In de vakantie las ik het meesterwerk Geloof der kameraden uit 1969, van de onvolprezen Karel van het Reve. Het is een raadsel dat na het verschijnen van dit boek er überhaupt nog mensen waren die brood zagen in de leer van het marxistisch-leninisme. Van het Reve scheef het boek om dat juist in die periode linkse Nederlandse intellectuelen massaal Cuba omarmden. Harry Mulisch, Peter Schat, Han Lammers en Jan Hein Donner richtten in 1968 zelfs het Comité van Solidariteit met Cuba op, om de heilstaat verder te promoten.
Karel van het Reve was zijn tijd ver vooruit en wist waarover hij praatte
Zelf ben ik decennia later in Cuba geweest. Ik heb toen de navrante gevolgen van het langdurig frustreren van elke vorm van ondernemerschap helaas met eigen ogen kunnen aanschouwen. Als je niet kon honkballen of tot de Buena Vista Social Club behoorde, was cynisme of lethargie je onvermijdelijke lot.
Van het Reve was niet alleen zijn tijd ver vooruit, hij wist als hoogleraar Slavische letterkunde, kenner van het Russisch én correspondent in Moskou (1967-1968) waarover hij praatte. Hij was bovendien een bijzonder vileine en erudiete essayist.
Spontaan uit een hotelraam vallen
Van het Reves kritiek op het marxistisch-leninisme bestaat grofweg uit drie elementen. Het eerste is het volkomen onwetenschappelijke karakter van de leer. De meest basale testen, zoals falsificatie of empirisch bewijs, leiden zelfs met de meeste welwillende blik tot de onvermijdelijke conclusie dat die volledig falen.
Het tweede punt van kritiek: om de wetenschappelijke naaktheid te verhullen maakten de protagonisten van het gedachtegoed gebruik van schaamlappend jargon. Daaroverheen kon Van het Reve zijn snedige inkt lustig laten vloeien. Communisten konden elk argument weerleggen door iets ‘burgerlijk’ te noemen of ‘dialectisch’ en ‘objectief’ niet deugdelijk. Niemand wist wat dat betekende maar de criticasters in kwestie konden zomaar vijanden van het volk worden.
Tot slot – en nauwelijks verrassend gezien de vorige twee punten – is er in die wereld een pertinente intolerantie voor elke vorm van kritiek. Terwijl iedere leer juist gedijt bij kritiek: zo kunnen aannames worden getoetst of aangescherpt, en fouten gecorrigeerd. Maar in Rusland leidde kritiek tot een enkele reis naar de Goelag-Archipel of spontaan uit een hotelraam vallen.
Grote aantrekkingskracht
In ons land kende de CPN een nog groter schisma dan de protestantse kerk, die nota bene een nieuwe variant stichtte omdat men het niet eens kon worden over een sprekende slang. In 1958 werden gevierde oorlogshelden de CPN uitgetrapt vanwege het luttele feit dat zij de onfeilbaarheid van de Sovjet-Unie ter discussie wilden stellen.
Nu kun je zeggen, ach, iedere generatie heeft het recht op zijn eigen naïviteiten. En het is natuurlijk ook niet zo dat we nu nog geloven in Rusland als een eldorado of dat we alles wat Marx schreef voor zoete koek slikken. Maar toch. Er is één element in het gedachtegoed van Marx dat ook nu nog een opmerkelijk grote aantrekkingskracht heeft op mensen in het politieke linkerrijtje.
Om dat te snappen moeten we teruggaan naar de bron. Marx schetste namelijk een nogal eendimensionaal beeld van het kapitalisme: er is een kapitalist die geld verschaft voor machines en vastgoed. De kapitalist huurt arbeiders in die hun eigen loon terugverdienen en daarnaast meerwaarde creëren. De meerwaarde wordt vervolgens door de achteroverleunende kapitalist geïncasseerd. Marx vond zulks onrechtvaardig en in zijn heilstaat zou er een rechtvaardigere verdeling van de revenuen plaatsvinden.
