Oneliners als ‘geluk is een keuze’ en ‘we kunnen denken en voelen wat we willen’ zijn illustratief voor hoe we in de huidige tijd kijken naar de mens: de mens is maakbaar. Begrijpelijk dat er grote nadruk wordt gelegd op zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid. Ook door de overheid!
Dit is echter slechts voor een beperkt deel van de bevolking haalbaar, en daarmee geeft het tweedeling in de samenleving. Mensen die minder zijn opgeleid, minder sociaal en digitaal vaardig zijn, worden hiermee impliciet gediscrimineerd. Niet voor niets doet de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) in 2024 in het rapport Van overleven naar bloeien een dringend beroep op de rijksoverheid om het zelfredzaamheidsprincipe af te schaffen.
Als we het ene mensbeeld inwisselen voor het andere, moet dat op basis van hard science
Het huidige mensbeeld heeft verstrekkende gevolgen voor de gezondheidszorg. De alsmaar stijgende zorgkosten bezorgen de beleidsmakers terecht grijze haren. Maar zolang het zorgstelsel de nadruk en bekostiging blijft leggen op productie in plaats van op ‘wat de mens nodig heeft’, zullen de zorgkosten blijven toenemen. Want dat is hoe het bekende principe van ‘operante conditionering’ werkt: wat je bekrachtigt, neemt toe (Van Dongen-Melman 2024).
Baanbrekende inzichten
Kortom: we zijn toe aan een nieuw mensbeeld. Maar als we het ene mensbeeld inwisselen voor het andere, is het belangrijk om dat op basis van hard science te doen. Niet op basis van aannames, maar gebaseerd op wetenschappelijke feiten over de mogelijkheden en onmogelijkheden van ons mens-zijn. Kennis over hoe de mens écht in elkaar zit. De emotie-neurowetenschappen geven de wetenschappelijke onderbouwing hiervoor (Panksepp & Biven 2012; Solms 2024; Van Dongen-Melman & Struijk-Mulder 2024). Ze laten niet alleen zien hoe mens-zijn eruitziet, maar ook hoe we mensen levensbreed en levenslang (toegang tot) zorg en ondersteuning kunnen geven. Mensen niet alleen laten overleven; ze ook laten bloeien.
Gevoelens ontstaan, worden gevoeld én gereguleerd in de hersengebieden waar ons verstand letterlijk niet bij kan
We hoeven maar te kijken naar de menselijke geschiedenis en de huidige maatschappij om te weten wat wij met ons lichaam en brein tot stand kunnen brengen. Maar we weten nog onvoldoende hóé we dit tot stand hebben gebracht. De emotie-neurowetenschappen tonen hoe ons brein werkt. Aspecten als wát we als mens wel of niet kunnen bereiken en hóé het brein dat doet, zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het zijn twee complementaire invalshoeken op precies hetzelfde fenomeen: de mens. Mensen worden gevormd door wat hun lichaam en brein kunnen in samenspel met de wereld om ons heen: andere mensen, de samenleving en de natuur, kortweg ‘omgeving’ genoemd. Al ons kijken, luisteren, voelen, denken en doen is daarvan het resultaat. Het brein stuurt en regelt alle lichamelijke, emotionele en denkprocessen die daarvoor nodig zijn, met als doel ons zo lang mogelijk te laten overleven door te streven naar evenwicht: homeostase.
Het brein is altijd op zoek naar méér. Daardoor gebruiken we bijvoorbeeld gemakkelijk te veel alcohol
Daartoe laat het brein ons ervaren wat er in ons lichaam, in ons brein én in onze omgeving gebeurt (Van Dongen-Melman 2024). Dat doet het door gevoelens te produceren die ons automatisch aanzetten om in actie te komen als we uit evenwicht zijn, om de balans te herstellen. De neurale en hormonale mechanismen die betrokken zijn bij de productie van gevoelens laten ook zien hoe de integratie tussen mind, brain en body tot stand komt (Panksepp & Biven 2012; Solms 2024). Daarmee wordt de klassieke scheiding tussen lichaam en geest opgeheven.
Emoties gaan vóór de ratio
Maar de emotie-neurowetenschappen brengen ons ook een ongemakkelijke boodschap, omdat we aanzienlijk minder vat hebben op onze gevoelens dan we denken (Panksepp & Biven 2012; Solms 2024). Gevoelens ontstaan, worden gevoeld én gereguleerd in de hersengebieden waar ons verstand (neocortex) letterlijk niet direct bij kan. Dit laat ons begrijpen waarom bepaalde gevoelens zo moeilijk te veranderen zijn, zoals gevormd door vroegkinderlijke ervaringen of langdurig trauma. Daarbij kan ons brein maar moeilijk maat houden.
Het brein is altijd op zoek naar méér (Van Dongen-Melman 2024). Dat maakt bijvoorbeeld dat we gemakkelijk te veel eten, alcohol en drugs gebruiken, vapen, gokken en te veel gebruikmaken van sociale media. Daarom hebben we andere mensen én de wereld om ons heen méér nodig dan we zelf kunnen inschatten om ons te helpen ons evenwicht te bewaren of te hervinden.
‘In de échte verbinding tussen patiënt en zorgprofessional ligt de sleutel tot menswaardige zorg’
Dat geldt vooral wanneer we zorg en ondersteuning nodig hebben, bijvoorbeeld door een ziekte of een aandoening. Hoe meer we in nood zijn, hoe minder we kunnen rekenen op ons nadenken, ons verstand. Juist dan vallen we automatisch terug op de emotiesystemen die diep in het brein klaarliggen om ons te laten vóélen wat we nodig hebben (Van Dongen-Melman 2024; Panksepp & Biven 2012; Solms 2024; Van Dongen-Melman & Struijk-Mulder 2024).
Wanneer mensen zorg behoeven, of het nu kinderen of ouderen zijn, worden dus automatisch onze emotiesystemen aangezet in de breinlagen waar geen woorden zijn. Die maken dat we verbinding willen maken om gehoord en gezien te worden. Verbinding vóélen maakt lichaamseigen stoffen aan, die angst en pijn ‒ ook psychische pijn ‒ verminderen én hoop geven. Gezien en gehoord worden, zijn balsem voor het brein (Van Dongen-Melman & Struijk-Mulder 2024).
Maar verbinding maken is een proces. Dat gaat niet met een druk op de knop of via de digitale snelweg, maar door aandacht en tijd binnen menselijk contact én de continuïteit ervan. Want vertrouwen moet worden opgebouwd. Met échte aandacht verbinding zoeken en erkenning geven aan wat de zorgvrager heeft doorgemaakt en nog steeds doormaakt.
Vanuit het gevoel in ‘vertrouwde, veilige handen te zijn’, kunnen zorgvragers samen met zorgprofessionals nagaan wat in de context van hun leven nodig is voor een duurzame positieve verandering. Want in de échte verbinding tussen patiënt en zorgprofessional ligt de sleutel tot menswaardige zorg (De Pagter 2019). Vertrouwen geeft ruimte om gevoelige zaken te bespreken. Zo komt de juiste informatie op tafel waaraan de zorgvrager zélf behoefte heeft. Pas als je weet wat er écht speelt, kun je goede zorg geven. Passend én proportioneel.
Als we naast de zorgvrager willen staan, dan vraagt dat om een ommezwaai in onze aanpak: anders kijken, anders luisteren, anders denken en anders doen om verbinding te maken met de mens die pas op de tweede plaats zorgvrager is (Van Dongen-Melman 2024).
Triple win
Menswaardige zorg geeft niet alleen meer welzijn en gezondheidswinst bij de zorgvrager, maar ook bij de zorgprofessionals (Van Dongen-Melman 2024; Göbel 2021). Zij ervaren meer voldoening en diepgang in hun vak. Belangrijk in tijden van personeelstekort, want een ‘ziel in de zorg’ zorgt ervoor dat professionals minder snel uitvallen en minder snel geneigd zijn de sector te verlaten of te vermijden (Göbel 2021; Plaisier e.a. 2023). Een triple win: de patiënt, de zorgprofessional én de maatschappij profiteren van ‘menswaardige zorg’.
Voor menswaardige zorg moeten we aansluiten bij het brein van de zorgvrager
Vaak wordt gedacht dat menswaardige zorg duur is omdat aandacht en tijd geld kosten, terwijl onderzoek na onderzoek laat zien dat er op de lange termijn minder zorgkosten zijn én er minder zorgconsumptie is (Van Dongen-Melman 2024). Ook in Nederland (Bakker-Klein 2019). En we weten ook hoe dat kan worden bereikt. Initiatieven in zorg en samenleving laten dat gewoon zien door een andere basishouding en een andere gespreksvoering waarmee beter wordt aangesloten bij het brein van de mens met een zorgvraag (Plaisier e.a. 2023; Bakker-Klein 2019; Integraal Werken in de Wijk (2024).
Niet meer zorg, maar andere zorg
De inzichten vanuit emotie-neurowetenschappen hebben verregaande implicaties hoe we de gezondheidszorg en de samenleving kunnen of willen inrichten. Want grote veranderingen brengen ons brein uit balans. Bij iedereen; ook in de politiek, bij bestuurders en bij de medewerkers van hun organisaties. Het is een natuurlijke reactie van ons brein om daar weerstand tegen te bieden door vooral alles bij het oude te houden (geen tijd, geen geld, geen personeel). Ook dat weten we (Van Dongen-Melman 2024). Een paradigmashift vraagt om een lange adem. Maar waar een wil is, is een weg, bijvoorbeeld door een andere veranderstrategie toe te passen en niet alleen te sturen op de korte, maar ook op de lange termijn.
Als we menswaardige (toegang tot) zorg willen bereiken voor elke Nederlander, zonder tweedeling in de maatschappij, dan moeten we aansluiten bij het brein van de zorgvrager. Want dat is bij elke zorgvrager net weer een beetje anders door aanleg (nature) en levenservaringen (nurture). Dat vraagt om persoonlijk contact én continuïteit. Geen zorgprofessional op afstand, maar een zorgprofessional dichtbij. Niet méér zorg, maar andere zorg. Menswaardige zorg.
Dr. Jeanette E.W.M. van Dongen-Melman is klinisch psycholoog-psychotherapeut en klinisch wetenschappelijk onderzoeker in de medische psychologie. Zie ook: aardigedokters.nl
Foto: Carola G via Pexels.com