Lageropgeleiden: correcties op diploma-democratie

Het kabinet-Schoof heeft voor lageropgeleiden hoopvolle ideeën over asielmigratie, werk, opleiding en sociaal beleid, constateert hoogleraar Margo Trappenburg.

In Diploma-democratie1 lieten Mark Bovens en Anchrit Wille zien dat hogeropgeleiden (afgerond hbo of hoger) in Nederland op allerlei manieren aan de touwtjes trekken. Politici in de Tweede Kamer, in het kabinet en in de lokale politiek zijn voor het overgrote deel hoogopgeleid. Datzelfde geldt voor bewindslieden en voor de top van het maatschappelijk middenveld, inclusief de vakbeweging.

Nu zou je kunnen zeggen dat dit een legitieme vorm is van arbeidsdeling: bij operaties hebben chirurgen de leiding, bij bruggenbouw denken we aan ingenieurs en voor het controleren van de boekhouding van bedrijven willen we accountants. Maar in een democratie zijn dat niet de juiste parallellen.

In een democratie zouden burgers gezamenlijk moeten beslissen waar het heen moet met het land. Zelf of via hun vertegenwoordigers, maar in dat geval met inachtneming van preferenties in alle geledingen van de bevolking.

Het kabinet-Schoof is te typeren als de ‘wraak van de lageropgeleiden’

Dat laatste gebeurt volgens Bovens en Wille te weinig. Opeenvolgende jaren kiezersonderzoek hebben laten zien dat lager- en middelbaar opgeleiden (mensen zonder afgeronde wo- of hbo-opleiding) anders denken over de Europese Unie, over immigratie en integratie. Zij vinden dat de Europese samenwerking niet te ver moet doorslaan, ze menen dat migranten zich moeten aanpassen aan de Nederlandse cultuur en dat het toelatingsbeleid rond asielzoekers strenger moet zijn.

Tijdens een actualiteitencollege aan de Universiteit Utrecht constateerde Bovens dat het kabinet-Schoof is te typeren als de ‘wraak van de lageropgeleiden’. Het aantal hoogopgeleiden zakte van 140 naar 127. Ruim een derde van de PVV-fractie heeft geen hbo- of academische opleiding. PVV-Kamerleden zijn makelaar, metaalbewerker, beveiligingsmonteur en eigenaar van een stoffeerbedrijf.2 Ook bij de BBB heeft niet iedereen een hogere opleiding, fractieleidster Van der Plas voorop.

Pure winst

Misschien nog belangrijker is dat het regeerprogramma rekening houdt met de wensen van lageropgeleiden. Niet voor niets steeg in 2024 het vertrouwen in de politiek, juist onder lageropgeleiden.3

Er is veel kritiek geuit op het kabinet, maar dat lijkt me pure winst

Er is veel kritiek geuit op het kabinet, ook op hun plannen voor het sociaal domein,4 maar dat lijkt me pure winst. Ik licht drie punten uit het regeerprogramma5 die zijn aan te duiden als correcties op vele jaren diploma-democratie.

1. Asielmigratie

Het is hoog tijd dat over asielmigratie een serieus politiek debat wordt gevoerd. Nu beperkt rechts zich tot het uitroepen van een asielcrisis die moet worden bestreden en houdt links het erop dat vluchtelingen ruimhartig moeten worden ontvangen.6

In zijn mooie boek De asielloterij schrijft socioloog Ruud Koopmans dat het huidige asielbeleid simpelweg niet uit te leggen is. In principe heeft iedereen die in eigen land gevaar loopt recht op een veilige plek elders. Volgens het Vluchtelingenverdrag mag zo iemand niet worden teruggestuurd naar het land waar diegene moet vrezen voor zijn of haar leven.

Een prachtig idee, maar er zijn zoveel oorlogen en misdadige regimes dat het honoreren van dit principe zou leiden tot een toestroom van vluchtelingen die elk land zou ontwrichten. Daarom werken we met grote hindernissen aan de Europese buitengrenzen: het recht om niet teruggestuurd te worden, geldt in de praktijk voor sterke jonge mannen die hun leven (en soms dat van hun kinderen) durven te riskeren tijdens een barre tocht.

Stel dat half Soedan erin slaagt om hier aan te kloppen, moeten we dan iedereen toelaten?

Koopmans vindt dat we er beter aan doen als land te bepalen hoeveel vluchtelingen we kunnen opnemen en die vervolgens te halen uit de vluchtelingenkampen in oorlogs- en conflictgebieden.7 Koopmans’ voorstel zou een prachtig uitgangspunt kunnen zijn voor een fundamentele discussie over asielbeleid. De ervaring van een asielcrisis waaraan het kabinet refereert, zou weleens te maken kunnen hebben met het feit dat mensen het beleid van voorgaande kabinetten hebben beleefd als een permanent dreigende crisis. Stel dat half Soedan erin slaagt om hier aan te kloppen, moeten we dan iedereen toelaten? Als de oorlog in Oekraïne blijft voortduren, hebben dan alle Oekraïense vluchtelingen recht op opvang in Nederland: 30 miljoen mensen op dit hele kleine stukje aarde?

