Jongerenwerk en bottlenecks in jeugdhulp – Linda’s verhaal

Jongerenwerkers hebben contact met veel jongeren. Gebrekkige verbinding tussen jongerenwerk en (gemeentelijke) instanties belemmert echter de hulpverlening. De Rotterdamse rekenkameronderzoekers Ikram Taouanza en Kees de Waijer beschrijven de bottlenecks aan de hand van het verhaal van Linda, een jongere.

Twee tassen vol met danskleding en attributen. Het zou misschien 100 euro kunnen opleveren op Marktplaats, genoeg voor vier maanden danslessen. Maar het contributiegeld voor de maanden daarna kan ze niet meer betalen. De relaxte ‘Afro vibes’ danstraining past sowieso niet meer bij haar leven. Linda kan alleen maar denken aan de vechtscheiding van haar ouders en de geldzorgen thuis.1

Welzijn jongeren onder druk

Linda groeit op in een kwetsbare gezinssituatie, dat wil zeggen in een gezin met relatieproblemen, met een minimuminkomen, of met ouders of verzorgers die nauwelijks opleiding hebben gehad (Metz & Sonneveld, 2018). Uit ons Rotterdamse Rekenkameronderzoek (2022) blijkt dat in 2020 minimaal 13.900 van de 84.000 Rotterdamse jongeren net als Linda opgroeiden in kwetsbare gezinssituaties.

Deze omstandigheden vergroten de kans op problemen met hun welzijn. Zo is in de periode 2016-2020 het aantal eenzame jongeren in Rotterdam toegenomen (van 43 naar 57 procent). Het aantal jongeren met een hoog risico op depressie of angststoornis steeg in deze periode eveneens (van 6,6 naar 11,4 procent). Landelijk zien we soortgelijke getallen als het gaat om eenzaamheid (45 procent in 2021) (CBS, 2022) en psychisch ongezondheid (12 procent in 2020) (CBS Statline, 2022).

De kracht van jongerenwerkers zit onder meer in het laagdrempelige karakter

Ondertussen heeft niemand in de gaten dat Linda zich langzaam afsluit van familie en vrienden. Ze is gewoon ‘druk met tentamens’ of ‘bezig met een nieuwe choreo’. Maar ze staat noch bij haar studie noch bij de dansschool ingeschreven. Met de eerste coronalockdown in 2020 als katalysator voor de sluimerende problemen, wordt haar wereldje kleiner. In Linda’s beleving zal school haar situatie niet kunnen veranderen.

Haar voorbeeld staat niet op zichzelf. Uit landelijk onderzoek blijkt dat langdurige eenzaamheid onder jongeren ertoe kan leiden dat jongeren de hoop op verbetering opgeven.

Meerwaarde van jongerenwerk

Wanneer haar school online op Instagram wordt getagd door een jongerenwerker bij de dansactiviteit ‘Xpress yourself’ is ze nieuwsgierig. Ze geeft het een double tap, omdat haar lievelingsnummer gebruikt is als achtergrondmuziek en ze haar uitlaatklep mist.

En dan ontvangt ze een berichtje: ‘Hey, thnx voor de like! Jij bent nog nooit bij het Huis van de Wijk geweest, hè? Kom je ook even kijken volgende week? Ik maak dan sowieso de lekkerste saoto soep die je ooit hebt gegeten! Greetz, Nora’.2 Het contact is gemaakt en voor het eerst sinds lange tijd kapt Linda het niet af.

Dit is een voorbeeld van hoe jongerenwerkers contact maken met jongeren. De kracht van jongerenwerkers, zo blijkt uit ons onderzoek, zit onder meer in het laagdrempelige karakter. Een jongere hoeft niet bij een loket aan te kloppen, een formele intakeprocedure te doorlopen of een indicatie aan te vragen. Jongerenwerker Nora maakte contact met Linda op een plek waar Linda zelf al was, op Instagram. Daarnaast biedt de jongerenwerker een aansprekende activiteit aan en zowel het taalgebruik als de houding van de jongerenwerker voelt als vertrouwd.

Nora heeft bergen verzet voor Linda, maar ze is geen ‘duizenddingendoekje’

De hulp die Linda daarna krijgt van de jongerenwerker heeft effect. Linda komt nu regelmatig in het Huis van de Wijk en maakt er contact met anderen. Ze doet weer mee aan haar geliefde danstraining, met hulp van het Jeugdfonds, door Nora ingeschakeld. Ze heeft haar studie weer voorzichtig opgepakt en ze durft soms iets aan Nora en aan vrienden te vertellen over hoe het thuis gaat.

Jongerenwerker schakelt wijkteam in

Hoewel ze vooruitgang heeft geboekt, is de positie van Linda nog precair. Zo voelt ze nog steeds een grote verantwoordelijkheid voor haar moeders geluk en neemt haar veel zaken uit handen. Nora prijst dat in eerste instantie, maar na enige tijd maakt ze zich er zorgen over. Nora heeft het idee dat dit verantwoordelijkheidsgevoel te ver doorschiet, bijvoorbeeld als Linda overweegt haar dansschool toch weer te stoppen, zodat ze thuis meer haar moeder kan helpen.

Nora heeft niet de benodigde kennis en deskundigheid om aan dit ‘parentificatieproces’ te werken. Dit is een psychologisch-klinisch verschijnsel waarbij jongeren binnen een gezin langere tijd verantwoordelijkheden op zich nemen die bij de ouders horen (Tijdschrift voor Psychiatrie, 2010). Nora roept daarom hulp en expertise in van een gemeentelijk sociaal wijkteam.

Ze krijgt à la minute een reactie: ‘In verband met onvoldoende beschikbare capaciteit is de wachttijd momenteel zes á zeven weken voor een intakegesprek. Wij adviseren u een geschikt overbruggingsaanbod aan de betreffende jongere te bieden.’

In eerder onderzoek (2018) heeft de rekenkamer vastgesteld dat wijkteams in Rotterdam aanzienlijke wachttijden hebben, waardoor hulpvragers de nodige ondersteuning niet altijd tijdig krijgen en problemen escaleren. De wachtlijsten voor de jeugd-ggz zijn ook landelijk een bekend en hardnekkig probleem (Inspectie Gezondheidszorg en jeugd, 2021).

Het jongerenwerk kan tot op een zekere hoogte een periode overbruggen, maar niet bij alle problematiek. Nora heeft bergen verzet voor Linda, maar ze is geen ‘duizenddingendoekje’ voor complexe sociale problematiek en wachtlijsten.

Haperende doorgeleiding

Jongeren zoals Linda, die opgroeien in kwetsbare gezinssituaties, hebben een grotere kans op problemen en de hulpverlening staat veraf van deze jongeren (Verweij Jonker Instituut, 2019). Linda werd niet bereikt door gemeentelijke instanties, maar wel door het jongerenwerk. Haar sociaal isolement werd doorbroken.

Uit ons onderzoek komt naar voren dat jongerenwerk er goed in is om kwetsbare jongeren wél te bereiken en dat het een sterke signaleringsfunctie heeft. Ook boekt het jongerenwerk positieve resultaten met jongeren op het gebied van financiële bewustwording, schoolprestaties en mentale weerbaarheid.

Haperende doorgeleiding naar gemeentelijke instanties vormt hardnekkige bottlenecks voor het welzijn van jongeren

Maar soms is er meer hulp nodig dan alleen jongerenwerk. En dan loopt de hulp vast. In die zes à zeven weken die Linda moet overbruggen, kan veel misgaan. En als bij de intake blijkt dat de hulpvraag is veranderd (want geëscaleerd), moet ze misschien wel worden doorverwezen naar specialistische jeugdhulp en begint het wachten opnieuw.

In Rotterdam kent niet alleen de doorgeleiding naar wijkteams problemen. Ook in de doorgeleiding van jongeren naar gemeentelijke schuldhulpverlening en uitkeringsinstanties lopen jongerenwerkers tegen belemmeringen aan. Trage afhandeling van de hulpvraag bij het Jongerenloket en de omvangrijke schriftelijke intakeprocedure bij het Expertise Team Financiën, zijn hier voorbeelden van. De huidige haperende doorgeleiding vanuit jongerenwerk naar gemeentelijke instanties vormt hardnekkige bottlenecks voor het welzijn van jongeren.

Tegelijk biedt het grote bereik van het jongerenwerk ook een kans. Als het jongerenwerk beter wordt verbonden met gemeentelijke en andere hulpverlenende instanties kunnen veel jongeren met problemen tijdig in het vizier komen van hulpverleners en beter worden geholpen. De gemeente kan bijvoorbeeld procedurele barrières wegnemen die de hulpverlening aan jongeren belemmeren. De samenwerking kan bovendien verbeteren als gemeentelijke medewerkers meer ruimte krijgen om zelfstandig te handelen op basis van wat volgens hun professionele oordeel nodig is om een jongere te helpen.

Wanneer een gemeente een betere verbinding tussen jongerenwerk en gemeentelijke instanties mogelijk maakt, komt the best of both worlds van het jongerenwerk en de gemeente eindelijk tot hun recht en kunnen jongeren meer baat hebben bij de hulp.

Ikram Taouanza en Kees de Waijer werken als onderzoekers bij de Rekenkamer Rotterdam. Klik op de link als je het hele rekenkamerrapport ‘Meer waarde voor jongeren – onderzoek naar effecten van jongerenwerk’ wil lezen.

 

Noten

1/2. De namen Linda en Nora zijn niet de namen van een jongere en een jongererenwerker uit het onderzoek van de Rekenkamer Rotterdam. Hun personages zijn gebaseerd op de gegevens van meerdere jongeren en jongerenwerkers die aan het rekenkameronderzoek meewerkten.

 

Foto: Chris JL (Flickr Creative Commons)