Bestaanszekerheid was een prominent thema tijdens de afgelopen verkiezingen. Weet je nog wel? Uit de winst van NSC blijkt dat het onderwerp veel kiezers aanspreekt. Eigenlijk best opvallend, want als je iemand vraagt wat het betekent, moeten de meesten het antwoord schuldig blijven. De meeste mensen zullen denken aan het toeslagenschandaal, hét voorbeeld van hoe geïnstitutionaliseerd wantrouwen een bedreiging vormt voor bestaanszekerheid. Maar hoewel heus veel mensen dat vreselijk zullen vinden, geloof ik toch dat er meer achter de populariteit van de term zit.
Bestaanszekerheid appelleert aan een diepgevoeld verlangen naar stabiliteit. Maar wat betekent het nu?
Waarschijnlijk was het een breed gedeelde onzekerheid die ervoor zorgde dat het thema een gevoelige snaar raakte. Zelfstandigen maken zich zorgen om hun pensioenopbouw, starters worstelen met het vinden van een eigen huis, en uitkeringsgerechtigden vragen zich af of zij financieel het einde van de maand redden. Bestaanszekerheid appelleert aan een diepgevoeld verlangen naar stabiliteit. Maar wat betekent het nu?
Inkomenszekerheid
Volgend jaar is het precies een halve eeuw geleden dat bestaanszekerheid in de Grondwet werd vastgelegd als een zorg van de overheid. Ook het toenmalige kabinet-Den Uyl kreeg van de Tweede Kamer de vraag wat de term eigenlijk betekende. Ironisch genoeg kwam er een nogal onzekere reactie: ‘Wij hebben alleen een zekere notie dat er een grens is waar beneden men niet meer van bestaanszekerheid kan spreken: de armoedegrens, het bestaansminimum.’
Bestaanszekerheid werd dus gelijkgesteld aan inkomenszekerheid, en dat is nog steeds zo in het politieke debat. Over hoe je dat bereikt, verschillen de analyses van politieke partijen wel. Voor rechts betekent dit vooral dat werk moet lonen, links bepleit inkomensherverdeling door hogere uitkeringen en minimumloon.
Olievlekwerking
Maar bestaanszekerheid omvat veel meer dan alleen inkomen. De wetenschappelijke literatuur over precarity, oftewel bestaansonzekerheid, laat dit zien. Daarin gaat het over de olievlekwerking ervan. De Amerikaanse filosoof Judith Butler onderzoekt hoe onzekerheid op één levensgebied kan uitwaaieren naar andere terreinen. Neem bijvoorbeeld werk en huisvesting. Een onzekere arbeidsmarkt met kortdurende contracten bemoeilijkt het verkrijgen van een hypotheek of zelfs een huurcontract. Omgekeerd maakt een instabiele woonsituatie het lastig om een baan te vinden en vol te houden. Beide kunnen leiden tot spanningen binnen relaties of gezinnen. En voortdurende bestaansonzekerheid staat het maken van toekomstplannen in de weg.
Die onzekerheid is door consulenten van de sociale dienst nauwelijks weg te nemen
Deze onzekerheden zien mijn collega’s en ik ook terug in lopend onderzoek onder bijstandsgerechtigden. Maar daarin valt nog iets anders op: bestaansonzekerheid is niet alleen het resultaat van een vastzittende woningmarkt en flexibilisering op de arbeidsmarkt; het is ook geworteld in pijnlijke ervaringen uit het verleden, vooral als hun levensverhaal getekend is door discriminatie en sociale uitsluiting.
Onder de huid
Mensen vertelden over discriminatie door overheidsinstanties en werkgevers, over terugbetalen van onterecht ontvangen toeslagen met boetes erbovenop. Ze vertelden over hun angst om de uitkering te verliezen en de gevreesde gevolgen daarvan voor bijvoorbeeld de zorg voor hun kinderen. Dit soort ervaringen gaan onder de huid zitten en maken pas echt onzeker. En die onzekerheid is door consulenten van de sociale dienst nauwelijks weg te nemen. Zelfs niet wanneer zij mensen op het hart drukken dat er niets gebeurt wat zij niet willen.
De arbeidsmarkt is goed momenteel, maar niet voor iedereen
De Participatiewet wordt grondig herzien. Een leidend principe achter die hervorming is vertrouwen. Daarmee wordt vooral bedoeld: afrekenen met geïnstitutionaliseerd wantrouwen in bijstandsgerechtigden. Dat is zeker belangrijk, maar hoe zit het eigenlijk met herstel van vertrouwen in de overheid?
De verhalen van bijstandsgerechtigden uit ons onderzoek maken duidelijk dat de grondwettelijke taak om voor bestaanszekerheid te zorgen, begint met het terugwinnen daarvan. Hoe? Draai mensen geen rad voor ogen. Wees eerlijk en reëel over hun kansen op werk. Want ja, de arbeidsmarkt is goed momenteel, maar niet voor iedereen.
Thomas Kampen is socioloog en hoogleraar Sociaal Werk bij de Universiteit voor Humanistiek
Foto: Jos Kuklewski