Velen menen dat het zo’n vaart niet zal lopen, maar mensen die zich zorgen maken over aantallen asielzoekers willen horen wat er zal gebeuren als dat wel het  geval is. Over deze fundamentele vraag zou het debat rond asiel moeten gaan. Helaas is het kabinet begonnen met het aankondigen van noodwetgeving, wat de discussie verplaatst naar de vraag of je het parlement zomaar mag omzeilen, een belangrijk principieel punt dat ervoor zorgt dat de inhoudelijke discussie opnieuw beperkt lijkt te blijven.

Jarenlang is ons voorgehouden dat het land behoefte heeft aan knappe koppen

Wel biedt het regeerprogramma aanknopingspunten voor een discussie over deelonderwerpen zoals de vraag of asielzoekers voorrang moeten krijgen bij sociale huurwoningen. Volgens critici zijn asielzoekers niet de schuld van de woningcrisis; die is veroorzaakt door decennia liberaal beleid. Dat is juist, maar de huidige woningzoekenden hebben die crisis dus ook niet veroorzaakt. Het is onduidelijk waarom zij daardoor gedupeerd zouden moeten worden.

2. Werk en status

De programmapunten rond werk en opleiding vormen ook een verdedigbare correctie op eerder beleid. Jarenlang is ons voorgehouden dat het land behoefte heeft aan knappe koppen, vanwege de behoefte aan ‘innovatie’ om maatschappelijke problemen te lijf te gaan. In de huidige arbeidsmarkt is dat echter slechts een deel van het verhaal: er zijn grote personeelstekorten in de zorg, de kinderopvang, de bouw, de horeca.

Het is verdedigbaar dat het kabinet af wil ‘van de opwaartse druk (‘hoger is beter’) in onze samenleving’. Jonge mensen die naar de universiteit willen, moeten dat vooral doen, maar studenten die daar eigenlijk geen zin in hebben – die liever een hbo- of een mbo-opleiding volgen – hoeven niet te worden geprest om toch vooral te kiezen voor de academie.

Er wordt een voorzichtig begin gemaakt met het ontmarkten van de publieke sector

Hoopvol is ook dat het kabinet inzet op de basisvaardigheden die Nederlandse jongeren volgens internationaal onderzoek niet meer beheersen: lezen, schrijven en rekenen. Een minder overladen curriculum is een stap in de goede richting.

3. Sociaal beleid

Wie kijkt naar de maatregelen die aan het sociaal domein raken, komt ook positieve punten tegen. Het kabinet heeft lessen getrokken uit de toeslagenaffaire en heeft geluisterd naar organisaties als Divosa: burgers krijgen het recht om zich te vergissen, zonder dat dit dramatische consequenties heeft. Een vinkje of een kruisje in het verkeerde digitale hokje kan geen levens meer kapotmaken.

Het kabinet wil kinderopvangtoeslagen voortaan betalen aan kinderopvangorganisaties, zodat ouders verlost zijn van de verplichting om elke wijziging in hun thuissituatie of salaris onmiddellijk door te geven aan de Belastingdienst op straffe van het volledig moeten terugbetalen van reeds uitgekeerde toeslagen. Het wordt makkelijker voor mensen met een kleine beurs om voor elkaar te zorgen door het afschaffen van de kostendelersnorm en daarbovenop wordt bekeken of verzorgingshuizen in enige vorm weer kunnen worden ingevoerd.

En er wordt een voorzichtig begin gemaakt met het ontmarkten van de publieke sector. Dat is een gigantische operatie die bij voortvarende invoering enorm veel organisatorische energie vraagt; het is verstandig om dit met kleine stapjes te doen. Dus: minder verschillen tussen zorgverzekeraars, standaardiseren wordt de norm. Ziekenhuizen moeten meer samenwerken; er wordt meer gewerkt met budgetbekostiging.

Er zijn terechte zorgen over het ondemocratische karakter van de PVV en over het klimaatbeleid onder het regime van de BBB, maar deze bijstelling van het beleid ten faveure van lageropgeleiden biedt toch een beetje hoop.

Margo Trappenburg is bijzonder hoogleraar Grondslagen van het Maatschappelijk Werk aan de Universiteit voor Humanistiek.

 

Foto: De Telegraaf (Youtube): Kabinet Schoof officieel: zo werden ministers beëdigd