‘Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht.’ Het is al jarenlang de repeterende boodschap van het Sociaal en Cultureel Planbureau: Nederlanders zijn best tevreden over hun eigen leven, maar ontevreden over de samenleving en de politiek. Recent werd het ongenoegen weer bevestigd. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid ziet als reden voor ‘gevoelens van onbehagen’ dat veel mensen weinig grip op hun leven hebben.
Een kleine 1,4 miljoen van de 7 miljoen huishoudens heeft nog altijd problematische schulden
Betaalbare woning
Dat gebrek aan grip geldt bijvoorbeeld voor mensen die geen betaalbare woning kunnen vinden. Voor mensen die steeds vaker een inkomen hebben waarmee de rekeningen niet meer betaald kunnen worden. En hoewel de aandacht voor schuldproblematiek onmiskenbaar is toegenomen heeft nog altijd een kleine 1,4 miljoen van de 7 miljoen huishoudens problematische schulden of een risico daarop. Het gebrek aan grip geldt ook voor de 1,2 miljoen bewoners van ‘kwetsbare wijken’.
Volgens alle onderzoeken heeft het onbehagen veel te maken met een gevoel van verbroken verbindingen, waaronder met de politiek. Mensen hebben uiteenlopende zorgen; wat ze delen, is dat ze zich daarin niet gehoord, niet gezien en niet begrepen voelen. Niet door de overheid, maar ook niet door andere publieke instanties zoals woningcorporaties, zorginstellingen, de politie, scholen of welzijnsinstellingen. Dat deze instanties de afgelopen decennia steeds meer op afstand zijn komen te staan, heeft het wantrouwen gevoed. Mensen ervaren vervreemding en schaamte in hun contacten met publieke instellingen.
Er zal eerst en vooral iets moeten gebeuren aan de omgang van overheden en publieke instanties met burgers
Herstel van vertrouwen
De aanstaande verkiezingen zullen – of ze nu gaan over asiel of over veel urgentere problemen – daar weinig aan veranderen. Er zal eerst en vooral iets moeten gebeuren aan de omgang van overheden en publieke instanties met burgers, de menselijke maat moet terug. Dat was al in 2022 een belofte van het kabinet Rutte IV, dat zo het vertrouwen in publieke instanies wilde herstellen.
Een belangrijke rol ligt daarvoor bij publieke professionals: leerkrachten, sociaal werkers, verpleegkundigen, woningbouwconsulenten, medewerkers van de sociale dienst of het UWV. Zij kunnen verschil maken in het wegnemen van onbehagen en wantrouwen, en mensen weer helpen grip te krijgen op hun leven. Zij kunnen wat populisten niet kunnen: werkelijk iets doen met de zorgen van mensen. We noemen ze democratische professionals.
Samenspraak met burgers
De term is van de Amerikaanse politicoloog Albert Dzur en in het nieuwe jaarboek van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken laten we ons door hem inspireren. Dzur schreef twee belangrijke boeken over democratisch professionalisme’, en hij bepleit daarin dat publieke professionals kennis, taken en macht gaan delen met burgers. Professionals brengen in samenspraak met burgers de menselijke maat terug en geven publieke instanties weer een menselijk gezicht.
Democratisch professionalisme kan een antwoord bieden op de ervaren machteloosheid
Ze helpen ook om sectoren zoals wonen, zorg of welzijn te democratiseren, door in ‘kleine’ praktijken, zoals klaslokalen, spreekkamers, buurthuizen of op straat, ‘grote’ democratische waarden als samenwerking, gelijkwaardigheid en solidariteit voor te leven. Democratisch professionalisme kan een antwoord bieden op de ervaren machteloosheid, en op het populisme.
Noden en klachten
In ons boek presenteren we een variatie aan praktijken waarin publieke professionals het ‘echte’ gesprek aangaan en op die manier erkenning aan burgers geven, praktijken waarin ze kennis en macht delen en zo democratie bij de tijd maken. Zo portretteren we bijvoorbeeld Marianne de Koning die in opdracht van de lokale overheid of publieke instanties luistert naar bewoners die het vertrouwen in de overheid kwijt zijn. Ze wonen in buurten waar het vuilnis aantoonbaar minder goed wordt opgehaald. De Koning luistert open, zonder vooroordelen, op plekken waar bewoners zich vanzelfsprekend ophouden, aan de voordeur, op straat. Plekken die weer niet zo vanzelfsprekend zijn voor publieke instanties. Vervolgens brengt zij noden en klachten van bewoners naar publieke instanties en zit er bovenop om te zorgen dat die er ook wat aan doen. En ze laat dat ook weer weten aan bewoners. Zo dragen die bewoners bij aan een goede uitvoering van beleid.
Een radicale breuk met de mantra van eigen verantwoordelijkheid
Leefwereldperspectief
Er komen in het jaarboek ook praktijken in beeld waarin professionals vanuit de verhalen van bewoners samen met hen bedenken hoe het anders zou kunnen. Dat is een radicale breuk met de mantra van eigen verantwoordelijkheid. Dat lukt trouwens niet altijd goed, beschrijven Elke Plovie, Birgit Goris en Koen Hermans. Bijvoorbeeld wanneer in een ‘zorgzame buurt’ in een Vlaamse gemeente inwoners zich gekleineerd voelen door professionele zorgverleners. Dan blijkt in de institutionele wereld van de zorg nog maar weinig ruimte voor het leefwereldperspectief van mensen uit de buurt.
Ze nemen de opvattingen van burgers serieus
Democratische professionals stellen die kloof in dit geval ter discussie, juist door de stem van de mensen die geen toegang hebben tot de zorg te horen. Verrassend is ook de opstelling van wetenschappers, die zich realiseren dat hun instellingen vaak ver verwijderd zijn van hun publiek. De Maastrichtse wetenschappers Klasien Horstman en Mare Knibbe laten in het jaarboek zien hoe ze in een lage-inkomensbuurt democratisch werken. Niet door te kijken hoe mensen met stigmatiserende interventies aangezet worden tot meer bewegen of stoppen met roken, maar door mensen te vragen wat zíj nou onder gezondheid en welzijn verstaan. En dan blijken er heel andere kwesties te spelen: stress door schulden, conflicten tussen ouders en pubers, pesterig gedrag tussen pubers en oudere bewoners, en werkloosheid.
Stigmatisering doorbreken
Volgens de onderzoekers maken de bewoners duidelijk dat mentale belasting veel te maken heeft met machteloosheid. Met ‘lichte’, eenvoudige activiteiten proberen de onderzoekers de machteloosheid en stigmatisering te doorbreken en de blik te verschuiven van problemen en tekorten van buurten naar de buurt als plek van zorgzaamheid en hoop.
Het is duidelijk dat publieke professionals die democratische professionaliteit omarmen iets bijzonders doen of moeten kunnen. Ze zijn empathisch, kunnen relaties aanknopen, waarderen de betrokkenheid van burgers en luisteren actief. Ze nemen de opvattingen van burgers serieus en trachten om de wereld in hun termen te begrijpen. Ook proberen zij directe veranderingen aan te brengen in de instanties waarvoor zij werken, zodat die zich meer openstellen voor de kennis en ervaring van burgers. Ze deinzen daarbij niet terug voor conflicten.
Goede uitvoering
Democratische professionals hebben voldoende vertrouwen in hun vaardigheden om zich bescheiden, moedig, onderzoekend, en soms ook onzeker op te stellen. Daarnaast kunnen deze publieke professionals ook ferm zijn en burgers tegengas geven als die zich onredelijk, grensoverschrijdend of antidemocratisch gedragen. Al deze eigenschappen en manieren leggen we in dit nieuwe jaarboek bloot.
Het [is] nodig dat democratische professionals veel meer ruggensteun krijgen van nationale beleidsmakers
Maar het gaat niet alleen om de eigenschappen van professionals in de interactie met burgers, het gaat ook om ‘het systeem zelf’. Daarin moet het weer om goede uitvoering gaan draaien. Daarvoor is het nodig dat democratische professionals veel meer ruggensteun krijgen van nationale beleidsmakers. Denk bijvoorbeeld aan gemeenten die experimenteren met de bijstand en die uitkeringsgerechtigden op basis van vertrouwen meer eigenaarschap en autonomie willen geven. Cliënten kunnen zo meer grip en controle ervaren.
Onmisbare aanvulling
Democratisch professionalisme is geen overbodige luxe maar een onmisbare aanvulling op de democratie. Een rijke democratie is niet alleen een levendige politieke, maar óók een levendige maatschappelijke democratie. Professionals zijn daarin onmisbaar. Zij kunnen democratie belichamen en op een heel praktische manier een democratische ervaring op burgers overbrengen. Zij moeten zorgen dat onderwijs, gezondheidszorg, politie, stedelijke aanpakken, de culturele sector en wetenschap in democratisch opzicht bij de tijd worden gebracht. Daar mag het best wat meer over gaan de komende verkiezingen.
Marcel Spierts, Marcel Ham, Imrat Verhoeven en Mariël van Pelt zijn redacteuren van ‘Democratie dichterbij, de belofte van democratisch professionalisme’, het nieuwe jaarboek van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken. Het boek verscheen bij Van Gennep en is hier verkrijgbaar.