Bedrijven worden weggezet als sprinkhanen en winst wordt gezien als vies
De gevolgen van het geloof in deze karikatuur zijn tot op de dag van vandaag pijnlijk voelbaar. Marktwerking wordt niet zelden tot de schuld van alles verklaard, bedrijven worden weggezet als sprinkhanen en winst wordt gezien als vies en corrumpeerbaar. Vooral ondernemers in de semipublieke sector zijn het slachtoffer van dit gemankeerde beeld: die zijn dubbelslecht omdat ze belastinggeld aan het binnen harken zijn.
Minimaal drie denkfouten
De aanhangers van dit beeld maken minimaal drie serieuze denkfouten. Ten eerste ontbreekt in de wereld van Marx de notie van risico’s. Ondernemers steken eigen geld risicovol in een onderneming. Dat kan goed aflopen, maar ook minder goed. Dan leidt een onderneming verlies en gaat die in extremis zelfs failliet.
Ondernemers die achterover leunen, gaan doorgaans failliet, in de echte wereld moeten zij hard werken
Ten tweede bestaat nog altijd het karikaturale beeld van de sigaar rokende kapitalist die in zijn leunstoel afwacht totdat zijn vlijtige arbeiders de gebraden kippetjes binnen komen brengen. Dit moge een realistisch beeld zijn geweest in het begin van de industriële revolutie in Engeland (en het roept wellicht associaties op met Elon Musk en consorten), het doet de meeste ondernemers in Nederland volstrekt tekort.
Ondernemers die achterover leunen, gaan doorgaans failliet. In de echte wereld moeten zij hard werken. Ze nemen mensen aan, onderhandelen met opdrachtgevers en leveranciers, moeten beslissingen nemen over prijs, product en vastgoed. Elk van die beslissingen levert risico’s op en kansen.
Ondernemers moeten een groot incasseringsvermogen hebben, want er zijn zoveel beslissingen te nemen dat er altijd dingen fout gaan. En dat geldt zeker in de grillige wereld van semipublieke diensten waar overheden hun beleid elke keer weer (dreigen te) veranderen. Uiteraard voldoet ook dit tegenbeeld niet altijd en overal. Vooral als de kwaliteit niet goed meetbaar is of de concurrentie beperkt, gaan ondernemers meer op de kapitalist à la Marx lijken.
Overheid kan niet alles
De derde denkfout zie ik vaak opdoemen in het huidige politieke discours: een flagrant gebrek aan besef van de beperkingen van wat de overheid vermag. Let wel, ik werk zelf voor de overheid en heb geen enkele behoefte om ambtenaren te bashen. Tegenover het beeld van de achteroverleunende ondernemer staat de onkreukbare Dorknoper die de wet boven de mens plaatst.
Tegenover het falen van de markt staat het falen van de overheid
De overheid kan immers niet alles. Neem bijvoorbeeld de zorg. De gedachte dat de overheid de varkentjes in die sector wel even schoonwast, staat haaks op de empirie. In het Verenigd Koninkrijk is de National Health Service (NHS) een ramp, met onder meer lange wachtlijsten tot gevolg. En de ellende met de toeslagen en het Groningse gas is ook niet door de markt veroorzaakt.
We hebben het aan Karel van het Reve te danken dat we snappen waarom het gedachtegoed van Marx failliet is, al is de wereld niet zwart-wit. Niet iedere ondernemer werkt zich in het zweet om het faillissement te vermijden, niet iedere arbeider voldoet aan het cliché van Marx en de overheid kent ook beperkingen.
Er valt wel een wereld te winnen als we ondernemerschap in zijn volledigheid kunnen omarmen. Ondernemers hebben ruimte nodig om fouten te maken en daarvan te leren. En ze mogen profiteren als ze succesvol zijn. Maar wel met een stok achter de deur om niet te ontaarden in de karikatuur van charlatan Marx.
Marcel Canoy is hoogleraar gezondheidseconomie en dementie aan de VU. Hij is daarnaast werkzaam bij VitaValley en bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM).