Private equity in kinderopvang: vloek noch zegen

De impact van private equity op de Nederlandse kinderopvang is minder negatief dan de media en de vakbonden schetsen. Uit onderzoek van Dyaran Bansraj en Dong Xu komt een beeld naar voren van concentratie, maar ook van betere naleving van kwaliteitsstandaarden.

De kinderopvang is de afgelopen jaren doelwit geworden van private-equitybedrijven. Deze bedrijven kopen kleine en middelgrote kinderdagverblijven op en voegen ze samen in grote ketens. Wat betekent dat voor de sector?

Private equity

Private-equityfondsen kopen bedrijven met als doel deze na verloop van tijd met winst te verkopen. Daarbij wordt vaak gebruikgemaakt van schuldfinanciering, bijvoorbeeld van banken. De opbrengsten van een succesvolle verkoop gaan naar de investeerders in het fonds, terwijl de fondsbeheerder wordt beloond via beheervergoedingen en een winstdeling.

De focus op financiële prestaties en efficiëntie, kenmerkend voor private-equitybedrijven, lijkt haaks te staan op het belang van kinderen, ouders en medewerkers. Maar is dat ook zo? Om die vraag te beantwoorden, onderzochten we ruim 9500 kinderdagverblijven van 2016 tot 2023.

Minder te kiezen

Een belangrijke bevinding van ons onderzoek is dat private-equitybedrijven vooral kinderdagverblijven opkopen in relatief welvarende en dichtbevolkte gebieden en in plaatsen waar het samenvoegen tot grote ketens mogelijk is.

Minder keuzevrijheid maakt ouders afhankelijker van een beperkt aantal aanbieders

Nu is dat op zich geen groot nieuws, publicist Mirjam de Rijk schreef er al eerder over in de Groene Amsterdammer, maar ons onderzoek laat ook zien dat het toch al niet uitbundige aanbod aan kinderopvang steeds verder verschraalt en ouders telkens minder keus hebben. Minder keuzevrijheid maakt ouders afhankelijker van een beperkt aantal aanbieders.

Marktwerking in de kinderopvang lijkt dus minder zegenrijk dan de kabinetten Kok I en II indertijd veronderstelden. De schaarste aan kinderopvang is er in ieder geval niet mee opgelost. Wel is de sector - voor het overgrote deel publiek gefinancierd en in de nabije toekomst mogelijk grotendeels kosteloos voor ouders - een interessant investeringsproject geworden voor private-equitybedrijven. Er gaan immers miljarden euro’s in om binnen de sector. Maar betekent die interesse van private-equitybedrijven voor de kwaliteit van de kinderopvang?

Verrassend beeld

Onze studie laat zien dat kinderopvang in handen van private-equitybedrijven hun administratie vaak op orde heeft en de wettelijke vereisten ten aanzien van kinderopvang goed naleeft.

Kinderopvanglocaties in handen van private equity kennen gemiddeld minder overtredingen dan kleinere, zelfstandige aanbieders

Dat beeld komt ook naar voren uit het landelijk rapport gemeentelijk toezicht kinderopvang van de Inspectie van het Onderwijs. Dat jaarlijkse rapport geeft aan hoe het op een kinderopvang is gesteld qua pedagogisch partnerschap, veiligheid en kwaliteit van personeel.

Ook in ons onderzoek zien we dat kinderopvanglocaties in handen van private equity gemiddeld minder overtredingen kennen dan kleinere, zelfstandige aanbieders. Dat is enigszins verrassend, maar na een overname door een private-equitybedrijf neemt vooral de naleving van wettelijke kwaliteitscriteria toe. Zo wordt de beroepskracht-kindratio vaker gehaald, wat betekent dat de verhouding tussen het aantal in te zetten beroepskrachten en het aantal aanwezige kinderen op een groep gunstiger wordt.

Vrijwel alle verbeteringen hangen samen met schaalvoordelen van grotere organisaties. Wanneer kinderdagverblijven worden samengebracht in een keten, kunnen zij terugvallen op een kapitaalkrachtige organisatie met een professionele backoffice en centraal management.

Kinderopvanglocaties in handen van private-equitybedrijven rekenen gemiddeld enkele procenten meer dan andere aanbieders

Een mogelijke verklaring is dat de betere kwaliteit ook komt doordat private-equitybedrijven hun werknemers in de kinderopvang weliswaar hetzelfde cao-loon betalen, maar in vergelijking met de kleinere, zelfstandige kinderopvang betere secundaire arbeidsvoorwaarden bieden. Net als in de ziekenhuiszorg en ouderenzorg kunnen ze daardoor mogelijk mensen wegtrekken bij andere aanbieders. Vooral als die niet de ruimte hebben om te concurreren op tarieven of randvoorwaarden. In hoeverre dat werkelijk zo gaat, is onderwerp van ons nieuwe, nog lopende onderzoek

Al wel duidelijk is dat betere naleving van kwaliteitseisen samengaat met hogere prijzen. Kinderopvanglocaties in handen van private-equitybedrijven rekenen gemiddeld enkele procenten meer dan andere aanbieders. Dat prijsverschil is geen toeval: juist in een sterk gesubsidieerde markt als de kinderopvang blijken zij sterker in te spelen op veranderingen in de overheidsvergoeding. Wanneer de maximale kinderopvangtoeslag stijgt, verhogen private-equitybedrijven hun tarieven meer dan andere aanbieders. Daarmee wordt een deel van de extra publieke middelen vertaald in hogere prijzen, wat vragen oproept over hoe subsidies in een geconcentreerde markt doorwerken.

Gemixt beeld

Op basis van de beschikbare data vinden wij het prematuur om te concluderen dat de bemoeienis van private equity in de kinderopvang overwegend negatief uitpakt. Het beeld is gevarieerder. Om de analogie met de zorg nog eens door te trekken, toonaangevend Amerikaans onderzoek naar het effect van private equity op de ziekenhuiszorg en ouderenzorg laat zowel negatieve effecten zien – hogere prijzen en conflicten tussen ziekenhuizen en verzekeraars over wie de rekening moet betalen – als positieve effecten – snellere zorg en betere kwaliteit.

In het publieke debat wordt private equity, vooral in de kinderopvang, vaak zeer kritisch benaderd als een vloek die iedereen treft, behalve de private-equitybedrijven zelf en hun kapitaalverschaffers. Uit ons onderzoek en de academische literatuur rijst een ander, gevarieerder beeld op.

Dyaran Bansraj is onderzoeker van Erasmus School of Economics. Hij deed samen met zijn collega Dong Xu (Bayes Business School) onderzoek naar private equity in de kinderopvang

 

Foto: Pavel Danilyuk via Pexels.com

Reacties 2

  1. Anders dan de geijkte lofzang op privatisering blijkt private equity volgens dit onderzoek enerzijds tot hogere kosten te leiden, anderzijds tot betere kwaliteit en sneller aanbod. De auteurs spreken van een gevarieerd beeld van de effecten van private equity. Daarmee trachten ze de kennelijk heersende weerstand tegen winst maken met collectieve financiering als basis te weerspreken zoals Canoy dat ook deed in zijn laatste column (Ode aan het ondernemerschap). In bovenstaand stuk lees ik niks over de verslechterde toegang tot kwalitatief hoogwaardige opvang door die prijsverhoging. Verdringen die duurdere voorzieningen niet de kleine ondernemers en de publieke voorzieningen? Elders in dit blad schrijft Anna Custers dat ze verwacht dat tegen 2030 de toegang tot voorzieningen zal verslechteren. Behalve voor wie de hogere prijzen geen belemmering vormen.
    Ik schreef in TSV van juli 2021 een recensie van Mariana Mazzucato’s “Moonshot”. Zij liet zien dat neoliberaal beleid inderdaad leidt tot stijgende kosten maar juist ook tot kwaliteitsvermindering. Is het wachten in de sector kinderopvang niet op het moment waarop die multinationale opvangbedrijven hun winsten niet meer inzetten voor investeringen maar vooral om hun aandeelhouders tevreden te stellen? Als ze de grootste zijn en de publieke voorzieningen voorgoed zijn uitgehold?
    De redactie zou er goed aan doen de diverse recente artikelen (van Dyaran Bansray en Dong Xu, van Canoy , van Custers ) in een kader te plaatsen. Nu overheerst verwarring.

  2. Ik voeg hier nog aan toe dat andere visies zoals die van de jonge econome Sophie van Gool ( “je kind als goudmijn”) niet in beeld komen in TSV. Daardoor blijft deze problematiek hangen in een verouderd soort “derde weg” denken. Van Gool is duidelijk: kinderopvang is een zaak van publiek belang net als basisonderwijs, niet van winstbejag. Doen alsof publieke voorzieningen automatisch kwaliteitsarm moeten zijn is een vaak een verborgen ideologisch uitgangspunt. Waarom kan het wel – en al heel lang- in de Scandinavische landen?

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *