Wat Paarse Vrijdag lhbtiqa+ jongeren écht oplevert

In Trouw stelt Geert Jan Edelenbosch dat de homobeweging is verworden tot een ‘ideologisch gekleurde lhbtiqa+ koepel’. Volgens hem hebben jongeren geen identiteitslabels nodig. Movisie-onderzoekers Hanneke Felten en Fayaaz Joemmanbaks weerleggen zijn mening.

Edelenbosch schrijft in Trouw: ‘Wat vroeger eenvoudigweg kon bestaan, wordt nu sneller aangeduid als aanwijzing voor een andere identiteit.’ Hij vindt het problematisch dat jongeren labels gebruiken zoals transgender, bi of homo. Dat zou ‘pathologiseren’. Een tweede kritiek op Paarse Vrijdag van Edelenbosch lijkt dat iets dat normaal is, nu gevierd wordt. Edelenbosch lijkt te suggereren dat Paarse Vrijdag het thema juist minder normaal zou maken.

Eigenwaarde

De wetenschap vertelt echter een heel ander verhaal. Allereerst over de labels: onderzoek toont aan dat jezelf benoemen voor wie je bent, een belangrijk stap in de ontwikkeling is van homo-, lesbische- en bi+ jongeren. Jongeren kunnen vervolgens kiezen met wie zij hierover willen praten. Die openheid – naar iedereen of een deel van de mensen – gaat gepaard met meer zelfvertrouwen, zo laat ander onderzoek zien. Ook onderzoek onder transgender personen toont aan dat zij een beter welzijn hebben als zij een sterke transgender identiteit hebben.

Het verbergen van je lhbtiqa+ identiteit gaat juist gepaard met schadelijke gevolgen, zoals suïcidepogingen

Dit sluit aan bij kwalitatief onderzoek dat laat zien dat een sterke transgender identiteit het gevoel van eigenwaarde versterkt. Het zorgt ervoor dat transgender personen beter in staat zijn voor zichzelf op te komen. Het verbergen van je lhbtiqa+ identiteit gaat juist gepaard met schadelijke gevolgen, zoals suïcidepogingen, zo blijkt uit meta-analyses over het verbergen van je seksuele oriëntatie en je genderidentiteit.

Sociale steun

Het is ook logisch. Als je het gevoel hebt dat je je moet verbergen en niet jezelf kunt identificeren, doet dat uiteraard je zelfvertrouwen en je mentale gezondheid geen goed. Lhbtiqa+ personen hebben steun en (zelf)acceptatie nodig. Sociale steun vanuit niet-lhbtiqa+ personen is cruciaal, blijkt uit onderzoek uit het buitenland, maar ook uit onderzoek in Nederland en België. Het gevoel dat anderen voor je opkomen en je steunen, is wat er voor kan zorgen dat lhbtiqa+ jongeren goed in hun vel zitten.

Het gaat om het samen de boodschap uitdragen dat iedereen zichzelf mag zijn

En precies dát is wat Paarse Vrijdag wil bereiken. Het idee achter Paarse Vrijdag is dat iedereen zichzelf mag zijn. Leerlingen en docenten kunnen, als ze dat zelf willen, op die dag paars dragen om deze boodschap uit te dragen en om solidariteit naar elkaar te tonen. Want dat is waar Paarse Vrijdag om draait, zo staat het ook beschreven in de lesbrieven voor docenten. Op 12 december 2025 staat Paarse Vrijdag zelfs volledig in het teken van solidariteit en bondgenootschap. Ook niet-lhbtiqa+ personen worden expliciet opgeroepen om mee te doen.

Gender & Sexuality Alliances

Gender & Sexuality Alliances (GSA’s) gaan ook over bondgenootschap en initiëren vaak de Paarse Vrijdag. GSA’s zijn initiatieven van leerlingen die besluiten om samen een groep te vormen uit lhbtiqa+ leerlingen, twijfelaars en bondgenoten. Het gaat in zo’n GSA niet om welk label je hebt en welke letter je bent, maar het gaat om het samen de boodschap uitdragen dat iedereen zichzelf mag zijn.

Als deze GSA’s actie voeren op school, dan hebben GSA’s positieve effecten op de mentale gezondheid van lhbtiqa+ jongeren, zo is bekend uit onderzoek. Onderzoek toont bovendien aan dat GSA’s jongeren helpen zich minder ‘anders’ en meer ‘normaal’ te voelen.

Juist GSA’s zorgen voor normalisering

Ook het tweede punt van kritiek van Edelenbosch op de Paarse Vrijdag – dat het juist niet zou normaliseren - kan dus weerlegd worden met wetenschappelijk onderzoek. Juist GSA’s zorgen voor normalisering.

Haaks op de wetenschap

Kortom: de aantijgingen van Edelenbosch tegen Paarse Vrijdag en COC Nederland stroken niet met de wetenschap. Sterker nog, ze staan er haaks op. Bovendien schetst Edelenbosch een beeld van Paarse Vrijdag wat weinig overeenkomt met de werkelijkheid. Paarse Vrijdag is geen project dat jongeren weinig ruimte biedt. Het is een initiatief vanuit met name jongeren zelf, dat oproept tot medemenselijkheid en solidariteit. Wie kan daar nu tegen zijn?

Hanneke Felten & Fayaaz Joemmanbaks zijn onderzoekers bij Movisie

 

Foto: Isi Parente via Pexels.com

Reacties 5

  1. De centrale premisse in deze bijdrage is dat uit de kast komen, het welzijn bevordert. Maar hoezeer de auteurs dat ook mogen geloven, net als de auteurs van de bronnen die ze aandragen: enkel correlatie (en dát is wat onderzocht is) toont geen causaliteit aan. Een omgekeerde relatie (mensen die beter in hun vel zitten, zullen eerder uit de kast komen) is net zo goed valide als interpretatie.

    Daar komt bij dat de constatering homoseksueel te zijn, geen verdraaiing van de feiten vraagt. Een geclaimde incongruente genderidentiteit doet dat wel.

    Geslacht is een kenmerk van (onder andere) zoogdieren, evolutionair aanzienlijk ouder dan de mensheid en in de basis gebaseerd op het type geslachtscel dat een individu produceert. Eicellen, zaadcellen – samen in staat een nieuw individu voort te brengen. De consequenties van de rol in de voortplanting, het proportionele overschot aan beschikbare spermatozoa ten opzichte van ova, alsook de risico’s die samengaan met zwangerschap, hebben de geslachten op een zeer basaal niveau evolutionair gevormd, en vormen een wezenlijk deel van hoe mensen de wereld ordenen – baby’s herkennen het geslacht van volwassenen vanaf de 2e tot 4e levensmaand, om wat te noemen.
    Voor de aanname dat “genderidentiteit” een inherent persoonskenmerk zou zijn, of überhaupt een op zichzelf staand fenomeen (niet enkel een attributie van emoties en ervaringen) is nooit op enige manier geobjectiveerd. Dat betekent dat áls verlangd wordt een man als vrouw te accepteren omdat hij stelt vrouw te zijn, mensen zich aan een puur subjectieve realiteit dienen te onderwerpen, in weerwil van hun zintuigen. Dat is volstrekt disproportioneel – om, indien opgelegd, niet te zeggen: een vorm van psychische mishandeling.
    Natuurlijk zijn er veel mensen die het spelletje mee willen spelen, bereid zijn te doen alsof. Die welwillendheid is te loven, maar hoort niet opgelegd te zijn. Dat is immers geen “solidariteit”, maar gewetensdwang – het tegenovergestelde. Tel daarbij de groepsdwang op die Movisie bij monde van de auteur van harte aanraadt om in te zetten om “weerstand te overwinnen”, inclusief ‘het jouwe ervan denken’ (“passieve weerstand”), en het is duidelijk dat Paarse Vrijdag alleen een inclusief feestje is voor diegenen die bereid zijn het kritische denken en de empirisch vastgestelde feiten los te laten – voor gelovigen. Juist in het onderwijs vind ik daar iets van.

    Niet conformeren aan maatschappelijke verwachtingen is van alle tijden, nooit eerder werd via voorlichtingsmateriaal op scholen gesuggereerd dat dat ’trans’ zou kunnen betekenen. Zeker nu internationaal duidelijk geworden is dat er sprake is van een onverklaarde massieve toename van transidentificatie onder tienermeisjes zonder voorgeschiedenis van genderdysforie, is het de vraag of ongemak met het eigen geslacht, de perceptie van de wereld en de culturele kaders aan mannelijkheid en vrouwelijkheid zonder bredere overweging als uiting van ‘genderidentiteit’ te presenteren. De auteurs doen alsof er geen vals positives kunnen bestaan, maar het toenemende aantal destransitioners toont iets heel anders aan. En ja, sociale transitie is wel degelijk een opmaat naar medische interventie, zoals ook Hillary Cass aantoonde.

