De vraag waarom mensen discrimineren houdt sociale wetenschappers al decennia bezig. Een bekende oorzaak is het gebrek aan contact met onbekende mensen. Wanneer je mensen ontmoet over wie je eerder angstige gevoelens of andere vooroordelen had, merk je al gauw dat het gaat om mensen van vlees en bloed die eigenlijk niet zo anders zijn dan jijzelf[1]. Maar de afgelopen jaren komen wetenschappers er steeds meer achter dat het complexer ligt. In bijvoorbeeld het voormalige Joegoslavië kenden mensen met verschillende achtergronden elkaar vaak wél en toch brak er een burgeroorlog uit.
Sterke invloed van sociale normen
Alleen elkaar kennen is niet altijd voldoende om te voorkomen dat mensen discrimineren. Uit onderzoek blijkt dat het ook gaat om wat mensen denken dat ‘normaal’ is. Amerikaanse onderzoekers lieten bijvoorbeeld zien dat geuite vooroordelen van Trump over moslims en mensen met een migratieachtergrond in zijn eerste campagne, ertoe leidde dat Amerikaanse burgers deze vooroordelen acceptabeler gingen vinden[2]. Het leek ‘normaler’ geworden.
Wanneer mensen denken dat de meeste mensen bepaald gedrag laten zien, zullen meer mensen dat overnemen
We hebben het hier over sociale normen: dat wat mensen denken dat normaal is. Sociale normen laten zien wat de meeste anderen doen of vinden. Wanneer mensen denken dat de meeste mensen bepaald gedrag goedkeuren of laten zien, zullen meer mensen dat gedrag overnemen.
Sociale normen hebben op tal van terreinen invloed: bijvoorbeeld of we wel of niet roken, vapen, alcohol drinken, ons afval scheiden en of we wel of niet discrimineren[3]. Regels en wetten stellen sociale normen[4], maar ook individuele personen, zoals bijvoorbeeld Trump, een burgemeester, een influencer of een jongerenwerker.
Niet alleen online gevolgen
De beleidswijziging van Meta is zorgwekkend. Het moederbedrijf van Facebook, Instagram en WhatsApp geeft een signaal af dat het kennelijk normaal is om je haatdragend of discriminerend uit te laten op sociale media.
Daarnaast is de verwachting dat haat en discriminatie op sociale media zullen toenemen tegenover lhbtiqa+ personen, vluchtelingen en moslims. Dat zorgt ervoor dat de sociale norm tegen discriminatie vervaagt.
Online haat en discriminatie hebben gevolgen in het echte leven. Uit verkennend onderzoek van Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS) onder jongeren weten we dat gevolgen van het ervaren of zien van online haatspraak en discriminatie veel impact op jongeren kan hebben. Hoe meer ze het zien, hoe meer negatieve emoties en depressieve klachten ze hebben. Ook heeft het invloed op hoe ze zich gedragen, niet alleen online maar ook offline. Zo kunnen ze zich minder veilig voelen op straat en ervaren ze meer angst om ook in de fysieke wereld discriminatie mee te maken. Het heeft daarnaast invloed op hoe ze deelnemen aan de maatschappij: een deel van hen geeft steeds minder hun mening op sociale media.
Lokale vrouwelijke politici ontvangen meer haat, wat hen beperkt in hun politieke ambities
Uit andere onderzoeken weten we dat online haat gevolgen heeft voor onze democratie, omdat groepen gebruikers worden beperkt in hun politieke participatie. Zo toonde Atria, kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis, aan dat lokale vrouwelijke politici meer haat ontvangen wat hen beperkt in hun politieke ambities.
Rol sociaal werkers
De hoop is natuurlijk dat de Europese Commissie ferm optreedt bij het overtreden van de DSA-wetgeving (Digital Services Act). Maar ook als dat niet (voldoende) gebeurt, is het belangrijk dat we niet bij de pakken neer gaan zitten simpelweg omdat de gevolgen daarvan te ernstig zijn. Cruciaal is dat lokaal sociaal werkers hun rol hierbij moeten pakken.
