Afgelopen juli verscheen het Rathenau-rapport Vertrouwen in de wetenschap 2025. De belangrijkste conclusie: het vertrouwen van Nederlanders is nog steeds hoog en lijkt zelfs licht gestegen. Nederlanders vertrouwen wetenschap met een 7,5 op een schaal van 1 tot 10. Dit lijkt hoopvol in tijden waarin de geloofwaardigheid van wetenschappelijke bevindingen steeds vaker en heftiger ter discussie lijkt te staan.
Ontnuchterend
Toch is het vertrouwen niet zo hoog als het lijkt, laat het rapport zien. Wat gebeurt er namelijk als je het concept wetenschap concreet maakt door het aan specifieke wetenschapsgebieden te koppelen? En dan ook nog eens wetenschapsgebieden met een duidelijke maatschappelijke relevantie?
Bij onderzoek naar discriminatie en sociale ongelijkheid vertrouwt maar 39 procent de wetenschap
Het percentage mensen dat zegt klimaatwetenschap te vertrouwen blijkt slechts 55 procent - een zeer krappe meerderheid. Voor wetenschappelijk onderzoek op het gebied van genetische modificatie is dit 46 procent, en bij onderzoek naar discriminatie en sociale ongelijkheid vertrouwt maar 39 procent van de ondervraagden de wetenschap.
Ook het geloof dat wetenschap maatschappelijke problemen kan oplossen – teruglopende onderwijsprestaties, afbrokkelende democratie of groeiende polarisatie – is opvallend beperkt.
Wetenschappelijke inzichten kunnen pas maatschappelijke impact hebben als er voldoende draagvlak is
Dit is ontnuchterend. Wetenschappelijke inzichten kunnen immers pas maatschappelijke impact hebben als er voldoende draagvlak is om op basis daarvan beleid te vormen.
Van wat naar hoe
Is er dan helemaal geen hoop? Volgens ons wel. Het rapport concludeert namelijk dat mensen meer vertrouwen in wetenschap hebben als ze er dagelijks mee in aanraking komen. Dit kan worden versterkt, stellen wij, door meer te communiceren over het proces van wetenschap.
Door te laten zien hoe wetenschap werkt, wordt deze begrijpelijker, relevanter en toegankelijker
In talkshows, op sociale media, in de krant en in de klas gaat het vooral over het ‘wat’ en nauwelijks over het ‘hoe’. Dit moet veranderen. Door te laten zien hoe wetenschap werkt, verkleinen we de afstand die de samenleving ervaart tot de wetenschap: deze wordt begrijpelijker, relevanter en toegankelijker.
Wetenschap als werkwoord
In de kern is de wetenschap een methode om kennis te ontwikkelen. Als je beter begrijpt hoe deze methode werkt en hoe wetenschappelijke kennis tot stand komt, zul je deze kennis ook meer vertrouwen. Bovendien krijg je zo handvatten om kritisch na te denken over de wereld – essentieel in ons hedendaagse informatielandschap.
Ook al zijn we ons hier niet altijd van bewust, onze levens zijn van wetenschap doordrongen
Kennis van het wetenschappelijke proces doet bovendien inzien hoe relevant wetenschap is voor ons als individu en de mensheid als geheel. Ook al zijn we ons hier niet altijd van bewust, onze levens zijn van wetenschap doordrongen: van het voedsel dat we eten tot het onderwijs dat we genieten, van de smartphones in onze handen tot de lucht die we inademen. Bovendien beantwoordt de wetenschap geregeld vragen van burgers en maatschappelijke partners.
Binnen verschillende wetenschapsgebieden zijn burgers onmisbaar als wetenschappelijke partners in het onderzoeksproces. Denk bijvoorbeeld aan onderzoek waarbij burgers, elk in hun eigen omgeving, samen met wetenschappers de luchtkwaliteit meten, zodat een nauwkeurig beeld ontstaat van de luchtkwaliteit in Nederland.
Er bestaat een hardnekkig stereotiep beeld van de wetenschapper als witte man in labjas
Tot slot geeft aandacht voor het proces – in plaats van de uitkomst – een inclusief beeld van wetenschap en wetenschappers. Er bestaat een hardnekkig stereotiep beeld van de wetenschapper als witte man in labjas die scheikundige of natuurkundige proeven uitvoert.
Daardoor kunnen mensen die zichzelf niet in dit stereotype herkennen afstand ervaren tot de wetenschap en onterecht concluderen dat wetenschap niet voor hen is weggelegd. Denk aan meisjes, kinderen van kleur of kinderen zonder hoogopgeleide ouders. Door vanaf het basisonderwijs de nadruk te leggen op het proces van wetenschap doen, leren we dat wetenschap een methode is die iedereen kan leren beheersen.
Ons pleidooi: zie wetenschap als werkwoord. Laat niet alleen zien dát wetenschap werkt, maar vooral ook hóé het werkt. Dit is noodzakelijk als we maatschappelijk draagvlak voor wetenschap willen verstevigen.
Bastiaan Rutjens is universitair hoofddocent Sociale Psychologie aan de UvA. Eddie Brummelman is universitair hoofddocent Pedagogiek aldaar. Maartje Raijmakers is bijzonder hoogleraar Cognitieve Psychologie aan de UvA bij science museum NEMO. Kirsten Vegt is onderzoeker bij het RIVM en promovenda bij de Universiteit Leiden. Alyt Damstra is senior onderzoeker bij de WRR en bijzonder hoogleraar Kennis en Strategische Beleidsadvisering aan de UvA. Op 24 september is er een symposium van de KNAW en het Rathenau Instituut over het rapport Vertrouwen in de wetenschap 2025.
Foto: Kaushal Moradiya via Pexels.com