Sportschoolhouder John Steel (63) uit Zaamslag, een dorp in Zeeuws-Vlaanderen, was vorig jaar door de val op een ijzeren balk buitenshuis even buiten westen geraakt. De toegesnelde hulpdiensten brachten hem voor controle naar het ziekenhuis. Nadat alles verder in orde bleek, kon hij nog dezelfde dag naar huis.
Nul op rekest
Een ongelukje dat per jaar duizenden mensen thuis of op het werk overkomt, kreeg voor Steel een heel vervelend staartje. In het ziekenhuis noteerde een medewerker namelijk dat hij out was gegaan én op zijn tong had gebeten. De link met een epileptische aanval was gauw gelegd. Bij het vermoeden van een epileptische aanval krijgt de bezitter van een rijbewijs standaard een oproep van het Centraal Bureau voor Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) om zich te laten keuren door een neuroloog. John dus ook.
Steel: ‘Dat de overheid via het CBR wil garanderen dat iedere chauffeur fysiek en geestelijk in staat is om auto te rijden, juich ik toe. Maar, en dat probeerde ik het CBR met brieven en in telefoongesprekken duidelijk te maken, ik was slechts gevallen.
‘En dat geintje zou me alles bij elkaar 470 euro gaan kosten’
De MRI en CT-scans die ik door een neuroloog in Terneuzen had laten maken, toonden niet aan dat ik een epileptische aanval had gehad. Dus waarom moest ik me nog eens laten keuren, door een door het CBR aangewezen neuroloog, helemaal in Breda nota bene? En dat geintje zou me alles bij elkaar 470 euro gaan kosten. Bovendien zou er los van de uitslag hoe dan ook een code 105 in mijn rijbewijs komen te staan waardoor ik beroepshalve geen mensen mag vervoeren.
Het CBR wimpelde mijn bezwaren af en bleef herhalen dat ik gekeurd moest worden. Als je telkens nul op rekest krijgt, word je boos en radeloos. Wat me vooral kwetste, was de suggestie dat ik niet in orde zou zijn. Als je mij op de kast jaagt, dan ga ik door roeien en ruiten. Dan maakt het me allemaal niks meer uit.’
Eindelijk gehoor
Dat de zaken uiteindelijk niet escaleerden, was te danken aan een tip die Steel kreeg van een kennis. Die wees hem op het bestaan van Samen Recht Vinden (SRV). Een stichting ‘voor inwoners van Zeeland die een conflict hebben en daar zelf niet meer uitkomen’. SRV dat actief is in zes Zeeuwse gemeenten – Hulst, Sluis, Middelburg, Terneuzen, Veere en Vlissingen – is geen juridisch adviseur of belangenbehartiger, maar tracht als neutrale partij in conflicten te bemiddelen via een proces van hoor en wederhoor.
‘Als mensen zich gehoord voelen, krijgt een conflict meteen een andere lading’
SRV werkt met vrijwillige gidsen, mensen met brede professionele kennis en ruime levenservaring, en met casemanagers. Samen vormen zij een team waaraan je op locatie – vooral in bibliotheken – je verhaal kunt doen. Door goed te luisteren, proberen ze duidelijk te krijgen wat er aan de hand is om vervolgens samen met betrokkenen via een stappenplan aan een oplossing te werken. De meeste gidsen en casemanagers zijn geen jurist, maar vooral mensen die gewoon zijn te luisteren en te vragen, zo van waar zou je mee geholpen zijn? Wat zie je zelf als oplossing? Wat is je verhaal en waarom zit het je dwars? Als mensen zich gehoord voelen, krijgt een conflict meteen andere lading.’
Steel vond in Henk, zijn SRV-gids, iemand die onbevooroordeeld naar zijn verhaal wilde luisteren. Henk werkte voor zijn pensioen ruim veertig jaar bij een groot bedrijf in de regio, eerst als ploegbaas daarna op de afdeling personeelszaken. Naast zijn betaalde werk heeft hij altijd vrijwilligerswerk verricht, onder meer bij Vluchtelingenwerk, voor het Leger des Heils en in buurtbemiddeling.
‘Ik verbind partijen met elkaar, om te voorkomen dat zaken onnodig escaleren en aan de rechter worden voorgelegd’
In het eerste gesprek met de sportschoolhouder vertelde Henk hem dat het CBR strikt de regels volgt en daarvan waarschijnlijk niet zou afwijken. Hij kon als gids wel een gesprek tussen gelijken organiseren, zodat Steel zich niet langer als een nummer voelde tegenover een almachtige en dove organisatie.
Verbinding
Zelf heeft Henk ook wel eens aanvaringen gehad met overheden. ‘Ik heb het geluk dat ik me verbaal en schriftelijk goed kan verweren. Maar hoeveel mensen kunnen dat? Hoeveel mensen weten dat overheden wel gevoelig zijn voor argumenten, maar veel minder voor emoties? Indachtig het uitgangspunt van SRV probeer ik partijen met elkaar te verbinden, om te voorkomen dat zaken onnodig escaleren en aan de rechter worden voorgelegd. Wanneer de rechter wordt gevraagd uitspraak te doen in een conflict, kost dat niet alleen veel tijd en moeite, maar is er ook altijd een partij die zich door het vonnis benadeeld voelt. Met onze aanpak is de kans groter dat beide partijen tevreden zijn.’
Henk en zijn collega’s bij SRV zorgen ervoor dat de conflicterende partijen elkaars verhaal leren kennen. De gedachte hierachter is dat als iemand zich gehoord weet, hij beslissingen, zelfs als die nadelig voor hem uitpakken, gemakkelijker kan accepteren.
‘Samen Recht Vinden houdt zich verre van discussies over wie al dan niet gelijk heeft’
De mensen van SRV houden zich verre van discussies over wie al dan niet gelijk heeft. Wat je wil bereiken is dat partijen elkaar in de ogen kijken en begrip voor elkaar leren opbrengen. Als je dat voor elkaar krijgt, creëer je oplossingen.’
Voorportaal
Samen Recht Vinden is één van de 34 pilotprojecten van het programma stelselvernieuwing rechtsbijstand. In al hun variëteit dragen deze projecten bouwstenen aan voor de modernisering van de rechtsbijstand.
‘In de proefperiode hebben ruim zevenhonderd Zeeuwen ons weten te vinden’
Een vernieuwing die de toegankelijkheid van, en het vertrouwen in overheid en rechtspraak moet verbeteren. ‘Ons project past prima in dat streven’, aldus Monique van Doorn, de directeur van Samen Recht Vinden. ‘In de relatief korte proefperiode van vier jaar hebben ruim zevenhonderd Zeeuwen ons weten te vinden. Dat is best een mooi resultaat, als je bedenkt dat heel Zeeland amper 400.000 bewoners heeft.’
In een kwart van de gevallen wist het SRV de afgelopen jaren een voor partijen bevredigende oplossing te vinden, een even grote groep kon zelfstandig verder. Een evaluatie in opdracht van het ministerie noemde het SRV een veelbelovend initiatief om problemen op te lossen en escalatie van geschillen te voorkomen.
Ondanks deze resultaten is SRV niet zeker van zijn voortbestaan. Toen SRV van start ging, samen met ruim dertig soortgelijke initiatieven, was namelijk niet vastgelegd dat het ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) het project ook na de proefperiode van twee jaar zou blijven ondersteunen. Daarover zegt Van Doorn: ‘Meestal is het zo dat een pilotproject na beëindiging van zijn looptijd wordt geëvalueerd. Initiatiefnemers en financiers kijken welke resultaten er zijn geboekt en of daarop verder kan worden geborduurd. Maar als je zoals SRV, twee jaar druk bezig bent met de inhoud, dan houd je (te) weinig tijd om na te denken over later.’
Staatssecretaris van Rechtsbescherming Teun Struycken zei december 2024 dat iedere Nederlander een passende en duurzame uitkomst moet kunnen vinden bij een juridisch probleem. Daarnaast nam de Tweede Kamer een motie aan, ingediend door de fracties van de SP en NSC, waarin wordt aangedrongen op een landelijk dekkend netwerk van laagdrempelige voorzieningen ter zake. Dat lijkt hoop te bieden voor SRV, maar ondertussen is Van Doorn toch maar vast bezig om de benodigde fondsen bij elkaar te sprokkelen. Net als in 2023, toen Samen Recht Vinden het financieringsprobleem grotendeels, maar tijdelijk, wist op te lossen met geld van lokale Zeeuwse overheden.
‘SRV moet blijven’In gesprek met de NOS zei SP-Kamerlid Michiel van Nispen op 14 februari 2025 dat mensen overal in het land terecht moeten kunnen voor een oplossing van hun sociaaljuridische problemen. Daarom moet volgens Van Nispen Samen Recht Vinden blijven bestaan. Daarnaast moet de regering het mogelijk maken dat Het Huis van Recht, een initiatief dat zich ook ruim bewezen heeft, op meerdere plaatsen in het land een vestiging krijgt. Het door Van Nispen voorgestelde aantal Huizen van Recht, driehonderd oftewel één op elke 60.000 Nederlanders, is overigens heel ver weg. |
Duurzame oplossing
Het hoofdkantoor van SRV staat in Middelburg, in dezelfde straat als de rechtbank. Een heel verschil met Zeeuws-Vlaanderen, aan de overkant van de Westerschelde. Daar is, net als in vele andere ‘kleinere’ plaatsen, vanwege een herziening van de gerechtelijke kaart in 2013 geen rechtbank meer te vinden.
‘SRV is veel meer dan een goedmaker’
Als een Zeeuwse Vlaming of een Vlaamse Zeeuw nu naar de kantonrechter wil, dan moet hij naar Breda. Dat is, los van andere gevolgen, met het openbaar vervoer een hele onderneming. Is Samen Recht Vinden een goedkope manier om het gemis aan een rechtbank te compenseren?
‘Absoluut niet’, aldus Van Doorn, ‘SRV is veel meer dan een goedmaker. We bieden burgers een plek waar zij zich gehoord en gezien voelen, waar ze samen een uitweg uit een conflict kunnen vinden zodat ze later weer samen door een deur kunnen. Mijn vraag aan degene die betoogt dat SRV een goedkope vervanger voor de formele rechtsgang is, zou de volgende zijn: geeft u er de voorkeur aan dat mensen met kwaaie koppen tegen elkaar voor de rechter staan? Levert dat een voor iedereen bevredigende oplossing op? Het antwoord laat zich raden: nee dus.’
‘Gerechtelijke procedures duren niet alleen lang, maar zijn ook ingewikkeld en duur’
SRV staat duurzame conflictoplossing voor. ‘Cruciaal daarvoor is dat mensen begrip leren krijgen voor de argumenten van de ander. Die ander is in veel gevallen de overheid. Met onze werkwijze kun je enerzijds de rechtspraak ontlasten, en anderzijds mensen sterker maken door ze te stimuleren zelf de dialoog op te pakken.’
Geen wondermiddel
Ook hoogleraar Bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen Heinrich Winter vindt dat er veel is te zeggen voor inzet op informele geschilbeslechting, zoals Samen Recht Vinden en ook andere projecten dat beogen.
‘Uit cijfers van de Geschilbeslechtingsdelta, het vijfjaarlijks bevolkingsonderzoek naar conflictoplossing door het Wetenschappelijk Onderzoek en Datacentrum, blijkt dat anderhalf miljoen mensen jaarlijks een conflict hebben, dat ze vaak onderling weten op te lossen. Het voordeel hiervan is dat ze sneller en goedkoper uit zijn dan wanneer ze een gang naar de rechter moeten maken. Gerechtelijke procedures duren niet alleen lang, maar zijn ook ingewikkeld en duur en leiden meestal tot frustraties bij een of alle betrokken partijen.’
‘Als je alle onderzoeksrapporten bekijkt, komt daar een vette onvoldoende voor de formele procedure uit’
Winter tekent daarbij wel aan dat er nooit een wondermiddel zal komen om alle geschillen naar ieders tevredenheid snel uit de wereld te helpen. ‘Vertaald naar mijn eigen terrein: vrijwel elk bestuursorgaan of uitvoeringsorganisatie heeft wel eens laten onderzoeken hoe burgers de behandeling van bezwaarschriften waarderen. Als je alle onderzoeksrapporten op een stapel legt, komt daar een vette onvoldoende voor de formele procedure (4.7) uit.
Er bestaat kortom grote ontevredenheid over procedures, overigens uitgevoerd door mensen die dat met de beste wil doen. Informele geschilbeslechting daarentegen krijgt van burgers wel een voldoende (7.2). Niet omdat die burgers altijd hebben gekregen wat ze wilden, maar omdat ze zich gezien en gehoord voelden.’
‘De overheid investeert te weinig in de rechtsstaat’
Meer inzet op informele geschilbeslechting is verstandig, maar, waarschuwt Winter, er moet altijd ruimte blijven voor mensen die er met de ander niet uitkomen en een oordeel van de rechter willen. ‘Een fatsoenlijke rechtsstaat trekt er genoeg middelen voor uit om de toegang tot de formele rechtsgang en de gefinancierde rechtsbijstand voor burgers te garanderen. De voormalig president van de Hoge Raad der Nederlanden, Geert Corstens, is er getuige zijn kanttekeningen op het Rapport van de Staatscommissie Rechtsstaat niet gerust op dat dit voldoende gebeurt. Ik deel zijn zorg: de overheid investeert te weinig in de rechtsstaat.’
Bijstand gegarandeerd
Winter: ‘We hebben in Nederland een stelsel ontwikkeld waarin je tot een bepaalde inkomensgrens (tot 31.000 euro voor alleenstaanden en tot 44.000 euro voor gehuwden, samenwonenden of eenoudergezinnen) aanspraak kan maken op gefinancierde rechtsbijstand.
Middeninkomens moeten zich voor juridische ondersteuning verzekeren bij een rechtsbijstandsverzekeraar. Hoge inkomens, vanaf 80.000 euro, verzekeren zich vaak niet en nemen het risico dat ze in een conflict terechtkomen op de koop toe.’
‘De vergoedingen zijn zo laag geworden dat een groot deel van de sociale advocatuur is weggehold’
De rechtsbijstand voor de lagere inkomens is de laatste decennia behoorlijk uitgekleed. Winter: ‘De vergoedingen zijn zo laag geworden dat een groot deel van de sociale advocatuur is weggehold. Er zijn nog wel kantoren over, maar over hun aantal en helaas soms ook over de kwaliteit ervan kun je gerede twijfels hebben. Dat is echt een serieus probleem, voor de burger én voor de rechtsstaat zelf.’
Informele geschilbeslechting: we moeten het zeker aanmoedigen, maar, zo benadrukt hoogleraar Winter, in een rechtsstaat moet iedereen altijd, ongeacht zijn middelen, de mogelijkheid hebben om een geschil aan de rechter voor te leggen. ‘Vooral bij een conflict met de overheid, moet de burger op adequate rechtsbijstand kunnen rekenen. In een rechtsstaat die die naam verdient, en dat is echt een principieel punt, moet een overheid dat zonder meer garanderen.’
Jan van Dam is freelancejournalist
Foto: Antoni Shkraba via Pexels.com