COLUMN Niks marktwerking in publieke dienstverlening: eigen verzorgingsstaat eerst

Gaat het kabinet-Schoof vooral bakzeil halen in Brussel? Niet als het ook zijn pijlen richt op de aanbestedingsregels die bepalen dat de financiering van de Nederlandse publieke sector een Europees level playing field behoeft, betoogt Jos van der Lans.

Dat er een wat andere wind door Europa waait, wil niet zeggen dat dwarse Nederlandse ministers in de Europese hoofdstad met luid applaus worden verwelkomd. Hoe je het ook wendt of keert: Europa is een gezamenlijk project en dus bestaat er terughoudendheid om landen uitzonderingsposities te gunnen.

Toch is er voor het kabinet-Schoof in Brussel meer te halen dan louter bakzeil. Bijvoorbeeld als het zijn pijlen richt op de doorgeschoten aanbestedingsregels die ervan uitgaan dat voor de financiering van de Nederlandse publieke sector een Europees level playing field nodig is.

Aanbestedingsregels

Sinds jaar en dag worstelen in Nederlandse stadhuizen wethouders, beleidsmedewerkers en juristen met door Europa voorgeschreven regels over het in de markt zetten van publieke dienstverlening. Denk daarbij aan jeugdzorg, welzijnswerk, opvangvoorzieningen en andere vormen ondersteuning waarvoor gemeenten verantwoordelijk zijn.

Organisaties halen alles uit de kast om of te voorkomen dat ze omzet kwijtraken

Om de zoveel jaar zijn gemeenten verplicht om een zogenaamde uitvraag uit te schrijven, waarin organisaties tegen elkaar opbieden om voor een langere termijn een overheidsopdracht te verwerven.

Dat kost handenvol tijd en geld. Organisaties halen alles uit de kast om te voorkomen dat ze omzet kwijtraken. Ook grijpen ze de mogelijkheid aan om te kunnen groeien. Ze huren gespecialiseerde tekstschrijvers en vormgevers in om hun aanbod extra allure te geven en – o wonder! – de innovatieve voornemens spatten van het papier af. En dat alles tegen een scherp concurrerende prijs.

De treurigheid is dat de fraaie beloften na de gunning vaak verdampen

Zo kan het gebeuren dat het straathoekwerk na een periode van 25 jaar en louter positieve evaluaties plots in handen komt van een organisatie van buiten, die op het formulier een puntje meer scoorde, zoals een paar jaar geleden in Utrecht gebeurde. Of dat lokale welzijnsorganisaties ineens het nakijken hebben bij het beheer en gebruik van buurtcentra, omdat een buitenstaander een scherpere prijs biedt, zoals in Leiden het geval was. Of moet een voorziening voor zwaar problematische jongeren na jaren de deuren sluiten, omdat de nieuwe aanbieder een andere koers meent te moeten varen, een ervaring waar men in Noord-Holland wakker van heeft gelegen.

De treurigheid is dat de fraaie beloften na de gunning vaak verdampen, de werkelijkheid blijkt weerbarstig.

Discontinuïteit

Veel gemeenten worstelen hiermee. In plaats van georganiseerde discontinuïteit zouden ze liever duurzame samenwerking willen bewerkstelligen. Geven ze de voorkeur aan langdurige betrekkingen met organisaties waarin kwaliteit de kans krijgt om te groeien. In steeds meer stadhuizen wordt gezocht naar mogelijkheden om aan het aanbestedingskeurslijf te ontsnappen. Bijvoorbeeld door te kiezen voor steeds langere termijnen, oplopend tot wel negen jaar. Of door te vluchten in een vorm van jaarlijkse begrotingssubsidiëring, met alle haken en ogen van dien.

In een enkel geval kiest men zelfs voor vormen van inbesteding, wat erop neer komt dat de dienstverlening deel gaat uitmaken van de gemeentelijke organisatie.

Het zijn vooral juristen die een waarschuwend vingertje opsteken. Hun mantra: het mag niet van Europa

Het zijn vooral juristen die hier een waarschuwend vingertje opsteken. Hun mantra: het mag niet van Europa. Zij beroepen zich op Europese regels die hun beslag hebben gekregen in Nederlandse wetgeving. Hugo de Jonge riep in de periode dat hij als minister verantwoordelijk was voor de jeugdzorg dat hij de kwestie in Europa aan de orde zou gaan stellen. Door alle coronaperikelen is ervan dat voornemen weinig terechtgekomen.

Zelfbepaling

Het creëren van meer ruimte voor gemeenten om zelf te bepalen hoe zij publieke dienstverlening willen contracteren en controleren past naadloos op het streven van de coalitiepartijen om de bureaucratie te bestrijden en de bestuurlijke kwaliteit te bevorderen. Ze kunnen, om te beginnen, korte metten maken met het bizarre idee dat de publieke sector een markt is waarvoor het nodig is om zelfs voor mogelijke internationale partijen een level playing field te installeren.

Het idee dat een Duitse of Franse aanbieder in Meppel de voorzieningen uit de Wet maatschappelijke ondersteuning zou gaan uitvoeren, is te bizar voor woorden. Bovendien zitten we in de jeugdzorg, het welzijnswerk, het buurtwerk en de sociale hulpverlening niet te wachten op concurrentie tussen organisaties, maar op samenwerking van professionals. Het is van het grootste belang dat wettelijke en bestuurlijke belemmeringen daarvoor worden weggenomen. De aanbestedingstombola is zo’n belemmering.

Geef gemeenten ruimte om duurzame relaties aan te gaan

Tot die bevinding zijn we niet alleen in Nederland gekomen, maar veel andere lidstaten van de Europese Unie neigen inmiddels naar dezelfde conclusie. Niks marktwerking in de publieke dienstverlening: eigen verzorgingsstaat eerst. Daarom is het zaak om daar in Brussel een politiek punt van te maken.

Maak het juridisch kader minder dwingend, maak uitzonderingen mogelijk. Geef gemeenten ruimte om duurzame relaties aan te gaan, die niet om de zoveel jaar op de proef worden gesteld. Bijval gegarandeerd. En daarmee een gerede kans dat dit kabinet behalve Brussels bakzeil ook met een succesje thuis kan komen.

Jos van der Lans is cultuurpsycholoog en publicist. In 2023 verscheen van zijn hand bij Movisie het essay: Ontsnappen aan aanbesteden. Buurten en wijken als vitale democratische arena’s.

Reacties 1

  1. Bovenstaande is reeds lang geleden door Thierry Baudet in 2012 al gesteld in zijn proefschrift “Aanval op de Natiestaat”. Hierbij wordt gesteld dat de soevereiniteit van het parlement steeds verder wordt ondergraven en de nationale identiteit verwatert.
    Hij laat hierbij zien dat zonder nationale soevereiniteit de democratische rechtsstaat niet kan functioneren.

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *