Hoe Deventer voorloper werd in versterken sociale basis

Deventer kreeg als enige onderzochte stad een opvallend goed rapport van overheidsdienst Toezicht Sociaal Domein: de stad is een voorloper in het versterken van de sociale basis. Hoe doen ze dat, wat kunnen gemeenten ervan leren? Op reportage.

Veel taken van de rijksoverheid op het gebied van zorg en welzijn zijn de afgelopen jaren naar gemeenten verschoven. Het idee erachter is dat burgers daardoor eerder en dichterbij zorg en ondersteuning krijgen. De nooit om beeldspraak verlegen zittende beleidsmakers noemen dit een ‘beweging naar de voorkant’, die, zo wordt verondersteld, gedragen kan worden door familie, naasten, sociale netwerken, mantelzorgers, vrijwilligers, welzijnswerkers, burgerinitiatieven en andere partijen.

Toezicht Sociaal Domein (TSD), een samenwerkingsverband van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugdzorg, Inspectie Justitie en Veiligheid, Inspectie van het Onderwijs en de Arbeidsinspectie, deed in vier gemeenten onderzoek naar deze beweging naar de voorkant. Duiven, Oosterhout en Schouwen-Duiveland blijven achter. De toezichthouder is vooral positief over de ontwikkelingen in Deventer.

Voorloper in versterking

Dat de hanzestad een voorloper is, is mede te danken aan Liesbeth Grijsen, de toenmalig wethouder van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Ze zag bijna drie jaar geleden veel op Deventer afkomen. Vooral de dubbele vergrijzing, het groeiende tekort aan zorgmedewerkers en een steeds schrijnender gebrek aan financiële middelen zouden de gemeente op termijn voor grote problemen stellen als het college van burgemeester en wethouders de dingen op hun beloop zouden laten.

‘We zoeken oplossingen in het dagelijkse leven en proberen niet meteen professionele hulp in te schakelen’

Om de voorzienbare problemen in het sociaal domein het hoofd te bieden, moest Deventer volgens Grijsen de voorkant snel gaan versterken. Met dat doel voor ogen stimuleerde het college de totstandkoming van Toekomstbestendige Wijken. In dit project werken formele en informele partijen samen aan versterking van de sociale basis in de wijk. Uitgangspunt is dat burgers eerst zelf een antwoord proberen te vinden op hun hulpvraag en dat zij pas als dat onverhoopt niet lukt een beroep doen op professionele ondersteuning.

Elkaars taal leren kennen

Het stadhuis van Deventer, een mengelmoes van verschillende bouwstijlen, is prachtig gelegen aan het Grote Kerkhof tegenover de Lebuinuskerk. In de Eerste Schrijfkamer vertelt gemeentelijk projectleider Judith Daneel wat de insteek van het gemeentelijk beleid is. ‘We zijn op zoek naar oplossingen in het dagelijkse leven en proberen niet meteen professionele hulp in te schakelen. Ook maken we op wijkniveau sociale netwerken mogelijk, zowel tussen bewoners onderling als tussen formele en informele partners. Om de integrale wijkaanpak vorm te geven, werken we daarom ook samen met collega's en organisaties in het fysiek domein. Daarbij is het cruciaal dat we elkaars taal leren kennen.’

Netwerk van 29 initiatieven

Toekomstbestendige Wijken is tweeënhalf jaar geleden gestart in de wijken Keizerslanden en Colmschate. Op krap twintig minuten elektrisch fietsen van het stadhuis, ligt het buurthuis Vijfhoek in de wijk Colmschate-Vijfhoek. Daar coördineert Molly Dost een netwerk van 29 initiatieven en organisaties die uitvoering geven aan de informele zorg: het Netwerk Informele Zorg Deventer (NIZoD).

Dost beschrijft haar ervaringen met Toekomstbestendige Wijken als een continue zoektocht. ‘Alle partijen, formeel en informeel, zoeken verbinding om de sociale basis te versterken om zo vragen om hulp en ondersteuning zo veel mogelijk in de wijk zelf te beantwoorden.’

Omzien naar iemand is eigenlijk belangrijker dan de daadwerkelijke klus

Een van de partijen van het NIZoD is een lokale afdeling van de nationaal opererende stichting Present, die vrijwilligers zoekt om mensen te helpen die geen geld of geen netwerk hebben en wier gezondheid, fysiek of mentaal, broos te noemen is. Zo was er een mevrouw met een kwetsbare gezondheid die een bed nodig had. Het NIZoD zocht partijen bij elkaar die dat samen met mevrouw hebben gerealiseerd. Dat gaf mevrouw adem, waardoor ze weer wat vertrouwen heeft gekregen, de deur uitgaat en nieuwe stappen durft te maken. Eigenlijk is omzien naar iemand belangrijker dan de daadwerkelijke klus.

Nieuw normaal

Omzien naar elkaar veronderstelt dat je elkaar kent, dat je elkaar vaker tegenkomt. Valentijn van Leersum, gemeentelijk beleidsmedewerker Toekomstbestendige Wijken stipte eerder die dag op het stadhuis aan dat het niet vanzelfsprekend is dat wijkbewoners elkaar ontmoeten. ‘We doen ons best om betaalbare en comfortabele huizen te bouwen voor iedereen, maar de sociale opgave dreigt er door de druk van de urgente bouwopgave soms bekaaid af te komen.’ Helaas, vindt hij. ‘Als je een geslaagde beweging naar de voorkant wilt maken, dan moet je een wijk idealiter zo inrichten dat bewoners elkaar kúnnen tegenkomen.’

Terug in de wijk in het noordelijke stadsdeel Keizerslanden benadrukt Wilco Jansen, manager samenleven bij woon- en zorgcentrum Humanitas Deventer, het belang van ontmoeting. ‘Als mensen elkaar kennen, willen ze vaak ook iets voor elkaar doen, bijvoorbeeld door samen een voorzorgcirkel te creëren. In een voorzorgcirkel zijn ouderen en wijkbewoners aan elkaar gekoppeld om samen activiteiten te ondernemen en kennis en ervaringen met elkaar te delen.’

‘We hebben ruimte nodig om te ritselen en te regelen en afscheid te nemen van wat niet werkt’

‘Om voorzorgcirkels op te zetten en uit te breiden tot groepen waarin jong en oud elkaar ontmoeten en versterken, hebben we ruimte nodig om te ritselen en te regelen en om afscheid te nemen van wat niet werkt. We hebben, met andere woorden, ruimte nodig om toe te werken naar een ‘nieuw normaal’ waarin wijkbewoners weer naar elkaar omkijken.’

Geen kralen sorteren

Ook aan de andere kant van de stad, een kwartiertje op de gemeentelijke e-bike zoevend over vrijliggende fietspaden, wordt hard gewerkt aan ontmoeting en omkijken naar elkaar. Op het erf van een voormalige melkveehouderij net buiten de oostelijk gelegen wijk Colmschate-Zuid in Deventer. Bij Bij Tjoonk tref je allerlei mensen aan, jong en oud, man en vrouw, die om wat voor reden dan ook niet in staat zijn om zelfstandig betaalde arbeid of vrijwilligerswerk te verrichten (zie de foto boven dit artikel).

‘We hebben het wel over zinvol werk, hè, niet over dagbesteding’

Bij Tjoonk is door Jeroen Spikker en zijn vrouw Marleen vanaf 2017 omgevormd tot een leer- en werkbedrijf. Naar haar of zijn mogelijkheden en belastbaarheid werkt iedereen in de stal, op het land, in het bos, in de keuken of in de werkplaats. Jeroen Spikker: ‘We hebben het wel over zinvol en betekenisvolwerk, hè, dat ik geen dagbesteding zou willen noemen. Ik moet er niet aan denken dat we, zoals soms in de dagbesteding gebeurt, mensen ’s ochtends een verzameling kralen onder de neus schuiven met het verzoek die te sorteren, om aan het einde van de dag alle kralen in een doos weer bij elkaar te gooien. Er zijn genoeg werkzaamheden die anders niet gedaan worden, zoals onze klussendienst. Bij ons doen mensen, zoals Jordi en Hugo, werk dat niet alleen zinvol en betekenisvol is, maar dat ook bijdraagt aan hun eigenwaarde.’

Jordi: ‘Behalve dat het hier fijn is en we van elkaar en de begeleiders leren, is er ook een gevoel van saamhorigheid.’ Hugo: ‘We hebben allemaal wat, dat schept een band.’

‘Het is cruciaal dat onze medewerkers veel andere mensen ontmoeten, niet alleen diegenen uit hetzelfde systeemhokje’

Zoals bij alle projecten binnen Toekomstbestendige Wijken is er ook bij Bij Tjoonk veel aandacht voor ondersteuning. Spikker: ‘Voor ons is het cruciaal dat onze medewerkers, die via de Wet langdurige zorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning bij ons terechtkomen, zoveel mogelijk andere mensen ontmoeten, niet alleen diegenen uit hetzelfde zorgsysteemhokje. We ondersteunen onze medewerkers dus niet alleen bij hun ontwikkeling, maar ook bij het leren leggen van contacten en bij communicatie, ook met wijkbewoners.’

Leerproces

De exploratieve fietstocht door Deventer afsluitend, merkt projectleider Daneel op – zij trad ook op als gids – dat werken aan een beweging naar de voorkant vooral een leerproces is. ‘We pakken de kansen die we onderweg tegenkomen en proberen te leren van de gezamenlijke ervaringen. Gebleken is dat we de sleutelelementen van de Deventer aanpak – ontmoeting, verbinding, vertrouwen en samenwerking – nooit als vanzelfsprekend mogen beschouwen. We moeten er steeds weer tijd en energie in stoppen. Ook is duidelijk geworden dat we altijd moeten zoeken naar creatieve oplossingen, vooral als wet- en regelgeving onneembare barrières lijken op te werpen. Vaak zijn er, als je er wat beter naar kijkt, meer mogelijkheden dan je in eerste instantie veronderstelt.’

Begin 2026 gaat Toezicht Sociaal Domein opnieuw in gesprek met Deventer over de voortgang van het beleid om samen met lokale partners een vangnet te bieden aan burgers die het (even) niet redden in het leven. Een belangrijk onderwerp is de vraag of professionals vaker het onwennige gesprek met burgers aangaan om zorg en ondersteuning eerst in het eigen netwerk te zoeken.

Jan van Dam is freelancejournalist.

Foto: Bij Tjoonk