‘Geef mensen met ervaringskennis een stoel aan tafel’ is een veelgehoorde oplossing voor het verbeteren van beleid en onderzoek (zie ook eerder op deze site). Wij leerden tijdens ons onderzoek De Impact van Sociaal Beleid op Gezondheid dat ervaringskennis niet zomaar ingezet kan worden.
Voor inwoners is het plaatsnemen aan tafel met beleidspartijen en professionals geen neutrale activiteit
We bespreken hieronder aandachtspunten bij samenwerkingen tussen inwoners, professionals en onderzoekers binnen het sociaal domein en de gezondheidszorg om ervaringskennis op constructieve en sociaal veilige wijze in te zetten en doen we aanbevelingen op basis van onze ervaringen. We gaan nadrukkelijk in op het werken met inwoners met ervaringskennis, niet op het werken met (opgeleide) ervaringsdeskundigen.
Plaatsnemen aan tafel niet neutraal
Voor inwoners begint de mogelijkheid om hun ervaringskennis te delen vaak met het aanbod om aan tafel te komen zitten bij partijen die nadenken over nieuw beleid. Hoewel de insteek van dergelijke gesprekken gericht is op gelijkwaardigheid, garandeert een stoel aan tafel inwoners nog geen sociaal veilig gesprek. Dit ontdekten we tijdens ons actieonderzoek, waarin beleidspartijen, professionals en inwoners uitgenodigd werden om samen te werken aan een gezonder systeem van bijstand en schuldhulp. Voor inwoners is het plaatsnemen aan tafel met beleidspartijen en professionals geen neutrale activiteit: het kan allerlei gevolgen hebben.
De overheid of het systeem wordt gezien als de oorzaak van veel problemen
Een stoel aan tafel betekent direct contact met partijen waarvan je ook afhankelijk bent. Het vereist dat je een duidelijk verhaal kunt verwoorden, dat je de kracht hebt om je ervaringen te herbeleven én om mogelijk afwijzende reacties te incasseren. Voor minder mondige inwoners is dit geen haalbare zaak.
Ervaringskennis delen kan emotioneel zijn. Hoewel sommigen zeer positieve ervaringen hebben met bijvoorbeeld professionals die een wat soepeler invulling geven aan de regels, betekent het toch vaak dat je jouw persoonlijke verhaal met negatieve ervaringen met publieke instanties deelt. Deze ervaringen kunnen gepaard gaan met gevoelens van onmacht, gebrek aan overzicht en wantrouwen: de overheid of het systeem wordt dan ook gezien als de oorzaak van veel problemen. Vaak hebben inwoners te maken gehad met verschillende professionals, bij wie zij zich iedere keer opnieuw moesten bewijzen om ondersteuning te krijgen.
Sommige inwoners vrezen eventuele gevolgen van het delen van hun ervaringskennis
Dit maakt dat inwoners zich schrap zetten als zij een nieuwe ‘vertegenwoordiger van het systeem’ ontmoeten: gaat deze persoon mij begrijpen, mijn ervaring erkennen en met me meedenken? Of zal deze persoon mij wantrouwen en zal mijn verhaal tegen me gebruikt worden?
Sommige inwoners vrezen eventuele gevolgen van het delen van hun ervaringskennis. Je kunt bijvoorbeeld bang zijn dat je te goed overkomt in een gesprek, en dat er vervolgens door het systeem gedacht wordt dat je ook wel weer aan het werk kan. Zulke angsten maken dat sommige inwoners met ervaringskennis wel graag willen bijdragen aan beleidsverbetering, maar dit liever doen vanuit een anonieme rol.
Het moet de inspanning wel waard zijn
Als inwoners besluiten om hun ervaringskennis te delen, dan vraagt dat om bepaalde capaciteiten, zoals emotieregulatie, reflectie- en incasseringsvermogen, en flink wat (in)spanning. Het is daarom belangrijk dat het voor inwoners duidelijk is wat er met hun inbreng gedaan wordt: het moet de inspanning wel waard zijn. Wanneer de opbrengst onduidelijk is, kan dit tot teleurstellingen leiden.
