden een gevoel van intimiteit zonder het lastige, menselijke drama. Alles wat een menselijke relatie eigen is – meningsverschillen, kritiek, of de angst dat iemand je verlaat – hoef je niet te vrezen in de virtuele relatie.
Menselijke imperfecties worden langzaamaan als lastige bugs gezien – waar je ook zónder kunt. Het frictieloze contact devalueert dat wat ons tot mens maakt. De zorg bestaat dat we op de lange termijn alleen nog maar in de eigen opvattingen worden bevestigd en dat de tolerantie voor anderen navenant afneemt. Terwijl tolerantie juist een essentieel element is voor een pluriforme en democratische samenleving.
Zorgen over waardigheid
Voor het dialoogprogramma Digitale Toekomst is het Rathenau Instituut in gesprek gegaan met ruim tweehonderd deelnemers op verschillende plekken in Nederland. De vraag die wij hen voorlegden, was hoe zij te midden van de opkomende technologieën een wenselijke toekomst op het gebied van sociale relaties voor zich zien.
Als steeds meer mensen zich wenden tot AI-metgezellen, voelen we ons dan nog betrokken bij elkaar?
Uit de gesprekken komen vier zorgen naar voren:
- Invloed op welzijn en autonomie: eenzaamheid, verslaving, vervreemding en afhankelijkheid
Mensen maken zich zorgen over wat het gebruik van AI-metgezellen op langere termijn doet met het mentaal welzijn en kwaliteit van leven van gebruikers.
- Invloed op naastenliefde, verbinding, betrokkenheid en vertrouwen
Als steeds meer mensen zich wenden tot AI-metgezellen, voelen we ons dan nog betrokken bij elkaar? Wat betekent dat voor sociale verbindingen?
- Invloed op ontwikkeling van sociale vaardigheden
Verliezen we het vermogen om ons te verhouden met andersdenkenden, ruzie te maken, de ruzie weer bij te leggen, en om op een onbekende af te stappen? De respondenten zien in hun omgeving deze vaardigheden afnemen.
- Invloed op authenticiteit, eerlijkheid, gelijkwaardigheid en respect
Een echte vriend of partner geeft tegengas, heeft een eigen mening, en gaat op een respectvolle manier in gesprek over elkaars verschillen, vinden deelnemers. Omdat een chatbot geen emoties heeft, kan er in hun ogen geen sprake zijn van een wederkerige en gelijkwaardige relatie, ook niet als mensen eenzaam zijn of andere redenen hebben om te kiezen voor een virtuele vriend.
Het ontwerp van sociale AI stelt individuele vrijheden als autonomie, welzijn en ontplooiing op de proef
De vier zojuist genoemde punten vatten we samen als zorg over de menselijke waardigheid, zowel in haar individuele als collectieve dimensie. Tot nu toe ligt rondom digitale technologie, en bijbehorend digitaliseringsbeleid, de nadruk op de individuele dimensie: het beschermen van individuele vrijheden, zoals autonomie, zelfbeschikking en persoonlijke ontplooiing. Het ontwerp van sociale AI stelt individuele vrijheden als autonomie, welzijn en persoonlijke ontplooiing op de proef.
Maar steeds belangrijker wordt de collectieve dimensie, waarbij AI onze menselijke waardigheid als zodanig op het spel zet. Het gaat hier om de bescherming van hetgeen ons mens maakt. In de context van AI, big data en big tech noemt jurist en filosoof Britta Van Beers bijvoorbeeld de beïnvloeding van menselijk gedrag door de hoeveelheid informatie die bedrijven hebben - instrumentalisering - en het gebruik van menselijk leven en data als grondstof voor een wereldwijde industrie- commodificatie.
Met de toenemende populariteit van AI-metgezellen zien we er nog een aspect bijkomen: het risico van uitholling van onze betrokkenheid op elkaar en ons vermogen tot sociale verbinding.
Waardigheid onder druk
De populariteit van de AI-metgezel laat zien dat technologie niet in een vacuüm ontstaat. Zijn aantrekkingskracht wijst op bredere maatschappelijke spanningen: groeiende eenzaamheid, prestatiedruk, onzekerheid en sociale fragmentatie. In een samenleving waarin tijd en aandacht schaars zijn, en sociale verbanden verzwakken, is het niet gek dat mensen worden verleid door een altijd beschikbare digitale gesprekspartner.
Daarmee is de grote en groeiende populariteit van de sociale AI niet alleen een bedreiging voor menselijke waardigheid, maar ook een symptoom. Wie de risico’s van ‘sociale’ AI serieus wil nemen, moet verder kijken dan verantwoord ontwerp en gebruik ervan en oog hebben voor de maatschappelijke voedingsbodem waarin deze technologie gedijt.
Europa ziet AI als essentieel voor een weerbare en welvarende samenleving. De AI-metgezel ondermijnt deze juist. Een toekomstbestendige, weerbare en democratische samenleving vraagt om versterking van het sociaal weefsel. Oftewel, investeren in verantwoorde technologie kan niet zonder investeren in de samenleving.
Linda Kool is onderzoekscoördinator Digitalisering. Marit de Jong is onderzoeker. Willemine Willems leidt het dialoogprogramma Digitale toekomst. Alle drie zijn verbonden aan het Rathenau-instituut.
Foto: Andrea Piacquadio via Pexels.com