Sociaal werkers moeten zelfstandig kunnen handelen

Om te voorkomen dat sociaal werkers verworden tot makke beleidsuitvoerders en beleidsmakers vervolgens niet meer vernemen wat er leeft, moeten sociaal werkers volgens Anke van den Dries (sociaal werker en PhD-onderzoeker) explicieter het mandaat krijgen om zelfstandig te handelen.

In steeds grotere welvaartsongelijkheid en wantrouwen in gevestigde politiek, krijgt rechts-nationalistische zondebokpolitiek toenemend voet aan de grond. Het is een bekend patroon dat sociaal beleid in zo’n klimaat alsmaar zuiniger, autoritairder en aan striktere voorwaarden gebonden wordt (Noble & Ottman, 2020).

Het sociaal werk riskeert als uitvoerder medeplichtig te worden aan zulk beleid

Vanuit een logica van controle en disciplinering ontstaan – bedoeld en onbedoeld – regelgeving en beleidspraktijken die mensen onrecht aandoen: de toeslagenaffaire is slechts het bekendste voorbeeld. Het sociaal werk, doorgaans afhankelijk van overheidsfinanciering, riskeert als uitvoerder medeplichtig te worden aan zulk beleid.

Binnen het appel tot politiserend werken – wat ook op dit platform al uitvoerig besproken werd en waar ik samen met sociaal professionals actieonderzoek naar doe – verdient het concept van het triple mandaat van de Zwitserse hoogleraar Silvia Staub-Bernasconi (2007, 2016) herwaardering in het Nederlandse sociaal domein.

Mandaat van de professie zelf

Staub-Bernasconi beschrijft hoe sociaal werk klassiek vaak wordt gezien als opererend tussen twee mandaten. Enerzijds is er het mandaat vanuit de overheid of de werkgevende sociaal werk organisatie: sociaal werkers voeren welzijnstaken uit en ondersteunen burgers namens de overheid. Ze hebben daarbij ook vaak een controlerende of sanctionerende rol, bijvoorbeeld rond re-integratie of participatie.

Dit mandaat legitimeert sociaal werkers om zelfstandig te handelen

Anderzijds is er het mandaat van de cliënt(groep) of gemeenschap waar de sociaal werker mee werkt: via hun expliciete of impliciete verzoek om ondersteuning, creëren zij een mandaat tot handelen.

Staub-Bernasconi voegt daar een cruciale derde dimensie aan toe: het mandaat van de professie zelf. Dit mandaat legitimeert sociaal werkers om op basis van hun beroepsethiek en vakkennis zelfstandig te handelen. Kern van dit mandaat is de committering van het sociaal werk aan mensenrechten, aan het bestrijden van systemisch onrecht en het bevorderen van sociale rechtvaardigheid.

Dit derde mandaat positioneert de sociaal werker als een professional met een politieke missie

Dit derde mandaat positioneert de sociaal werker niet als louter ‘sociale brandjesblusser’, maar als een professional met een politieke missie, ook wanneer die op gespannen voet staat met subsidiaire of organisatorische opdrachten. Het triple mandaat expliciteert die voor het sociaal werk kenmerkende spanning niet alleen; Staub-Bernasconi verschaft via de theoretisering van het meervoudig mandaat ook een legitimiteit aan sociaal professionals.

Plicht tot onderbouwen en verantwoorden

Schaub-Bernasconi benadrukt dat het binnen het derde mandaat eveneens belangrijk is dat sociaal werk professionals handelen op een manier die onderbouwbaar en navolgbaar met vakkennis is.

Dit vraagt van professionals een constant balanceren en onderhandelen

Een mandaat is een bevoegdheid om in een bepaald gebied te handelen, maar verschaft ook een plicht om dat handelen te onderbouwen en verantwoorden: ‘op de eerste plaats aan degene op wie het handelen gericht is. Het is immers zijn leven dat beïnvloed wordt. Maar verantwoording is ook relevant ten opzichte van de beroepsgroep, werk- of opdrachtgevers en de samenleving in brede zin’, lezen we in de Nederlandse Beroepscode voor Professionals in Sociaal Werk (Steenmeijer, 2021, p. 31).

Meerdere mandaten en daarmee verschillende stakeholders om verantwoording aan af te leggen – de cliënt(groep), de werkgever of subsidieverstrekker, en de beroepsgroep met daarin besloten de bredere maatschappelijke missie – vraagt van professionals een constant balanceren en onderhandelen.

Professionals onderschrijven het belang, maar voelen te vaak weinig ruimte

Professionals onderschrijven het belang, maar voelen te vaak weinig ruimte. Een sociaal werker vertelde in een interview: ‘Dan ben je die sociaal werker die zo heel kritisch is en dingen anders wil. En dat heeft gevolgen voor je positie op de werkvloer. Als je dan een tijdelijk contract hebt en je gaat te snel, dan kan dat dus ook betekenen dat je verwijderd wordt van die vloer.’

Een andere professional zei: ‘Ik denk dat ik vaak erg in de kaders en het format van de organisatie val, en dat het me dan aan de moed ontbreekt om het anders te doen.’

Dreigende ambtenaren

Het triple mandaat heeft directe beleidsrelevantie. Beleidsmakers die opdrachten beleggen bij sociaalwerkorganisaties zullen zich lang niet altijd bewust zijn van de dynamiek die hun stellingnamen in deze organisaties veroorzaken.

Een sociaal werker vertelde over hoe iemand werd teruggefloten nadat een gemeenteambtenaar diens visie op een bepaalde interventie had gemaild naar de leidinggevende.

‘En dan zit onze hele organisatie meteen een beetje in paniekstand’

‘En dan zit onze hele organisatie meteen een beetje in paniekstand, omdat degene die dus over ons beslist of wij wel of niet ons geld krijgen om ons werk te doen, dat die iets wil van ons, en zo wat druk gaat uitoefenen. Binnen de organisatie wordt vaak gezegd dat gelijkheid een drijvende waarde is. Maar dat is helemaal niet zo, het is gewoon een hele top-down georganiseerde organisatie. We zijn volledig gelijkwaardig, ja, totdat je het ergens niet mee eens bent.’

Zelf maakte ik als sociaal werker mee dat, na de oplevering van een scherp rapport, een mogelijk goedbedoelde denk aan je subsidie’-opmerking van een ambtenaar binnen de organisatie als dreiging werd ervaren.

Borgen in eerste mandaat

Activering van het derde mandaat is een oproep aan het sociaal werk zelf, maar eveneens aan gemeentelijke beleidsmakers in het sociaal domein om de voorwaarden hiervoor veilig te stellen.

Activering van derde mandaat is oproep aan sociaal werk zelf en aan gemeentelijke beleidsmakers

Beleidsmakers en sociaal werkers zijn wederzijds afhankelijk van elkaar. Wanneer beleid en subsidieopdrachten alleen op de eerste twee mandaten sturen, bestaat het risico dat sociaal werk tot makke uitvoerder van beleid wordt gereduceerd, met als gevolg dat beleidsmakers ook niet meer horen wat er leeft.

Binnen het beroepsdomein van de supervisie is het mee contracteren van meervoudig opdrachtgeverschap al langer bekend. Er wordt vaak gesproken over ‘hercontracteren’, dat wil zeggen: wanneer één perspectief lijkt te gaan domineren expliciet teruggrijpen op de afspraken en aanvangskaders waarin ook dat meervoudig opdrachtgeverschap is gehonoreerd.

Zo creëren beleidsmakers voedingsbodem voor een kritisch-democratische bijdrage aan de sociaal werk taak van tegenspraak

Door Schaub-Bernasconi’s derde mandaat expliciet te borgen in het eerste mandaat, bijvoorbeeld in beschrijvingen van subsidietoekenningen, aanbestedingen en beleidskaders, creëren beleidsmakers mede een voedingsbodem voor het sociaal werk om een kritisch-democratische bijdrage te leveren aan haar taak van tegenspraak.

Dit is geen luxe, maar een noodzaak. In tijden van verharding dient tegenmacht geborgd te worden. ‘When the going gets tough’ zullen we sociaal werkers harder dan ooit nodig hebben.

Anke van den Dries is sociaal werker, supervisor voor sociaal professionals, en promotieonderzoeker bij Crafting Resilience, een onderzoeksproject vanuit de Nationale Wetenschapsagenda (NWA.1389.20.205).

 

Foto: frankieleon (Flickr Creative Commons)