Leerlingen zijn steeds minder gemotiveerd op school, hebben last van prestatiedruk en lijken zich ook steeds minder te houden aan schoolregels (Jakobs et al., 2024; Onderwijsland, 2024; Josso-Loureiro et al., 2023). Zo neemt bijvoorbeeld het aantal vechtincidenten op scholen nog altijd toe en vallen leerlingen steeds vaker uit. Als reactie hierop nemen scholen allerlei maatregelen, zoals interventieklasjes, schooljongerenwerkers en schoolpsychologen. Maar zijn dat wel de goede?
Gelijke behandeling of talent?
Een uitgangspunt in het onderwijs is dat leerlingen een gelijke behandeling krijgen. Leerlingen van een opleiding krijgen dezelfde lesstof en toetsen. Dit is mooi, want zo krijgt iedereen, vakinhoudelijk, dezelfde kansen. Maar dit heeft ook zijn prijs. Door het standaardiseren van het onderwijs en het individueel afnemen van toetsen lopen we het risico dat we andere talenten van jongeren over het hoofd zien. Met name door de individuele benadering en focus op cognitieve vaardigheden krijgt talentontwikkeling op thema’s zoals sociale nieuwsgierigheid, verbeeldingskracht en relativeringsvermogen minder ruimte.
Talenten die geen lucht krijgen, groeien niet en dit kan demotiverend werken
Talenten die geen lucht krijgen, groeien niet en dit kan zelfs demotiverend werken. Van jongeren horen we dat ze graag andere dingen willen leren op school en ook op een andere manier. Hier zit vaak een sociale component in, zoals samen muziek maken, creatief werken of opdrachten waarin ze kunnen spelen. Jongeren waarderen het als ze hierover mee mogen denken (Jakobs et al., 2024; Josso-Loureiro et al., 2023 ).
Te veel druk
Ook lijdt een aanzienlijke groep jongeren onder prestatiedruk, en deze druk ontwikkelt zich op steeds jongere leeftijd. Op het voortgezet onderwijs voelt ongeveer 45 procent van de leerlingen druk (NJi, 2024; Trimbos, 2023). Verschillende maatschappelijke factoren spelen hierin een rol, maar ook onderwijsfactoren dragen hieraan bij. Zo hebben jongeren een gemiddelde van tweeënhalve toets per week in het voortgezet onderwijs (Visser, 2023). Hierdoor hebben ze het gevoel dat ze continu moeten presteren. Prestatiedruk draagt bij aan somberheid, eenzaamheid en vermoeidheid.
Docenten halen veel plezier uit hun werk, maar hebben tevens last van regeldruk
Niet alleen leerlingen, maar ook docenten lijken last te hebben van de vast omlijnde onderwijsprogramma’s met een veelheid aan toetsmomenten. Docenten halen veel plezier uit hun werk, maar zeggen tevens last te hebben van regeldruk, weinig zeggenschap en minder professionele ruimte dan ze eigenlijk zouden willen (CNV, 2024; Onderwijsraad, 2024; SER, 2023). Structurele personeelstekorten en een hoge uitval doen de rest (Kennisrotonde, 2019).
Tegenstrijdige principes
Scholen bereiden hun leerlingen voor op de centrale eindexamens en richten hier ook hun schoolbeleid op in. Door middel van toetsen is er zicht op de ontwikkeling van leerlingen. Maar schoolbesturen hebben een bepaalde mate aan vrijheid om eigen invulling te geven aan hun schoolbeleid (Onderwijsraad, 2024). Zij zouden kunnen kijken of er in het schoolbeleid mogelijkheden zijn om meer ruimte te geven aan de behoeften van leerlingen en docenten op het gebied van inspraak.
We leren al jong dat het draait om cijfers en niet om onze unieke bijdrage
Dit is echter niet zo makkelijk vanwege allerlei factoren die in onze samenleving van kracht zijn. We leven in een kennisgerichte economie waarin cognitieve vaardigheden en individuele prestaties belangrijk zijn. Waarden zoals controle, maakbaarheid en competitie krijgen in onze samenleving veel ruimte (Verhaege, 2023). We leren bijvoorbeeld al op jonge leeftijd dat het draait om onze kwantitatieve cijfers en niet om onze unieke bijdrage. Dat scholen leerlingen hierop willen voorbereiden is logisch, maar dit sneeuwt andere talenten onder die moeilijker te kwantificeren zijn.
Dat is zonde en komt ook niet helemaal overeen met wat scholen beogen: in onderwijsbeleid staan vaak waarden als solidariteit, inclusie en brede talentontwikkeling centraal.
Facultatieve onderwijsactiviteiten die bijdragen aan talentontwikkeling worden weinig bezocht
Het is aannemelijk om te denken dat dit mechanisme doorwerkt in de levenshouding van jongeren. Zo blijkt dat jongeren pragmatische keuzes maken over hun onderwijspaden (Tahir et al., 2024). De tijd die ze hebben, willen ze gebruiken om te leren voor een goed cijfer. Facultatieve onderwijsactiviteiten die bijdragen aan talentontwikkeling worden weinig bezocht. Jongeren willen wel, maar hebben hier geen tijd voor.
Ook hebben jongeren het gevoel dat ze er in hun eentje voorstaan en staan ze wantrouwend tegenover volwassenen buiten hun gezin en instanties (Jakobs et al., 2024; Kinderombudsman, 2022). Dat is zorgwekkend.
Behoefte aan verbinding
Toch zijn er hoopvolle signalen, vanuit zowel leerlingen en docenten, om hier verandering in te brengen. Want leerlingen en docenten geven eigenlijk hetzelfde aan. Naast dat ze allebei behoefte hebben aan meer ruimte voor hun unieke talenten, willen ze ook meer verbinding.
Docenten zien dat een goede samenwerkingsrelatie bijdraagt aan plezier aan beide kanten
Docenten zien dat een goede samenwerkingsrelatie bijdraagt aan plezier aan beide kanten. En ook leerlingen willen hun klasgenoten en docenten beter leren kennen. Het opbouwen van relaties kost alleen tijd en daar ontbreekt het aan. Tijd wordt opgeslokt door het onderwijssysteem met veel regelwerk rondom individuele metingen.
Verdeelde meningen over initiatieven
Er zijn steeds meer initiatieven op scholen die zich inzetten voor het welzijn van leerlingen. Zo heb je bijvoorbeeld het jongerenwerk op scholen en pedagogische conciërges. Zij maken verbinding met jongeren door aansluiting te zoeken bij hun leefwereld door tijd met hen te spenderen in de pauzes en activiteiten voor hen te organiseren. Het aantal schoolpsychologen neemt ook toe.
Deze initiatieven zouden onbedoeld slechts doen aan symptoombestrijding
De meningen over deze inzet in het onderwijs zijn echter verdeeld. Velen zijn tevreden over deze ontwikkeling, maar er worden ook vragen gesteld of deze initiatieven niet onbedoeld slechts doen aan symptoombestrijding en afleiden van systeemproblemen in het onderwijs. Want de onvrede van docenten en leerlingen wordt veroorzaakt door factoren die zijn gelegen in het onderwijssysteem. De vraag is of deze initiatieven bij de kern komen van het probleem of slechts pleisters zijn.
Versterking sociale basis
Ruimte geven aan verbinding en inspraak van leerlingen en docenten in het onderwijs heeft daarom grote prioriteit. De bewustwording van de grote waarde van een sterke sociale basis binnen het onderwijs neemt toe bij zowel schooldirecties als personeel.
Met een goede sociale basis in het onderwijs hoeven we misschien ook minder jeugdzorgpleisters te plakken
Het hebben van inspraak, waardering voor jouw unieke talenten en elkaar leren kennen zijn in een sociale basis fundamenteel. Met een goede sociale basis in het onderwijs hoeven we misschien ook minder jeugdzorgpleisters te plakken.
Gelukkig zijn er steeds meer goede voorbeelden waarin de sociale basis op school een belangrijke plek heeft. Er zijn huiskamers waarin docenten en leerlingen samenwerken aan zelfbedachte projecten, scholen denken na hoe het schoolgebouw ontmoetingen kan stimuleren en er zijn zelfs scholen die zichzelf zien als sociaal systeem. Daar is echter wel veel lef en inspanning voor nodig.
Pamela Jakobs werkt bij het lectoraat Klantenperspectief in Ondersteuning en Zorg aan hogeschool Windesheim en Flevi’s Kenniswerkplaats Jeugd waar ze onderzoek doet naar het welzijn van jongeren in de maatschappelijke context.
Foto: Norma Mortenson via Pexels.com