Onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) liet recent zien dat een aanzienlijke minderheid van de Nederlanders harde acties tegen de overheid steunt. Bijna een derde van de Nederlanders blijkt van mening te zijn dat hardere actie nodig is tegen de overheid als ze keer op keer niet luistert en 18 procent meent dat de overheid zo slecht functioneert dat het hele systeem het beste omvergeworpen kan worden. 6 procent geeft zelfs aan dat de overheid het verdient om hard aangepakt te worden, desnoods met geweld.
Het SCP benadrukt terecht dat steun uitspreken voor zulke acties anders is dan daar gehoor aan geven, en dat verreweg de meeste mensen geweld en ordeverstoringen afkeuren. Toch laten recente demonstraties in binnen- en buitenland zien dat sommigen deze steun wel degelijk vertalen in stevige acties, met alle gevolgen van dien.
Theoretisch geschoolden zijn sterk oververtegenwoordigd in alle lagen van de overheid
Steun voor harde acties tegen de overheid is een duidelijke uiting van politieke onvrede. Eerder relateerden Kuppens en collega’s deze steun al aan maatschappelijk onbehagen, en het SCP voegt daar onder andere onvrede over de opeenstapeling van maatschappelijke problemen in Nederland aan toe.
Opvallend is dat het SCP-onderzoek een duidelijke opleidingskloof toont. Van de mensen die studeerden aan een universiteit of hogeschool steunt slechts 9 procent de harde acties, tegenover 28 procent van de mensen die alleen het basisonderwijs of vmbo hebben afgerond. Hoe kunnen we deze opleidingskloof begrijpen? En wat zegt dit over hoe veel praktisch geschoolden zich tot de politiek verhouden?
Diplomademocratie
Nederland is een schoolvoorbeeld van een diplomademocratie. Theoretisch geschoolden doen niet alleen actiever mee met politieke besluitvorming, zij zijn ook sterk oververtegenwoordigd in alle lagen van de overheid. Eerder onderzoek laat zien dat dit tot gevolg heeft dat praktisch geschoolden merken dat hun standpunten minder weerklank vinden in de politiek. Zij ervaren ook een grote afstand tot veel (theoretisch geschoolde) politici in wie zij zichzelf niet herkennen. Deze afstand draagt in belangrijke mate bij aan hun politieke onvrede.
Veel praktisch geschoolden ervaren dat op hun manier van spreken, voorkomen en voorkeuren wordt neergekeken
Deze ervaren afstand is hoofdzakelijk cultureel van aard: je opleidingsniveau hangt sterk samen met hoe je jezelf uitdrukt, de kleding die je draagt, wat je graag doet in je vrije tijd en hoe je naar de wereld kijkt – oftewel, je leefstijl. In Nederland zijn de leefwerelden van theoretisch en praktisch geschoolden sterk gescheiden.
Daarbovenop zijn de daarmee samenhangende leefstijlen verweven met mechanismen van in- en uitsluiting: terwijl de leefstijl van theoretisch geschoolden aanzien geniet in de samenleving, ervaren veel praktisch geschoolden dat op hun manier van spreken, voorkomen en voorkeuren wordt neergekeken.
Praktisch geschoolden zien voornamelijk politici met een cultureel elitaire leefstijl
Deze dynamiek heeft ook zijn weerslag op de politiek, zeker in diplomademocratieën zoals de Nederlandse. Wanneer praktisch geschoolde burgers menig politicus zien spreken, zullen zij niet alleen vaker ervaren dat deze politicus standpunten verkondigt die verschillen van die van henzelf. Zij merken dan ook dat hun leefwereld grotendeels afwezig is in de politiek. Ze zien voornamelijk politici met een cultureel elitaire leefstijl die vaak gepaard gaat met dedain voor de meer ‘volkse’ leefstijl van henzelf.
Dociliteit en verzet
Wij verwachtten dat praktisch geschoolden grofweg op twee manieren kunnen reageren wanneer zij worden geconfronteerd met politici met een elitaire culturele levensstijl. Zij kunnen hierdoor dociliteit tonen: hun eigen sociale status lager inschatten en het idee krijgen dat hun eigen mening minder waard is.
Maar studies naar statusverschillen laten zien dat mensen ook hun eigenwaarde verdedigen wanneer zij ervaren dat zij minder serieus worden genomen. Praktisch geschoolden kunnen daarom juist ook in verzet komen, en boos worden of harde acties tegen de overheid steunen, als zij met een cultureel elitaire politicus worden geconfronteerd.
De ‘volkse’ politicus zegt dat hij graag bier drinkt in de kroeg
Wij toetsten deze verwachtingen aan de hand van een survey-experiment onder een representatieve steekproef van de Nederlandse bevolking. Wij wilden situaties nabootsen waarin mensen op televisie of sociale media een korte video van een politicus zien. Respondenten kregen willekeurig één van zestien video’s te zien waarin telkens dezelfde acteur zich voordoet als een politicus.
Elitaire versus volkse politicus
De politicus had in verschillende video’s een verschillend uiterlijk en leefstijl. Dit is te zien in figuur 1. Sommigen zagen de ‘elitaire’ politicus Roderick van der Veer, die op een keurige toon vertelt dat hij graag naar het theater gaat. Anderen kregen een video te zien van de ‘volkse’ politicus Rob de Bruin, die gekleed in een trui en met tatoeage uitstekend onder zijn mouw, zegt dat hij graag bier drinkt in de kroeg.
Zowel Rob als Roderick liet in de helft van de video’s cultureel conservatieve en in de andere helft progressieve standpunten horen. Ook wisselde hij het gebruik van populistische of niet populistische retoriek af. Daardoor was het mogelijk om de invloed van het uiterlijk en de leefstijl van de politicus in kaart te brengen, los van de rol van zijn standpunten en retoriek.

Figuur 1. De elitaire politicus (linkerfoto) en de volkse politicus (rechterfoto).
We onderzochten of de kleine veertienhonderd praktisch geschoolde respondenten die geconfronteerd werden met de elitaire politicus anders reageerden dan zij die werden geconfronteerd met de volkse politicus.
Steun voor harde acties
Praktisch geschoolden die de video met de elitaire politicus te zien kregen, spraken meer steun uit voor harde acties tegen de overheid dan praktisch geschoolden die de volkse politicus zagen. We zagen bovendien dat dit onder theoretisch geschoolden niet het geval was.
Steun voor harde acties houdt verband met de afwezigheid van hun leefstijl in de politiek
Dit wijst erop dat steun voor harde acties tegen de overheid niet alleen samenhangt met inhoudelijk gemotiveerde politieke onvrede onder praktisch geschoolden, maar dat het ook verband houdt met de afwezigheid van hun leefstijl in de politiek en hun ervaring dat die daar minder wordt gewaardeerd.
Weliswaar is het gevonden effect bescheiden, maar gezien het karakter van het Nederlandse politieke bestel – waarin naar verhouding bijna drie keer zo veel theoretisch geschoolde politici in het parlement zetelen dan er theoretisch geschoolden in de samenleving zijn – betekenisvol voor de hedendaagse politiek. Zeker omdat de elitaire politicus in ons experiment niet expliciet zijn dedain uitsprak voor de leefwereld van vooral praktisch opgeleide burgers, zoals Hillary Clinton dat eerder wel deed met haar beruchte ‘basket of deplorables’-opmerking.
Om verzet op te wekken is het blijkbaar al voldoende als politici ‘gewoon zichzelf’ zijn
Om verzet tegen het politieke bestel op te wekken onder praktisch opgeleide burgers – nog steeds een aanzienlijke meerderheid van het Nederlandse electoraat – is het blijkbaar al voldoende als politici ‘gewoon zichzelf’ zijn. Dan toont immers het leeuwendeel van hen een cultureel elitaire leefstijl die gebruikelijk is in theoretisch geschoolde kringen.
Politieke partijen zouden dat in het achterhoofd kunnen houden bij de rekrutering van politici die politieke onvrede willen verminderen en burgers ergens van willen overtuigen. De observatie dat ook politici die dat proberen op sterk gepolitiseerde dossiers als klimaatmaatregelen en asiel en migratie, vaker een cultureel elitaire dan volkse leefstijl tentoonspreiden, toont dat daar nog een wereld valt te winnen.
Kjell Noordzij, Willem de Koster en Jeroen van der Waal zijn verbonden aan het Erasmus Institute on Culture and Stratification binnen de Erasmus Universiteit Rotterdam, waar ze onder andere betrokken zijn bij de masteropleiding Polarisatie, Democratie en Samenleving.
Deze bijdrage is gebaseerd op: Noordzij, K., W. de Koster, & J. van der Waal (2024), Politicians’ high-status signals make less-educated citizens more supportive of aggression against government: A video-vignette survey experiment. British Journal of Sociology. DOI: 10.1111/1468-4446.13099.
Foto: Frank Magdelyns via Pexels.com