    Zou het daarom niet veel zinniger zijn als rond een meisje als Ikbal, die opgenomen is in het voorlichtingsmateriaal, besproken wordt hoe gevoelens van onbehagen bij gendertypische verwachtingen normaal zijn, de meeste volwassenen uiteindelijk gewoon vrede vinden met hun geslachtelijke lichaam, en we gelukkig in een land leven waarin conformeren aan stereotypen geen eis is? De insinuatie dat Ikbal misschien beter af zou zijn als jongen, misschien eigenlijk een jongen ís omdat ze niet van “meisjesachtige” dingen houdt, is mentaal een bedreiging van gendernonconforme, veelal homoseksuele jeugd. Het is niet toevallig dat van de meisjes aan de genderklinieken een fors percentage homoseksueel blijkt te zijn.

    Laten we gender als normatief kader, de identificatie met gendernormen als indicator voor “wie je eigenlijk bent” maatschappelijk bestrijden, ze als persoonlijkheidstrekken duiden en pleiten voor de ruimte je voorkeuren na te gaan. En niet de “de vrouw doet de afwas” om te draaien naar “wie de afwas doet, is een vrouw”. Want dat laatste is waar denken in termen van “gender” op neerkomt.

  2. Beste mevrouw Kouwenberg,

    Als je zelf niet een meter, laat staan langer, in iemands schoenen hebt geklopen, heeft u geen weet van wat lhbtqia+ jongeren doormaken.
    Ik ben inmiddels 45 jaar, opgegroeid in de ’80er jaren. Zónder COC voorlichting in de klas, zonder regenboogboekjes en zonder Paarse Vrijdag.
    Toch zie je aan mijn kinderfoto’s duidelijk een andere ontwikkeling vanaf mijn vijfde jaar dan dat van andere kinderen. Ik was een ’tussenkind’, non-binair zoals dat nu heet. Waarom? Omdat ik van mijn religieuze ouders, waarvan mijn moeder 30 jaar in het kleuteronderwijs heeft gezeten, mij die vrijheid gaf. Ik ben in een heteronormatieve omgeving opgegroeid maar ben dat niet

    Kort nadat bij mij als biologische xx meisje de puberteit ingezet werd, ontwikkelde ik juist die uiterst zeldzame auto-immuunziekte waarbij biologische vrouwen niet mogen menstrueren, niet zwanger mogen worden en niet mogen bevallen. Want dan gaat het eigen immuunsysteem in protest, met bloedarmoede en de dood tot gevolg. Ben ik dan als geboren xx dan nog wel een vrouw? Want u stelt dat daar vrouwen voor gemaakt zijn, voor de voortplanting.

    Nou heb ik meteen iets leuks voor u, wat 26 jaar aan officieel medische data aan bewijs geeft:
    Deze auto-immuunziekte ging in spontane remissie op het moment dat ik in gendertransitie ging en mij met maanden aan gesprekken met de psycholoog voorafgaand.

    Genderdysforie tussen de oren? Nee, het zit bij transgender personen in het hele lijf!
    Zónder mijn gendertransitie was ik nu door suïcide dood geweest.
    En mensen met ’transitiespijt’ is niet in opmars, want de genderpoli van o.a. het VUmc Amsterdam bieden alleen trajecten aan die meerdere jaren duren, en waarbij je ook nog eens minimaal 3 jaar op de wachtlijst staat.

    Als ik je een tip mag geven, zou ik je willen meegeven om eens wat met meer medemenselijkheid naar een ander te kijken. Vooral naar lhbtqia+ mensen op Paarse Vrijdag.

  3. Het doel van paarse vrijdag, dat iedereen zichzelf mag zijn, wordt door Geert-Jan Edelenbosch helemaal niet bekritiseerd. Zijn punt is dat paarse vrijdag tegenwoordig wordt aangeboden in een koppelverkoop met specifieke ideeën over identiteit, die zoals hij zegt een ideologisch karakter hebben en voor sommigen (onder wie in elk geval Hanneke Kouwenberg hierboven) vervreemdend werken, wat een afwerende reactie verklaart.
    Hanneke Felten en Fayaaz Joemmanbaks laten die noties van vervreemding en ideologie hier helemaal liggen. Hun poging tot weerlegging is daarmee weinig meer dan een stropopredenering.
    De bronnenkeuze bevestigt dit beeld. Aan de ene kant zoeken ze steun bij onderzoek van ver voor de omslag van gay-straight-alliance naar gender-sexuality-alliance, en van ver voor de toevoeging van TQ aan LHB. Aan de andere kant missen ze een veld van sociaal-psychologisch onderzoek dat direct Geert-Jans beschrijving van de afwerende reactie onderbouwt (zie https://doi.org/10.1037/mot000...).

  4. De reactie van Movisie-onderzoekers Hanneke Felten en Fayaaz Joemmanbaks op mijn opiniestuk in Trouw laat precies zien waar het debat over Paarse Vrijdag vastloopt. Niet door verschil van mening, maar door de weigering om dat verschil überhaupt serieus te nemen.

    Mijn betoog wordt door hen samengevat alsof ik zou vinden dat jongeren geen labels mogen gebruiken en dat Paarse Vrijdag ‘normalisering in de weg staat’. Dat is een karikatuur. Wat ik heb betoogd, is iets anders: dat de lhbti-beweging zich in de afgelopen jaren sterk heeft verbreed tot een ideologisch mensbeeld rond gender, en dat het normatief onderwijzen van dát mensbeeld op scholen inhoudelijk betwistbaar is. Die kritiek richt zich op ideeën, beleid en instituties. Niet op jongeren of hun ervaringen.

    Dat ik het doel van Paarse Vrijdag zou bekritiseren, is simpelweg onjuist. Het oorspronkelijke doel (veiligheid en steun voor jongeren) onderschrijf ik volledig. Dat dit in de reactie structureel wordt genegeerd, zegt minder over mijn tekst dan over de bereidheid om die daadwerkelijk te lezen.

    Felten en Joemmanbaks zetten daar een reeks onderzoeken tegenover waaruit blijkt dat zelfbenoeming en sociale steun samenhangen met welzijn. Dat is niet controversieel en ook niet waar het debat over gaat. De kernvraag is niet óf labels voor sommige jongeren helpend kunnen zijn, maar of één specifiek interpretatiekader (genderidentiteit als innerlijke, zelfgedefinieerde waarheid) als vanzelfsprekend en normatief moet worden aangeboden in onderwijs en beleid.

    Die stap – van beschrijvende wetenschap naar voorschrijvende pedagogiek – wordt in hun reactie niet beargumenteerd, maar simpelweg aangenomen. Variatie wordt gelijkgesteld aan één juiste duiding van die variatie. Wie daar vragen bij stelt, zou “haaks op de wetenschap” staan. Daarmee wordt een mensbeeld gepresenteerd als feit, en kritiek daarop als ontkenning van de werkelijkheid. Dat is geen wetenschap, maar dogma.

    Veelzeggend is hun slotzin: “Het is een initiatief dat oproept tot solidariteit. Wie kan daar nu tegen zijn?” Die vraag is geen uitnodiging tot gesprek, maar een moreel eindpunt ervan. Het suggereert dat weerstand alleen kan voortkomen uit kwaadwilligheid of onwetendheid, en niet uit inhoudelijke bezwaren, pedagogische zorgen of botsende waarden. Zo hoef je niets meer te begrijpen; je hoeft alleen nog te veroordelen.

    Het wrange is dat deze reactie precies bevestigt wat ik bekritiseerde. Een beweging die zegt te staan voor empathie en erkenning, toont hier geen enkele nieuwsgierigheid naar andersdenkenden. Er is geen poging om te begrijpen waarom weerstand ontstaat, welke waarden daarachter zitten, of wat jongeren die moeite hebben met Paarse Vrijdag eigenlijk bezighoudt. Weerstand wordt niet onderzocht, maar moreel afgekeurd. Empathie geldt blijkbaar alleen binnen het eigen denkkader.

    Juist dát is het probleem. Solidariteit wordt zo een moreel schild tegen kritiek. Wetenschap een stopbord voor het gesprek, geen startpunt. En vragen stellen wordt verdacht, omdat het het verhaal verstoort.

    Jongeren help je daar niet mee. Die help je door ruimte te laten voor twijfel, voor zoeken, en voor verschillende manieren om menselijk verschil te begrijpen. Wie weigert te luisteren naar waar weerstand vandaan komt, en kritiek automatisch framet als verdacht, schadelijk of kwaadaardig, draagt zelf bij aan polarisatie.

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *