Kees Schuyt, nestor van de Nederlandse rechtssociologie, stelt in zijn bijdrage aan het Liber Amicorum voor emeritus hoogleraar Godfried Engbersen de klassieke sociologische vraag naar wat een moderne samenleving bij elkaar houdt. Zijn antwoord staat in de titel van zijn bijdrage: de bindingskracht van een samenleving bestaat uit vertrouwen, vrijheid en moreel besef.
Vermijdingsgedrag
Schuyts drieslag doet denken aan die van de Duitse staatsrechtgeleerde Ernst-Wolfgang Böckenförde, die in 1965 stelde dat een seculier-liberale samenleving bij elkaar gehouden wordt door moreel besef en verbindend ethos. Hij voegde daaraan toe dat die bestaansvoorwaarden – gebaseerd op systemen van markt en staat – door de staat niet kunnen worden aangemaakt.
Zijn theorema luidt dat de staat deze voorwaarden niet kan afdwingen zonder de vrijheid te schaden. Bovendien, zo stelde Böckenförde, schieten instrumenten als: beprijzen, sanctioneren en verbieden te kort om vertrouwen en moreel besef te bevorderen. Sterker nog, wanneer markt- en bureaucratische systemen het maatschappelijk leven overheersen, stort de democratische rechtsstaat uiteindelijk in, het Böckenförde-moment.
Veel academici en beleidsmakers gaan deze vraag al decennia uit de weg
Terug naar Schuyt: hij stelt in zijn bijdrage aan het eerbetoon aan Engbersen wel de juiste vraag – naar de bestaansvoorwaarden van de samenleving – maar gaat niet in op de herkomst van vertrouwen en moreel besef. Schuyt staat daarin niet alleen. Veel academici en beleidsmakers gaan deze vraag al decennia uit de weg.
In plaats daarvan hebben ze tal van proxies bedacht voor moreel besef en verbindend ethos zoals: actief burgerschap, gemeenschapszin, sociale cohesie en vooral sociaal kapitaal. Deze toverwoorden hebben ze ontdaan van elke kleur, tegelijkertijd veronderstellen ze moraliteit of een andere normatieve inkleuring van samenleven. Bovendien verhullen ze dat de morele infrastructuur van de samenleving en de totstandkoming van verbindend ethos geen neutrale fenomenen zijn. Dat het integendeel normatief geladen en zelfs politieke invullingen van het goede leven zijn.
Toverwoorden
Rapporten en adviezen over de weerbare samenleving en de democratische rechtsstaat staan vol met toverwoorden.
Kapitaal is een metafoor uit de economie, cohesie uit de natuurkunde, maar saamhorigheid?
SCP-directeur Van Oudenhoven bijvoorbeeld stelde in haar oratie aan de Vrije Universiteit het belang van gemeenschapszin voor maatschappelijke veerkracht centraal. In een interview met de Volkskrant op 27 juni 2025 zei ze, in referentie aan haar vertoog, dat sociaal kapitaal – de relaties van mensen en hun onderlinge vertrouwen – zorgt voor saamhorigheid en sociale cohesie.
Het is niet dat Van Oudenhoven ongelijk heeft, maar zegt ze hier niet drie keer hetzelfde in andere woorden? Kapitaal is een metafoor uit de economie, cohesie uit de natuurkunde, maar saamhorigheid? Dat klinkt al behoorlijk moreel.
Misschien dat deze concepten de schijn van exacte wetenschap moeten hooghouden. Denktank DenkWerk (2025) om een ander voorbeeld te nemen, schrijft in Weerbaarheid by Design dat we moeten investeren in vertrouwen in instituties, actieve burgerbetrokkenheid en gemeenschapszin om te komen tot een weerbare samenleving.
Het gebruik van toverwoorden houdt de illusie van ontwikkeling in stand
Ook dat kan wel zijn, maar de vraag is hoe én wie, kan en moet investeren in vertrouwen in instituties. En waar moet actieve burgerbetrokkenheid of gemeenschapszin vandaan komen? Daar wordt advieswerk plotseling heel politiek.
Desillusie
Het gebruik van toverwoorden houdt de illusie van ontwikkeling in stand. Dat is ook de desillusie van de Amerikaanse politicoloog Robert Putnam. Zijn boeken Making Democracy Work (1993) en Bowling Alone (2000) hebben generaties van wetenschappers en beleidsmakers beziggehouden. Om uit te zoeken wat dat sociaal kapitaal nu eigenlijk is en hoe het werkt, bracht hij 33 topwetenschappers bij elkaar aan Harvard's Kennedy School of Government. Zeven jaar lang deden ze onderzoek.
In gesprek met Lula Garcia-Navarro van de New York Times (juli 2024) vraagt Putnam zich af: ‘Wat heb ik met mijn tijd gedaan? Ik heb het Saguaro Seminar opgezet, dat er alles aan deed om slimme mensen, zowel praktijkmensen als intellectuelen, bij elkaar te brengen om deze problemen op te lossen. En van alles wat ik heb gedaan, is dat waarschijnlijk de grootste mislukking.’
Moreel besef ontwikkelen mensen in de herhaalde ontmoeting met anderen
Begrippen zoals sociaal kapitaal, zo moest Putnam erkennen, hebben géén werkingskracht in de praktijk. Ze zorgen met andere woorden niet voor sociale cohesie. Wel kunnen mensen die elkaar ontmoeten in het echte leven mogelijk door de jaren heen moreel besef en verbindend ethos ontwikkelen.
Willen we een weerbare samenleving, dan moeten we af van de maakbaarheidsgedachte. Moreel besef ontwikkelen mensen in de herhaalde ontmoeting met anderen. Daar kan het gebeuren dat mensen erkenning en veiligheid ervaren, het gevoel ervaren dat ze erbij horen, dat ze ertoe doen en samen met anderen dingen kunnen doen die waardevol zijn. En dan kan het gebeuren dat ze engagement, empathie, vertrouwen en generositeit ontwikkelen.
Ontmoeting stimuleren
De moderne samenleving wordt gekenmerkt door grootschalige systemen die ontmoeting tussen mensen ontmoedigen. Met name de uitbreiding van de verzorgingsstaat, de opkomst van het neoliberalisme en de invoering van New Public Management hebben materie en motief voor ontmoeting bij mensen weggehaald. Waarom zou ik me inzetten voor de buurt als ik de gemeente kan bellen? Als systemen steeds meer sturen, en mensen telkens minder mogen, moeten, willen én kunnen, ontstaat onherroepelijk een spiraal die leidt naar het Böckenförde-moment, oftewel de ineenstorting van de democratische rechtsstaat.
Om te voorkomen dat deze neerwaartse spiraal ontstaat, is een overheid nodig die in al haar instituties en op alle niveaus ontmoeting en samenwerking stimuleert. In de besluitvorming en uitvoering van maatschappelijke functies – denk aan onderwijs, zorg, huisvesting, veiligheid, rechtspraak, sport, recreatie en publieke ruimte – kunnen burgers samenkomen en samen handelen. Zo kunnen ze door de jaren heen morele en sociale kwaliteiten ontwikkelen en bijdragen aan de totstandkoming van moreel besef én verbindend ethos. Dat kan geheel zonder toverwoorden.
Paul Bosman is werkzaam als programmaleider en onderzoeker bij Socires op de thema’s democratie & rechtsstaat en geopolitiek. Cor van Beuningen werkt bij Socires als onderzoeker en was van 2000-2017 directeur van de denktank voor samenlevingsvraagstukken.
Foto: Diva Pavalaguna via Pexels.com