Mentaal welzijn bij jongeren: praten, doen én rust

De mentale gezondheid van jongeren staat onder druk. Onderzoekers van Erasmus Universiteit pleiten voor het aanbieden van drie oplossingsroutes - praten, doen en rust - waaruit jongeren zelf de best passende route kunnen kiezen.

De mentale gezondheid van jongeren staat onder druk. Steeds meer jongeren ervaren mentale gezondheidsklachten. Deze trend is te herleiden tot meerdere gelijktijdige veranderingen in de samenleving. Denk daarbij aan druk van ouders, sociale media, coronacrisis en algemene maatschappelijke onzekerheid. Historisch bestaat er stigma op mentale problemen, maar door open gesprekken, grotendeels geagendeerd door jongeren zelf, wordt dit stigma meer en meer doorbroken.

Bouwstenen

In een recent onderzoek van het Erasmus SYNC lab hebben wij aan een steekproef van 258 jongeren en jongvolwassenen tussen 13 en 29 jaar gevraagd wat hen helpt om zich mentaal sterker te voelen (zie Figuur 1). Op een schaal van 1 tot 10, waarbij 1 stond voor ‘helpt helemaal niet’ en 10 voor ‘helpt helemaal wel’, gaven jongeren aan in hoeverre het helpend was om met anderen te praten, met anderen dingen te doen, te werken/studeren of om tijd voor jezelf nemen. Wat bleek?

Circa 83 procent van de jongeren gaf aan meer rust te willen

Drie bouwstenen zijn helpend voor jongeren: ruim 88 procent van de jongeren gaf aan dat met anderen dingen doen hen helpt om zich mentaal sterker te voelen. Voor 82 procent van de jongeren werkt erover praten goed, vooral voor jongvolwassenen. Circa 83 procent van de jongeren gaf aan meer rust te willen. Daarnaast zegt ongeveer de helft van de jongeren dat werken en/of studeren hen helpt, maar dat was sterker het geval voor jongeren die wat ouder waren.

Een groot gedeelte van de jongeren gaf aan dat de combinatie van praten en met anderen dingen doen hen helpt om zich mentaal sterker te voelen. Slechts 8 procent gaf aan dat vooral erover praten helpt, zonder andere bouwstenen.

Figuur 1:

Praten

Ons onderzoek laat zien dat sommige jongeren zich mentaal sterker voelen als ze er met anderen over kunnen praten. Door met elkaar het gesprek aan te gaan, kunnen jongeren steun ontvangen, hun sociale relaties versterken en gezamenlijk op zoek gaan naar oplossingen.

Ook in publieke campagnes en initiatieven gericht op jongeren en hun mentale gezondheid ligt de nadruk op openheid over mentaal welzijn. Cruciaal hierbij is dat het gesprek niet alleen op het niveau van professionele hulp plaatsvindt, maar ook binnen de directe leefwereld van jongeren, zoals met leeftijdsgenoten, ouders en docenten.

Ook het herhaaldelijk bespreken van negatieve emoties kan leiden tot mentale klachten

Hoewel open gesprekken positief kunnen bijdragen aan het aanpakken van symptomen bij sommige jongeren, vindt er ook een wetenschappelijk debat plaats over de mogelijke negatieve bijwerkingen. Zo beschrijft de prevalence inflation hypothesis hoe overinterpretatie van problemen kan optreden. Oftewel dat milde vormen van stress en mentale problemen soms als ernstiger worden geïnterpreteerd en ervaren dan ze objectief zijn.

Mentale problemen kunnen worden versterkt in plaats van verminderd als jongeren zichzelf (onjuist) diagnosticeren. Ook het herhaaldelijk bespreken van negatieve emoties kan leiden tot mentale klachten. Zo kan het normaliseren van angstproblemen op sociale media bijvoorbeeld leiden tot zelfdiagnose, wat vervolgens weer kan leiden tot dysfunctionele copingmechanismen en verergering van symptomen.

Goed doen

Uit het onderzoek bleek dat veel jongeren graag iets met anderen doen om zich mentaal sterker te voelen. Dit laat dus zien dat voor sommige jongeren iets dóén beter kan werken dan het gesprek aangaan. Iets goeds doen voor een ander noemen we ook wel prosociaal gedrag. Dit kan variëren van iemand helpen of steun bieden tot samenwerken.

Prosociaal gedrag gaat ook in op de fundamentele behoefte van jongeren om van betekenis te zijn

Hoewel prosociaal gedrag direct voordelen heeft voor degene naar wie het gericht is, zijn er ook belangrijke voordelen voor degene die iets aardigs doet voor een ander. Prosociaal gedrag ondersteunt namelijk wederkerige sociale relaties, een belangrijk element om vriendschappen op te bouwen. Maar dat is niet alles. Prosociaal gedrag gaat ook in op de fundamentele behoefte van jongeren om van betekenis te zijn.

Interessant is dat onderzoek een direct verband laat zien tussen het helpen van anderen en verbetering van mentaal welzijn, vooral als je je verbonden voelt met anderen en de hulp betekenisvol is. Uiteraard is dit alleen mogelijk als jongeren hier ook de mogelijkheden toe hebben. Dat is niet voor alle jongeren het geval, bijvoorbeeld doordat ze al veel ballen in de lucht moeten houden.

Tijd voor jezelf

We hebben tot nu toe gezien dat sommige jongeren liever praten, terwijl anderen liever dingen ondernemen, en weer anderen gebaat zijn bij een combinatie. Maar ondanks deze verschillen tussen jongeren, gaven bijna alle jongeren aan dat ze behoefte hebben aan meer tijd voor zichzelf. Ook de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving kwam kortgeleden tot deze conclusie en stelde dat volwassenen in de samenleving meer rust nodig hebben, en jongeren zijn hierin geen uitzondering.

Wat werkt voor wie?

Mentaal welzijn is dé uitdaging van de huidige tijd, maar door het veelvoud aan uitingen is er geen simpele eendimensionale oplossing. Jongeren verschillen van elkaar, niet alleen in wat zij hebben meegemaakt, maar ook in wat zij nodig hebben om zich goed te voelen. Om gelaagde problemen zoals mentale gezondheid onder druk te onderzoeken zijn transdisciplinaire aanpakken nodig, zoals Healthy Start.

Een belangrijke pijler is het betrekken van jongeren om samen actiegerichte oplossingen te bedenken

Met deze benadering werken onderzoekers van verschillende disciplines samen met experts uit de praktijk, zoals jongeren zelf, docenten, ouders en jongerenwerkers. Door de combinatie van praktijkkennis en wetenschappelijke kennis sluit het onderzoek aan bij de ervaringskennis en leefwereld van jongeren. Een belangrijke pijler hierbij is het betrekken van jongeren om samen actiegerichte oplossingen te bedenken die gebruikt kunnen worden voor beter beleid.

Deze benadering wordt in praktijk gebracht via het nieuwe platform Praatpower (zie kader), waar jongeren in gesprek gaan met onder andere jongerenwerkers, professionals en onderzoekers over mentale gezondheid. De uitdagingen en oplossingen die uit deze gesprekken komen, worden geanalyseerd en omgezet in concrete handelings- en beleidsadviezen.

Wij pleiten voor een gedeelde verantwoordelijkheid in de aanpak voor een betere mentale gezondheid van jongeren. Bied hun tenminste drie routes aan: praten, doen en rust.

Praatpower

PRAATPOWER is een platform vol tips, voorbeelden en ideeën voor brainstorms over mentale gezondheid. Zowel jongeren als de mensen om hen heen worden op praatpower.nl geïnspireerd en geholpen om die brainstorms te organiseren. Na afloop van elke brainstorm kan de opgehaalde input er gedeeld worden.

Onderzoekers van de Erasmus Universiteit Rotterdam, tevens de auteurs van dit artikel, gaan de brainstorms analyseren en uitwerken tot aanbevelingen voor nieuw beleid. Praatpower is opgezet door MIND Us, in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Sophie Sweijen is postdoctoraal onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en werkt als onderzoeker in het PRAATPOWER project, een project in samenwerking met MIND Us. Yara Toenders is Healthy Start Fellow Mentaal Welzijn van Jongeren aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en secretaris van de wetenschappelijke adviesraad van MIND Us. Eveline Crone is hoogleraar Developmental Neuroscience in Society aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en tevens voorzitter van de wetenschappelijke adviesraad van MIND Us.

 

Foto: Juan Diavanera via Pexels.com

Reacties 3

  1. Prima tekst, kan nog beter als je wat meer diffentieert naar jongens en meisjes, zonder hen te reduceren tot hun sekse, maar de ontwikkeling van jongens en meisjes verschilt, m.n. ook in communicatieve vaardigheden; bijv. Meisjes delen veel meer met elkaar en ontwikkelen zo ook meer ‘inner speech’ leid evt. tot reflectie al kan hek leiden tot co-rumineren. Jongens ervaren praten over problemen als riskant, neigen meer naar doen maar met minder reflectie. Zich vaak moeten verantwoorden leid tot terugtrekken liegen of bluffen. Resultaat is vaak isolement en/of riskant of schadelijk gedrag.

  2. Beste,
    Dat meisjes veel meer delen met elkaar kan een stereotypering zijn. Ik ben helemaal niet een meisje geweest dat veel praatte en dat het moeilijk vond om te openen over emoties/situaties, i.v.m, voelen een last voor iemand te zijn, people pleasing, en gevoelens ook niet altijd kan pakken, dit leidde idem dito tot terugtrekken en isolement.

  3. Wat ik vooral zie, is dat we veel te verslaafd zijn aan blogs schrijven maar je kunt nog zoveel blogs schrijven, als het niet wordt opgepakt dan heb je er niets aan en brengt het alleen teleurstelling bij mensen teweeg. Ik denk dat we in heel veel zaken helemaal niet geüpdatet zijn in NL en dat het steeds verder achterwege blijft. Denk bijvoorbeeld aan dwingende controle/psychische mishandeling (ook de subtiele vorm) maar ook Bigorexia/sportverslaving – die tevens ook het gevolg kan zijn van diezelfde psychische mishandeling vanuit kindermishandeling (neerbuigende of bekritiserende opmerkingen tegen kind op uiterlijk of pesten op basisschool – gaat onderhuids zitten en dan daarbij het gevolg met sociale media erachteraan) Dat zelfs de ‘fit’ video’s nog zo gesponsord worden op zelfs websites die over mentale gezondheidheid gaan vind ik schrijnend om te zien, ook omdat er geen “alert of trigger waarschuwing” bij staat, laten we ook oppassen met bigorexia/sportverslaving, niet alleen obesitas steeds alarmeren maar ook bigorexia/anorexia nervosa waarschuwen, teveel sport is ook gevaarlijk.

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *