Integratie door de ogen van immigranten

Veel immigranten zijn succesvol in ons land geïntegreerd. Ze zijn geslaagd in hun beroep en in de samenleving. Journalist Ali Develioglu wilde door hun ogen kijken. Hoe zien zij integratie, wat zijn hun aanbevelingen? Hij sprak zes mensen.

Nazmi Türkkol, advocaat: ‘Ik ging niet noodzakelijkerwijs door met vasthouden aan wat ik had geleerd’

Nazmi Türkkol. FOTO Tom Feenstra

‘De Nederlandse samenleving is een mooie samenleving. Waarden als individuele vrijheid, gelijke kansen voor iedereen en sociale cohesie spreken me erg aan. Natuurlijk was onderwijs de belangrijkste factor bij het vergemakkelijken van mijn integratie. Door het kunnen spreken van de taal, geschoold zijn en ook openstaan ​​voor een andere, nieuwe, cultuur was het voor mij gemakkelijker om te integreren. Ik ging niet noodzakelijkerwijs door met vasthouden aan wat ik had geleerd; ik denk dat ik geïntegreerd ben. Ik word daardoor makkelijk geaccepteerd in mijn taken en posities in de samenleving, zoals het advocaatschap en het lidmaatschap van diverse commissies. Maar als je het iemand anders vraagt, zouden ze kunnen zeggen dat Türkkol nog steeds Turks spreekt, Turks eet, met Turkse vrienden drinkt en naar de moskee gaat. Dus in hoeverre is deze man dan geïntegreerd! Zo denken sommigen!’

Met deze woorden somt de Amsterdamse advocaat Nazmi Türkkol met tevreden stem zijn gemakkelijke integratie in Amsterdam op, waar hij opgroeide als kind van een Turks gezin.

Rolmodel

Vanuit de overtuiging dat integratie belangrijk is en ten goede komt aan de samenleving, is Türkkol een voorbeeldig ‘rolmodel’ in de ogen van veel immigranten en zeer succesvol in het zakenleven. Hij is een bekende en al 29 jaar geliefde advocaat, gekozen in het college van afgevaardigden van de Amsterdamse Orde van Advocaten. En hij is nu ook dagelijks bestuurder van het stadsdeel Amsterdam Nieuw-West. Eerder was hij een tijdje gemeenteraadslid in Amsterdam. Türkkol kreeg voor D66 veel stemmen bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2021 en stond op de reservelijst als kandidaat-Tweede Kamerlid toen het laatste kabinet-Rutte werd ontbonden.

‘Als je voelt dat de samenleving je verwelkomt door je te omarmen, dan integreer je makkelijker’

Hij vindt dat de samenleving hem liefdevol heeft omarmd en vestigt de aandacht op het belang hiervan voor de integratie van alle immigranten: ‘Als je kunt zien dat je deel uitmaakt van deze samenleving, als je voelt dat de samenleving je verwelkomt door je te omarmen, dan integreer je nog makkelijker. Anders blijft er altijd een gevoel van onbehagen.’

Türkkol wijst op sommige immigrantenjongeren van de derde generatie die op sociale media reageren op uitsluiting en ongelijke behandeling door te zeggen: ‘Als jij mij niet accepteert, accepteer ik jou ook niet.’ Hij zegt hierover: ‘Deze onjuiste confrontatie, waarbij je kijkt naar verschillen, staat die integratie in de weg.’


Arzu Özalp, raadslid: ‘Met welke bagage zijn ze hier gekomen? Dat is ook belangrijk’

Arzu Özalp. FOTO Mitch van Schijndel

Arzu Özalp verbleef tot haar zestiende in Zuidoost-Turkije en kwam daarna naar Heerenveen om bij haar familie te gaan wonen. In de eerste maanden hier verwachtte ze niet dat ze zo lang zou blijven. Na zeventien jaar als docent economie te werken, is ze tegenwoordig raadslid voor de PvdA in Venlo. Daarnaast was ze vanaf 2012 tot vorig jaar actief als voorzitter van de sociaal-democratische vereniging CHP in Nederland (CHP is een oppositiepartij in Turkije). Ze zegt hierover: ‘Mijn idealen kennen geen kleur, identiteit of verschillen.’

Volgens Özalp zijn niet alleen de houding van de Nederlandse samenleving, maar ook het bewustzijn, de ervaring en de uitrusting van immigranten belangrijk voor integratie. Met andere woorden: het is een tweezijdig proces. ‘Het is ook belangrijk met welke bagage de immigrant hier kwam. Wat heeft hij in die bagage meegenomen, wat hebben zijn ogen gezien, wat hebben zijn oren gehoord, wat hebben het lichaam en de ziel meegemaakt?

‘Succes moet niet een standaardmaat zijn om te kunnen zeggen dat iemand geïntegreerd is’

Sommige mensen komen bijvoorbeeld met zulke grote problemen hier dat ze eerst die oude invloeden moeten vernietigen. Zonder de benarde ervaringen van deze mensen te kennen, is het niet mogelijk om van hen een succesverhaal te verwachten.

Ik vind niet dat succes een standaardmaat moet zijn om te kunnen zeggen dat iemand bijvoorbeeld geïntegreerd is. Integratie is niet iets wat bereikt kan worden door te zeggen: ‘Hij heeft zijn diploma gehaald, heeft dit en dat gedaan, kocht een huis, enzovoort.’’

 Elke dag vijftig woorden

Özalp zegt dat ze in haar eerste Nederlandse jaren, toen ze nog een puber was, het moeilijk had hier omdat zij de culturen van de mensen niet kende en meestal thuis bij het gezin moest blijven. ‘Mijn liefde voor spreken zorgde er eigenlijk voor dat ik de taal snel leerde. Want als ik niet met mensen kan praten, ga ik, denk ik, dood.

Ik stelde mezelf elke dag een doel; dat ik dagelijks vijftig woorden zou leren. Om Nederland goed te leren kennen, keek ik elke avond tv-series en het Jeugdjournaal. Het eerste jaar heb ik heel hard mijn best gedaan, het volgende jaar werd ik meteen ingeschreven op school.

Als een persoon goed en kwaad goed kan onderscheiden, kan deze persoon gemakkelijk vooruitgang boeken. Dus niet alleen het integratiebeleid hier bepaalt het succes van integratie. Ik denk dat dit iets is wat op beide manieren en samen kan worden gedaan.’

Verbondenheid

Zij denkt dat zowel een geslaagde integratie als een gevoel van verbondenheid met het land van herkomst naast elkaar kunnen bestaan. ‘Erbij horen, is bijvoorbeeld erg belangrijk in onze Turkse samenleving. We hebben verenigingen opgericht, we hebben ervoor gekozen om samen te zijn. Ik hecht persoonlijk niet veel belang aan verbondenheid. Ik geef meer om het samenleven van de wereld. Zo is het in het algemeen wel, en je kunt deze verbondenheid natuurlijk niet verbieden. Maar dit mag het gewone leven hier niet moeilijk maken en niet in strijd zijn met de waarden hier.’

Om deze reden vergelijkt zij integratie met de volksdans halay, die arm in arm broederlijk wordt uitgevoerd: ‘Integratie is deel uitmaken van een geheel. Wanneer je een stuk in een geheel integreert, hoeft dat de geest van dat stuk niet te breken. Wanneer een groep bijvoorbeeld de halay speelt en er komt ineens iemand het spel binnen die het ritme niet kan opvangen, worden sommigen boos en anderen proberen te helpen. De nieuwkomer probeert en worstelt, en uiteindelijk gaat hij daarin onopvallend verder. Zolang iedereen blijft genieten van de dans, ook al kan iemand het niet heel goed, zijn er eigenlijk geen problemen. Ik denk dat integratie precies zo zou moeten zijn.’


Muzaffer Yanık, docent: ‘Het gaat erom dat je je leefwereld uitbreidt’

Muzaffer Yanık

‘Op een dag bracht een vriend van mij uit Turkije een druivenzaailing mee uit de Egeïsche stad Manisa en plantte die hier in mijn tuin. Deze druif groeide slechts een meter en maakte bladeren. Later groeide hij niet meer en in het derde jaar merkte een vriend op dat de plant verrot was! Mijn moeder kwam tussenbeide en zei: ‘Mijn zoon, hij hield niet van de druivenaarde en deed het daarom niet goed in de grondsoort hier!’

Ik dacht na over haar woorden. Mensen die hier wonen, moeten van Nederland houden. Ze moeten kunnen groeien in de Nederlandse bodem, zeg ik altijd tegen mijn studenten op de pabo. Ik zeg tegen iedereen dat je maar beter kunt vertrekken als je deze plek niet leuk vindt. Als je dit niet voor jezelf doet, doe het dan voor de toekomst van je kind.’

Onvermijdelijk proces

Muzaffer Yanık uit Dordrecht denkt dat, net zoals een plant kan groeien in de grond die voor hem geschikt is, een mens alleen kan integreren in een land dat geschikt is voor hem. Hij kwam in de jaren tachtig als kind in een gastarbeidersgezin naar Nederland. Hij is hoger opgeleid en al 25 jaar docent en onderwijskundige aan de pabo Avans Hogeschool, Academie voor Pedagogisch Onderwijs. Hij staat bekend om zijn sociale activiteiten, zoals zijn lidmaatschap van de Stichting Inspraakorgaan Turken in Nederland, of, in het verleden, als voorzitter van de Federatie van Democratische Sociale Verenigingen in Nederland (DSDF).

Integratie is een verplicht en onvermijdelijk proces, volgens Yanık: ‘Het gaat er niet om of ik wil integreren of niet. Het is een ontwikkeling in dit land, opgelegd door het leven en de omstandigheden. Het is een onvermijdelijke participatie die men moet meemaken. Het gaat erom dat je je leefwereld uitbreidt. Sommige problemen die we tegenwoordig ervaren, hebben te maken met de breedte van onze leefwereld. Als we naar sommige gezinnen kijken, bestaat hun hele leven uit moskee, thuis en school. Maar deze leefwereld is een zeer beperkte omgeving in termen van integratie en optimale mogelijkheden.’

Doorzettingsvermogen

De uitdrukking ‘het goed doen in een grondsoort’ past goed bij Yanık en daarom integreerde hij gemakkelijk in dit land waarvan hij houdt en dat hij voor zichzelf als ‘geschikt land’ ziet. ‘Ik heb nog steeds Nederlandse vrienden uit mijn eerste jaren hier die weleens zeiden: ‘We zien een doorzettingsvermogen bij je.’’

‘Kom bij ons, participeer, breid je leefruimte uit’

‘Ze hebben gelijk, dat doorzettingsvermogen is sindsdien een belangrijke factor geweest in het uitbreiden van mijn Nederlandse leefwereld. Ik heb mijn Nederlandse vrienden nog nooit horen zeggen dat je varkensvlees moet eten als een Nederlander, een gezin moet hebben als een Nederlander, of dit en dat moet doen als een Nederlander. Maar er werd altijd over me gesproken en ik werd gewaardeerd voor mijn harde werk, de orde in mijn leven en mijn functionele waarde voor de samenleving. Niemand zei: ‘Kom, word net als wij’ of zoiets, zoals sommige Turken denken. Maar ze zeiden: ‘Kom bij ons, participeer, breid je leefruimte uit.’’

Een taal kennen, is volgens Yanık niet voldoende om goed te integreren, in tegenstelling tot wat sommige mensen denken. Hij geeft het voorbeeld van immigranten van de derde generatie als bewijs van zijn mening. ‘Vroeger werd er gezegd dat iemand de taal niet kent en dus niet kan integreren. De huidige generatie heeft geen taalprobleem, ze gaan zelfs naar de universiteit. Maar je ziet dat sommigen van hen nog steeds een beperkte leefwereld hebben! Dit is wat de vooruitgang en integratie belemmert.’


Fatma Aktaş, directeur: ‘Nu is de integratie veel meer beleidsmatig, opgelegd van bovenaf’

Fatma Aktaş. FOTO Daniella van Bergen

Een paar decennia geleden, toen het buurtleven en de verhoudingen in de wijken anders waren en de overheid en de gemeenten geen specifiek integratiebeleid hadden, verliep de integratie gemakkelijker, vertelt de Haagse Fatma Aktaş nostalgisch. Ze is directeur van de Stichting Avrasya, die voor de emancipatie van de vrouwen in de Schilderswijk in Den Haag talloze sociaal-culturele activiteiten organiseert.

‘Toen wij als gastarbeidersgezin hier kwamen, waren er in de Schilderswijk veel minder immigranten en we konden makkelijker integreren. Onze buren waren toen Nederlanders en dus hadden we geluk. Want deze buren hebben ons enorm gesteund bij de integratie. We leefden dagelijks met de gewoonten, tradities, normen en waarden van het Nederlandse volk. We leerden die in een gemeenschappelijke praktijk, niet later via boeken.’

‘Op scholen waren de leraren liefdevoller en aandachtiger voor ons en ze gaven ons bijlessen. Ze hebben ons erg veel geholpen om goed Nederlands te leren. Nu zijn de klassen te druk en vaak vol met buitenlandse kinderen. Maar het belangrijkste was dat de Nederlanders toen liefdevoller waren!’

Echte buren

Fatma Aktaş denkt dat vele Nederlanders toen liefdevoller en behulpzamer waren en de integratie daardoor betrekkelijk makkelijk verliep. ‘De trampoline naast de pier in Scheveningen was voor mij een echt thuis. Net als de Jacobahofjes, waar alle deuren steeds openstonden. Met onze buren heb ik mijn lief en leed gedeeld. Allemaal witte mensen voor wie het niets uitmaakte waar je vandaan komt. Echte buren, die onze kinderen opvingen terwijl onze ouders dag in dag uit werkten in de visfabriek.

‘We hebben integratie beleefd, niet later geleerd’

Ik heb deze tijd altijd in mijn herinneringen. We hebben de integratie geleerd door ermee te leven en te zien. We hebben het beleefd, niet later geleerd. Nu is de integratie veel meer beleidsmatig, opgelegd van bovenaf. Nederland omarmde ons toen meer.

Daarna begon de verdere toename van het aantal migranten in onze wijken en de gettovorming. Veel Nederlanders gingen sommige normen van de migranten als bedreigend ervaren. Als gevolg daarvan is de integratie afgelopen jaren vertraagd.’

Geïsoleerd in een getto

Aktaş was in 2023 genomineerd voor de Haagse emancipatieprijs, de Kartini-prijs. In 2021 stond ze op de kieslijst in de Tweede Kamer en de Haagse gemeenteraad. ‘Integreren heeft grote voordelen. Migranten moeten integreren, en een goed geïntegreerde migrant voelt zich gelukkig. Maar je kent de taal van de samenleving waarin je leeft niet, je bevindt je geïsoleerd in een getto ‒ is dat niet triest? Je leert dit land goed kennen met zijn cultuur, kunst, geschiedenis, verleden en mensen. Dit is een land dat honderdvijftig landen heeft omarmd.’


Hülya Aydoğan, publicist: ‘Toen ik uit de gesloten omgeving kwam, leerde ik andere levens kennen’

Hülya Aydoğan

 Toen Hülya Aydoğan als jong meisje uit Ankara in 1991 voor haar huwelijk naar Nederland kwam, kwam ze in een gesloten Turks kringetje terecht omdat ze niemand kende en de taal niet sprak. ‘Moeilijke dagen’, zegt ze. Ze is nu de stuwende kracht achter LUNA Publicaties, spreker, journalist, schrijver. Ze draagt de eretitel Meester Burger van ProDemos (een organisatie die staat voor democratie en rechtsstaat) en is ondernemer. Ze geeft workshops creatief schrijven, gastlessen en lezingen. Bij De Arbeiderspers verschenen haar twee boeken De importbruid en De val van Mehmet. Ze was medeoprichter van de vereniging Alın Teri, die de drugsverkoop onder sommige migrantenjongeren bestreed.

‘Toen ik hier in ’91 kwam, bevond ik me alleen tussen de Turken; ik kende de taal niet, het was niet mogelijk om uit het Turkse milieu te stappen. Maar na een paar jaar ben ik uit dit kleine kringetje gekomen dankzij de hulp van anderen van buiten dit kringetje, vooral van de Nederlanders. Toen ik de taal leerde, gingen mijn ogen open. Dus als je andere mensen ontmoet, besef je dat er andere soorten leven zijn.’

Inburgeringscursussen

Tijdens het interview was Hülya Aydoğan bezig met de voorbereidingen voor een journalistieke borrel. Veel journalisten, academici, criminologen en gemeenteambtenaren waren hiervoor uitgenodigd, waar zaken als veiligheid en drugshandel in de wijk aan de orde zouden komen.

‘De situatie van geïsoleerd en gesloten leven is de afgelopen jaren toegenomen’

Aydoğan: ‘Het niet beheersen van de taal is nog steeds een probleem. Mensen worstelen, het is moeilijk. Vroeger waren inburgeringscursussen niet verplicht. Nu is het een goede ontwikkeling dat ze verplicht zijn, maar het kan niet gezegd worden dat die cursussen iedereen bereiken. De situatie van geïsoleerd en gesloten leven, is de afgelopen jaren toegenomen. Als je naar de officiële rapporten kijkt, is de integratie de afgelopen jaren niet zo goed geweest. Ook voor de staat is het een schande.’

Angst van de jeugd

‘Een van de redenen waarom ik De val van Mehmet schreef, is de angst van de Turkse jeugd die ik in Tilburg zag. Dat ‘de Nederlanders’ ons niet willen, ons buitensluiten, ons ongelijk behandelen en dat we worden geblokkeerd. Ze hebben niet ongelijk. Maar jonge mensen die zich beledigd voelen en de samenleving de rug toekeren, schaden eerder zichzelf.

Als we de laatste jaren naar het diversiteitsbeleid kijken, zien we dat steeds meer buitenlanders vertegenwoordigd zijn op veel belangrijke posten. Wat veelbelovend is, maar nog steeds onvoldoende. Deze posten hebben meer kleur nodig. Integratie is niet iets wat alleen kan gebeuren met de positieve inspanning van immigranten. Daarnaast is het ook nodig dat de staat voldoende kansen biedt.’


Yamina Hamdaoui, ondernemer en jurist: ‘Tijdens de corona was het ineens ‘wij allemaal’’

Yamina Hamdaoui. FOTO Kasper van Steveninck

Yamina Hamdaoui is in de jaren tachtig als kind in een gastarbeidersgezin in Rotterdam geboren en studeerde rechten aan de Erasmus Universiteit. Achter haar succesverhaal en succesvolle integratie schuilen de strijdvolle herinneringen van een vrouw van Marokkaanse herkomst. ‘Ik denk dat ik voor het succes van de integratie een 6 geef. Twintig jaar geleden had ik misschien een 4 gegeven.

Ja, ik denk dat mensen vooral gaan zien dat het beter is om toch samen te werken. Ik heb het ook gemerkt in de coronatijd, toen was het niet meer “wij tegen de buitenlanders’. Het was ineens ‘wij’, wij moeten allemaal beschermd worden tegen corona. Dat heeft mensen ook wakker geschud. En ik denk dat mensen misschien wel een stukje dichter bij elkaar zijn gekomen door die pandemie. Hoe dan ook, het was ineens ‘wij allemaal’.’

‘Sommige mensen zijn volhardend in hun weigering om te integreren’

Ze had elf jaar geleden haar eerste juridische baan bij de Consumentenbond in Den Haag. Daarvoor werkte zij bij advocatenkantoor Raza. Ze werkte ook als jurist bij diverse gerechtsdeurwaarders en UWV. Deze ervaringen hebben geleid tot het starten van haar eigen onderneming Yourright. Ze is geliefd onder Marokkaanse en Nederlandse cliënten.

Discriminatie

Hamdaoui: ‘In sommige Nederlandse wijken is de neiging onder inwoners om voornamelijk om te gaan met mensen van hun eigen culturele achtergrond. Dit wordt versterkt door taalbarrières en gevoelens van discriminatie. Sommige mensen zijn volhardend in hun weigering om te integreren. Terwijl anderen door economische redenen in Nederland zijn en geen noodzaak voelen om te integreren.

Het Nederlandse integratiebeleid, dat actief streeft naar gemengde wijken, heeft enig succes, maar er blijven nog steeds geïsoleerde culturele groepen. De problemen met integratie liggen zowel aan de individuen als aan het beleid. En de oplossing zal waarschijnlijk veel tijd vergen.’

Hamdaoui beschrijft de voordelen van succesvolle integratie in Nederland, met de nadruk op taalbeheersing. Tijdens de basisschoolfase groeide ze op met plat Rotterdams. ‘Ik leerde de Nederlandse taal pas echt goed kennen op de middelbare school. Door veel televisie te kijken en boeken te lezen, ontwikkelde ik een liefde voor de Nederlandse taal. Dit leidde tot verdere studie, met name in de rechten, en uiteindelijk tot een eigen bedrijf. De goede beheersing van de Nederlandse taal heeft het mogelijk gemaakt om klanten aan te trekken van zowel de eigen achtergrond als de bredere Nederlandse samenleving.’

‘Wij tegen zij’ voorkomen

Ze adviseert migrantenjongeren in Nederland om actief deel te nemen aan gemeenschapsactiviteiten zoals verenigingen, sportclubs en wijkteams om in aanraking te komen met verschillende culturen. ‘Zich te mengen met mensen uit verschillende achtergronden. Het leren kennen van alle culturen is erg belangrijk om succesvol te integreren in de samenleving, en dit kan helpen om een ‘wij tegen zij’-mentaliteit te voorkomen.’

Ali Develioglu is freelancejournalist