Anoniem ervaringen delen
Om de sociale veiligheid van het delen van ervaringskennis te vergroten, hebben we in ons onderzoek verschillende acties ondernomen. Ten eerste bleken voorbereidende gesprekken met inwoners voorafgaande aan een bijeenkomst met inwoners, beleid, praktijk en onderzoek cruciaal. In zulke gesprekken kan samen gekeken worden welke werkvormen passend zijn om het inwonerperspectief goed naar voren te laten komen. Hierbij moet er specifieke aandacht zijn voor situaties die inwoners als onveilig ervaren en voor de voorwaarden voor veilige situaties.
Inwoners vonden het niet prettig om te veel in the spotlights te staan
In de voorbereidende bijeenkomsten kunnen ook inwoners die niet aan tafel willen plaatsnemen – vanwege de eerder genoemde gevreesde gevolgen – anoniem hun visie en ervaringen delen. Hun inbreng kan dan in de latere bijeenkomst door andere inwoners of een gespreksleider ingebracht worden.
In de spotlights
Ten tweede vonden inwoners het niet prettig om te veel in the spotlights te staan, zoals bij het geven van een presentatie over de eigen ervaringen. Een gezamenlijke, creatieve opdracht in kleine groepjes, waarbij inwoners, professionals en beleidsmedewerkers konden reageren op metaforische afbeeldingen, werd gezien als een meer gelijkwaardige en daarmee veiligere vorm van interactie.
Zo konden inwoners een standpunt bevestigen of ontkrachten, zonder dat zij het initiatief hoefden te nemen
Op de derde plaats voelden inwoners zich gesterkt wanneer de gespreksleider tijdens de bijeenkomst verbindingen legde tussen wat er aan tafel werd besproken en wat er in de voorbereidende bijeenkomsten naar voren was gekomen. Zo konden inwoners een standpunt bevestigen of ontkrachten, zonder dat zij het initiatief hoefden te nemen. Ook voelden inwoners zich beter gepositioneerd ten opzichte van de professionals en beleidsmedewerkers door bij de start van de bijeenkomst te benadrukken dat zij waardevolle gesprekspartners zijn – door te benoemen hoe zij hebben samengewerkt aan het onderzoeksproject of zich bijvoorbeeld hebben ingezet voor een cliëntenraad van een gemeente.
De moeite waard of niet
Ten vierde was het prettig voor inwoners dat, voorafgaand aan de bijeenkomst, in de programmabeschrijving benoemd werd hoe de ervaringskennis gebruikt zou worden. Daarnaast werd achteraf een verslag gedeeld met een toelichting hoe hier vervolg aan gegeven zou worden. Dit hielp inwoners om in te schatten of zij het delen van hun ervaringskennis de moeite waard vonden of niet.
Een school of een buurthuis kan veiliger voelen dan een gemeentehuis of kantoor van een uitvoeringsorganisatie
Ten slotte kunnen een aantal praktische zaken de sociale veiligheid vergroten. Het delen van een deelnemerslijst kan rust geven, omdat inwoners dan weten wie ze aan tafel kunnen verwachten. Vergoedingen voor reiskosten en deelname zouden gangbaar moeten zijn, aangezien mensen tijd en energie investeren. Ook de fysieke omgeving speelt een belangrijke rol bij het veilig delen van ervaringskennis. Zo kan een school of een buurthuis veiliger voelen dan een gemeentehuis of kantoor van een uitvoeringsorganisatie.
Investeren in sociale veiligheid
Kortom, een stoel aan de gesprekstafel voor inwoners is een eerste stap om ruimte te maken voor ervaringskennis, maar om een sociaal veilig gesprek te kunnen voeren is meer nodig. We zijn van mening dat het uiteindelijk draait om erkenning van ervaringen als belangrijke bron van kennis. Investeren in sociale veiligheid is daarvoor een belangrijke randvoorwaarde.
Yvonne La Grouw, Jantien van Berkel, Eline van Bennekom en Maikel Waardenburg zijn onderzoekers. Anneke Bulten, Tineke van der Hooft-Kuipers, Igor Rhemrev, Elles Zink, Marijke Wijman zijn leden van de adviesraad van Wageningen Universiteit. Dit artikel is het resultaat van een samenwerking tussen onderzoekers en adviesraadleden, binnen het onderzoeksproject De Impact van Sociaal Beleid op Gezondheid, gefinancierd door NWA Gezondheidsverschillen (NWO en ZonMw).
Foto: Thirdman via Pexels.com