De vraag over hoe om te gaan met uitdagingen van de hybride leefwereld spelen wereldwijd. Zo geldt in Australië een socialemediaverbod voor jongeren om mentale gezondheidsproblemen, cyberpesten en privacyproblemen te verminderen. Australisch premier Albanese sprak bij de bekendmaking van het verbod over het teruggeven van de jeugd aan kinderen.
Leeftijdsverbod
Ook andere landen, zoals Noorwegen, Zweden en België, overwegen een verbod. Vlaams minister Gennez motiveert een voorstel tot een verbod als volgt: ‘In het echte leven vinden we het doodnormaal dat we grenzen stellen en leeftijdsbeperkingen invoeren om onze kinderen en jongeren te beschermen’.
Ook in Nederland is een verbod een onderwerp op de politieke agenda. Daarbij vindt ruim twee derde van de Nederlandse kinderen en jongeren een verbod op sociale media een goed idee.
Ik heb zo mijn twijfels over het effect van een leeftijdsverbod
Dergelijke initiatieven voor verboden komen niet enkel van de politiek. In Spanje is het burgerinitiatief Adolescencia Libre de Móviles (jeugd vrij van mobieltjes) ontstaan. Deze whatsappgroep van ouders staan hun kinderen pas na hun zestiende verjaardag een smartphone toe. In Nederland zijn vergelijkbare initiatieven, zoals Smartphonevrij opgroeien.
Ik heb zo mijn twijfels over het (langetermijn)effect van een leeftijdsverbod als enkele maatregel. De gedachtes van Albanese en Gennez weerspiegelen de afstand tussen generaties in het online domein. Het vasthouden aan oude patronen in de hybride context is nobel, maar niet realistisch. Ouders van nu speelden vroeger buiten samen, tegenwoordig spelen jongeren en kinderen vaker met hun smartphone met elkaar. Ze leggen en onderhouden contact via het scherm. Met de smartphone geven zij voor een groot deel hun identiteit vorm.
De perceptie van jongeren over een verbod kan ook worden gezien als een noodkreet en een behoefte aan kaders. Met enkel een verbod worden onderliggende vraagstukken genegeerd.
Nationale richtlijn
Afgelopen juni is de Richtlijn gezond schermgebruik 2025 gepubliceerd. De richtlijn gaat verder dan het simpelweg opleggen van een verbod, het beoogt ook opvoeders advies te geven over hoe ze het gesprek met hun kinderen over smartphonegebruik kunnen aangaan.
Om te begrijpen wat er online gebeurt, moeten opvoeders digitaal wijzer worden
Een prima stap, maar het neemt niet weg dat het voor opvoeders ook dan lastig blijft om pedagogische grenzen te stellen en kaders aan te reiken. Kinderen zijn veel meer thuis in de hybride leefwereld dan hun opvoeders en deskundiger in de onlinemogelijkheden en dito taal. Om te begrijpen wat er online gebeurt, moeten opvoeders kortom digitaal wijzer worden. Dan zijn ze straks beter in staat om het gesprek met hun kinderen aan te gaan.
Generatiekloof
Volgens Pierre Bourdieu bestaat er een discrepantie in de wijze waarop generaties kapitalen vergaren. De Franse socioloog onderscheidt drie vormen van kapitaal: economisch (inkomen en vermogen), sociaal (netwerk en contacten) en cultureel (kennis en vaardigheden). Waar Bourdieu zijn kapitaaltheorie gebruikt om met name sociale ongelijkheid te duiden, wend ik zijn distinctie hieraan om het verschil in leefwerelden tussen generaties te belichten.
De bril – Bourdieus habitus – waarmee de wereld wordt waargenomen en geïnterpreteerd, verschilt tussen generaties
Oudere generaties vergaren en koppelen hun kapitalen vooral aan de fysieke leefwereld. Jongere generaties daarentegen doen dat steeds meer in de online leefwereld. Denk bijvoorbeeld aan influencers die via onlinekanalen (economisch) kapitaal vergaren. Of aan apps als Snapchat waarmee jongeren hun (sociale) netwerk onderhouden.
De bril – Bourdieus habitus – waarmee de wereld wordt waargenomen en geïnterpreteerd, verschilt tussen generaties. De oudere generaties zijn opgegroeid en gesocialiseerd met een pre-digitale habitus. Het begrip oudere generatie is relatief, het omvat ook dertigers. Jongere generaties vinden elkaar vaker online, spreken daar hun eigen taal en verwerven online cultureel kapitaal.
Naast richtlijnen en regelgeving bestaat er een maatschappelijke opdracht om opvoeders te voorzien van het benodigde, met name culturele, kapitaal waarmee zij hun pedagogische taak ook in de hybride leefwereld kunnen vervullen. Dit veronderstelt dat de habitus van oudere generaties wordt herijkt en meer afgestemd raakt op de hybride context.
Co-creatie
De nieuwe richtlijn is een positieve ontwikkeling. Maar hoe kunnen we nu zorgen dat de adviezen binnen deze richtlijn ook aansluiten op de pedagogische vaardigheden van de opvoeders? Om dat voor elkaar te krijgen, moeten co-creatie en jongereparticipatie de boventoon voeren. Jongeren kunnen met hun digitale kennis, de hybride leermeesters van opvoeders worden.
Jongeren moeten daarom óók worden benut als kennisbron voor opvoeders
Via de Jongerenraad Digitalisering worden jongeren actief betrokken bij beleidsontwikkeling rondom digitalisering. Een goede stap, maar de volgende stap moet verder reiken dan jongeren mee te laten denken Beleidsmakers kunnen weliswaar het initiatief nemen, maar een gebrek aan ervaringskennis, context of relevante expertise vergroot het risico dat ontwikkelde richtlijnen en voorstellen niet voldoende aanslaan. Jongeren moeten daarom óók worden benut als kennisbron en co-creator in beleidsontwikkeling. Vul in co-creatie met jongeren de hybride gereedschapskist van opvoeders, zodat zij weten het juiste gereedschap kunnen kiezen tijdens de opvoeding in de hybride leefwereld.
Overigens moeten we oppassen dat de twee leefwerelden, online en offline, als aparte werelden worden gezien. We hebben te maken met één hybride leefwereld, dat moet ook in de beleidsontwikkeling terugkomen.
Geen blauwdruk
De hybride leefwereld is relatief nieuw en veranderingen volgen elkaar snel op. Socialemediaplatforms komen en gaan, algoritmes sturen welke informatie er wordt getoond en nieuwe vormen van contact en conflict ontstaan.
Het valt zonder meer toe te juichen dat het onderwerp steeds meer aandacht krijgt en dat er veel experts en beleidsmakers mee aan de slag zijn. Waartoe al die inspanningen gaan leiden, valt niet te voorspellen. Wel is het cruciaal dat er meer beroep wordt gedaan op het online opgebouwde culturele kapitaal van kinderen en jongeren. Laat jongeren ouderen wijzer maken in onze hybride leefwereld en laat vervolgens ouderen jongeren opvoeden in diezelfde hybride leefwereld.
Roy Krijger is onderzoeker binnen de Innovatiewerkplaats Zorg en Veiligheid van het lectoraat Verslavingskunde & Forensische Zorg van de Hanze. Hij doet als buitenpromovendus onderzoek naar de aanpak van problematische jeugdgroepen, specifiek naar de vraag hoe professionals en niet-professionals elkaar daarin kunnen versterken.
Foto: cottonbro studio via Pexels.com