In zijn artikel op deze site over actief burgerschap schrijft Menno Hurenkamp dat er een nieuw politiek narratief in opkomst is dat tegen mensen zegt dat ‘de politiek luistert en problemen oplost, waardoor het vertrouwen toeneemt’. Maar het is inderdaad de vraag hoe lang dat narratief aanhoudt en hoeveel invloed dat lokaal zal hebben. Want vernieuwende burgerinitiatieven, in de internationale literatuur grassroots innovations genoemd, zijn niet meer weg te denken uit de samenleving.
De kwetsbaarheid van ons natuurlijke leefmilieu en onze omgang met existentiële vragen staan onder druk
Lokale uitdagingen, problemen en misstanden zijn overal en staan niet op zichzelf. Ze zijn onderdeel van grotere mondiale problemen die in de hedendaagse samenleving voor veel burgers een uitdaging vormen. Kunneman (2015) signaleert drie hoofdthema’s waarbinnen deze uitdagingen spelen, namelijk uitsluiting, duurzaamheid en zingeving. Het zijn de nieuwe vormen van onrecht en groeiende breuklijnen, de kwetsbaarheid van ons natuurlijke leefmilieu en onze omgang met existentiële vragen die onder druk staan.
‘Verloren verantwoordelijkheden’
De vragen die gepaard gaan met die uitdagingen kenmerkt Kunneman als ‘trage vragen’. Vraagstukken die langzaam maar diepgaand tot een steeds urgenter probleem groeien. Deze trage vragen spelen zich af in een veld van ‘verloren verantwoordelijkheden (Verkerk & Van Dijk, 2012).
De verschillende partijen in de driehoek van staat, markt en gemeenschap (Pestoff, 1992) hebben elk hun eigen verantwoordelijkheden, desalniettemin ontstaat er in het midden een ruimte voor vraagstukken waar vooralsnog geen van de partijen verantwoordelijkheid voor neemt. De overheid trekt zich terug, voor de markt is de business case niet rond te maken en er is een groeiend individualisme.
Buurtbewoners hadden genoeg van de bijeenkomsten waar hun problemen werden benadrukt
In dit gat van ‘verloren verantwoordelijkheden’ staan grassroots innovations op. Deze vorm van burgerinitiatief zijn sociale bewegingen die zich kenmerken door een bottom-upbenadering, waarbij betrokken burgers samenkomen rondom een specifiek thema en innovatieve actie organiseren gericht op een duurzaam en gedeeld ideaal (Seyfang & Smith, 2007).
Haags Quartier Latin
In de wijk Laak in Den Haag hadden buurtbewoners genoeg van de bijeenkomsten waar hun problemen werden benadrukt. Zij vonden dat er een positief en opbouwend alternatief tegenovergesteld moest worden en startten Quartier Laak. Al hun activiteiten zijn gericht op het verduurzamen van de wijk. Het gaat om het gezamenlijk ‘opliften’ van de wijk.
Dat doen betrokken wijkbewoners, lokale ondernemers en organisaties in de wijk met een lange Excellijst in de hand. Iedereen wordt uitgenodigd voor allerlei bijeenkomsten. Tijdens deze bijeenkomsten worden slimme matches gemaakt en wordt onderwijl gewerkt aan een sociaal bindweefsel dat gericht is op het verbeteren van de wijk. Een lokale drukkerij gooit bijvoorbeeld overgebleven papierresten niet weg, maar brengt ze naar het kinderdagverblijf op de hoek.
In een gymzaal, hier vindt burgerinnovatie dus plaats, verspreiden de deelnemers zich over de tafels
Een ander voorbeeld is de bijeenkomst met de titel ‘Geloven in duurzaamheid’. De bijeenkomst bracht de drie religies van de wijk, hun religieuze leiders, hun volgers en andere geïnteresseerden samen om in gesprek te gaan over duurzaamheid.
In een gymzaal, hier vindt burgerinnovatie dus plaats, verspreiden de ruim veertig deelnemers zich over verschillende ronde tafels. Aan elke tafel wordt een ander thema behandeld, waaronder duurzaamheid in heilige geschriften, duurzame praktijken, maar ook de financiering van duurzaamheid in het dagelijks leven. De gesprekken verlopen gemoedelijk, persoonlijke perspectieven en betekenissen worden uitgewisseld. Niet in de laatste plaats vanwege de nadruk op respectvol gedrag.
Ondanks de verschillen, blijken er toch veel overeenkomsten te zijn. Met nieuwe inzichten, ideeën, concrete acties en contacten lopen deelnemers na afloop naar het buffet, want eten verbindt.
Grassroots innovations hebben ook een politiserende werking
Grassroots innovations zijn gericht op het produceren van nieuwe kennis en inzichten, door praktisch aan de slag te gaan met lokale vraagstukken. Ze hebben een open karakter en kennen veel participatieve processen waar betrokken buurtbewoners aan deelnemen. Hierdoor hebben ze ook een politiserende werking, of wat De Geus en collega’s (2023) zeggen: ‘figuratieve verandermacht’. Ze laten zien wat hoe een mogelijke toekomst eruitziet.
Cocreatief, narratief en inclusief
Wat opvalt is dat het de initiatiefnemers van grassroots innovations lukt om een transformatieve ruimte te scheppen, waarin verandering mogelijk gemaakt wordt. Dat doen ze cocreatief, narratief en inclusief. Er is sprake van een cocreatieve aanpak waarin in gezamenlijkheid wordt gezocht naar gedeelde verlangens, ambities en een beeld van de toekomst. Denk aan duurzaamheid – het ideaal van Quartier Laak.
Grassroots innovations maken actief gebruik van verhalen. Niet alleen om de realiteit te vatten, maar ook om identiteit te creëren en een toekomstbeeld te ontwikkelen. Er vindt een wisselwerking plaats tussen individuele verhalen en grotere verhalen. Deze verhalen dragen een moreel appel voor een betere toekomst in zich en geven het perspectief weer van wat er mogelijk is als het ‘oude verhaal’ vastgelopen is.
Initiatiefnemers weten een ruimte te creëren die doet denken aan een vrijplaats
Grassroots innovations werken aan inclusiviteit. Initiatiefnemers weten een ruimte te creëren die open en gastvrij is en daarmee doet denken aan een vrijplaats. Een ruimte waar ontmoeting kan plaatsvinden, men op adem kan komen en actief kan bijdragen aan het initiatief en bijbehorende idealen.
Wat staat sociaal werkers te doen?
Burgerinnovatie is niet meer weg te denken uit onze samenleving. Sociaal werkers hebben daar zeker een taak in. Een bij mijn promotieonderzoek betrokken sociaal werker in Laak geeft aan dat dit het nieuwe normaal is voor het sociaal werk. Een sociaal werker moet zich verhouden tot het emergente, en dus niet het initiatief overnemen.
Sociaal werk kan een verbindende rol hebben tussen het collectief en de overheid of markt
Sociaal werk kan een verbindende rol hebben tussen het collectief en de overheid of markt. Niet de inhoud moet bevraagd worden, maar juist de kwaliteit van het cocreatieve, narratieve en inclusieve proces. Hoe cocreatief is deze, welke verhalen spelen er en wie kunnen nog meer betrokken worden?
Sociaal werkers kunnen een belangrijke verbindende rol spelen met sleutelfiguren in de context van het burgerinitiatief en de initiatiefnemers zelf. Zij kunnen deze sleutelfiguren mobiliseren en de verbinding leggen met sleutelverhalen.
Het emergente karakter van grassroots innovations rijmt niet altijd met de financiering van de gemeente
Daarnaast spelen sociaal werkers een rol in het profileren naar andere partijen, zoals gemeenten en fondsen. Ze zijn een ‘verlengstuk’ om daarmee deze initiatieven toekomstbestendig te maken. Dit vraagt ook iets van het contact met de gemeente: sociaal werkers sluiten graag aan bij deze initiatieven, het is zelfs de opdracht van sommige gemeente. Maar het emergente karakter van grassroots innovations is niet altijd te rijmen met de financiering van de gemeente. Sociaal werkers kunnen daarin een bemiddelende rol vervullen.
Hoewel deze initiatieven sterk zelforganiserend zijn, valt er voor sociaal werkers dus ook echt iets te doen en kunnen ze zich bij deze burgerinnovaties aansluiten. Hopelijk ziet ook de nieuwe (landelijke) overheid dat in.
Huub Purmer werkt bij Hogeschool Inholland, als docent bij de opleiding Social Work en als onderzoeker bij het lectoraat Empowerment & Professionalisering. Hij is zelf initiatiefnemer van verschillende burgerinitiatieven in Noord-Holland. Lees zijn proefschrift De magie van meedoen.