- Organiseer en faciliteer contact en ontmoetingen tussen mensen die verschillen van elkaar, bijvoorbeeld in de buurt en op school.
- Stel duidelijke sociale normen, zowel online als bijvoorbeeld in de buurt, in het buurthuis, op de sportvereniging. Denk bijvoorbeeld aan jongerenwerkers die als rolmodel fungeren voor jongeren en die laten zien dat discriminatie, op alle gronden, niet door de beugel kan. Online kunnen sociaal werkers ook mensen aanspreken.
- Sociaal werkers kunnen anderen stimuleren om zelf in te grijpen door bijvoorbeeld vrienden, klasgenoten, familie en buurtgenoten aan te spreken. Onderzoek wijst uit dat zogenoemde counter speech kan helpen tegen online discriminatie. Zeker als je dat als groep doet. Vanuit Movisie hebben we hier ervaring mee opgedaan vanuit het project #DatMeenJeNiet waarbij jongeren gezamenlijk in actie kwamen. Van de geleerde lessen is een e-learning ontwikkeld voor jongeren.
Gerichte interventies
Maar sociaal professionals zijn niet als enigen aan zet. Het gaat onder meer om gemeenten, belangenorganisaties, burgerinitiatieven en het onderwijs. Zij hebben bovendien kennis, tools en concrete aanpakken nodig.
Movisie roept alle gemeenten op om een antidiscriminatiebeleid te ontwikkelen
Wij pleiten ervoor dat er gerichte interventies (door)ontwikkeld worden door sociaal werkers, GGD-en en de vele vrijwilligers- en burgerinitiatieven die ons land rijk is. Met als doel om online haatspraak en discriminatie en/of de gevolgen hiervan te verminderen. Denk aan interventies die activeren om in actie te komen tegen online haat. Of interventies die zijn gericht op het omgaan met het ervaren van online haat, zodat dit negatieve gezondheidseffecten kan beperken.
Lokaal antidiscriminatiebeleid
Movisie roept alle gemeenten op om een antidiscriminatiebeleid te ontwikkelen. In dit beleid heeft het lokale antidiscriminatiebureau (zie discriminatie.nl) een belangrijke rol. Zij kunnen samen met sociaal werkers optrekken en zorgen dat zij voldoende kennis hebben om hun rol te pakken op dit terrein. We hopen dat gemeenten en sociaal professionals zien dat dit nu crucialer is dan ooit. In deze verkenning van KIS is te lezen wat andere stakeholders kunnen doen in de aanpak van online haat en discriminatie.
De aanpassing van het beleid van Meta brengt wellicht één lichtpuntje met zich mee: dat de mensen die nog in de veronderstelling waren dat het wel meevalt met online discriminatie en dat een aanpak wel even kan wachten, nu tot inzicht komen dat een stevige aanpak van discriminatie cruciaal is voor het voortbestaan van een vreedzame samenleving waarin iedereen zichzelf mag zijn.
Hanneke Felten en Joline Verloove zijn projectleider bij Movisie.
Beluister ook onderstaand radio-interview met Joline Verloove naar aanleiding van Meta’s beleidswijziging.
Noten:
[1] Pettigrew, T. F., & Tropp, L. R. (2006). A meta-analytic test of intergroup contact theory. Journal of personality and social psychology, 90(5), 751.
[2] Crandall, C. S., Miller, J. M., & White, M. H. (2018). Changing norms following the 2016 US presidential election: The Trump effect on prejudice. Social Psychological and Personality Science, 9(2), 186-192.
[3] Cialdini, R. B., Kallgren, C. A., & Reno, R. R. (1991). A focus theory of normative conduct: A theoretical refinement and reevaluation of the role of norms in human behavior. In Advances in experimental social psychology (Vol. 24, pp. 201-234). Academic Press.
[4] Tankard, M. E., & Paluck, E. L. (2016). Norm perception as a vehicle for social change. Social Issues and Policy Review, 10(1), 181-211.
Foto: Christoffer Niño via Pexels.com