In de samenwerking tussen ervaringsdeskundigen met een licht verstandelijke beperking en sociaal werkers mag het best wat inclusiever. Maar wat kunnen sociaal werkers doen, wat is hun sequence of actions die op den duur een vorm van inclusie oplevert?
In m’n vorige artikel liet ik zien dat hun handelingen niet op zichzelf staan, maar worden gevoed en beïnvloed door eigen overtuigingen en sociale interacties met collega’s, andere professionals, wijkbewoners, cliënten, familie, enzovoorts. Deze zogenoemde inclusiegerichte generatieve praktijken omvatten actorschap, belangenbehartiging en intrapreneurschap.
Ik laat hier aan de hand van twee voorbeelden zien tot wat voor concrete en tastbare opbrengsten zij kunnen leiden. De reeks van handelingen van sociaal werkers en ervaringsdeskundigen met een licht verstandelijke beperking bleek bij te dragen aan sociale inclusie.
Drastische omkering in Amsterdam-Noord
Het eerste voorbeeld speelde zich af in Amsterdam-Noord en gaat over rapporteren. Sociaal werkers en volwassenen met een licht verstandelijke beperking werkten aan, wat zij zelf noemden, de ‘Omgekeerde Overdracht’. Bedoeling was dat de cliënt meer regie krijgt over de inhoud en vorm van dagelijkse rapportages, doorgaans geschreven door de sociaal werker (dikwijls in de functie van persoonlijk begeleider).
De macht ligt bij de begeleider, wat schrijft deze in het rapportagesysteem?
Daarmee ligt de macht bij de begeleider; wat schrijft deze in het rapportagesysteem, welke woorden – zelden neutraal – bezigt hij of zij, welke interpretatie geeft de begeleider aan een gebeurtenis of het gedrag van de client? En hoe verleidelijk is het om de rapportage af te doen met ‘geen bijzonderheden’?
Het ontwikkelen van de Omgekeerde Overdracht mondde uit in vijf principes: (1) de zorgnemer rapporteert, niet de begeleider, (2) de zorgnemer vertelt wat hij of zij in de rapportage wil hebben, (3) de begeleider vraagt aan de zorgnemer of het klopt wat is vastgelegd, (4) alles in de overdracht staat in begrijpelijke taal, (5) de begeleiding wordt geëvalueerd, niet alleen de zorgnemer.
Voorbeelden zijn tekenen, fotografie, vloggen of een geluidsopname waar de zorgnemer zelf de overdracht inspreekt
Daarnaast worden ook andere middelen in de Omgekeerde Overdracht toegepast die de communicatie en de taal kunnen ondersteunen of vervangen. Voorbeelden zijn tekenen, fotografie, vloggen of niks meer dan een geluidsopname waar de zorgnemer zelf de overdracht inspreekt.
Wat meteen opvalt is het woord zorgnemer. Deze term werd door ervaringsdeskundigen ingebracht en consequent gebruikt. Duidelijk is dat deze principes de regie – lees: de ongelijke machtsverhouding tussen zorgnemer (‘cliënt’) en betaalde zorgaanbieder (‘professional’) – over ‘wat er over mij wordt geschreven’ drastisch omkeert.
Winst en uitdagingen
Het kwam tot fysieke en mentale implementatie. De prototypes zijn veelvuldig getest en er ontstond draagvlak bij de betreffende zorgorganisaties. Van structurele implementatie in de zorgorganisaties is het echter nooit gekomen. Misschien in woorden volle steun, in daden toch even pas op de plaats. De betrokken medewerkers, ervaringsdeskundigen en mensen van Buro Ervaringskracht ervoeren en noteerden niettemin acht maal winst.
Samenwerking met de sociaal werkers en onderzoekers geeft energie aan de zorgnemer
De Omgekeerde Overdracht levert energie op. Samenwerking met de sociaal werkers en onderzoekers geeft energie aan de zorgnemer. Deze manier van overdragen zorgt bovendien voor trots en plezier: de zorgnemer heeft plezier om op een gelijkwaardige manier samen te werken. Ook qua waardering is er winst: de zorgnemer voelt waardering door de betrokkenheid en aandacht van sociaal werkers en onderzoekers.
Andere winstpunten betreffen gespreksstof, integratie in begeleiding, regie, zinvolheid en onderling vertrouwen. Omgekeerde Overdracht levert nieuwe gesprekstof; het vormt een middel om het gesprek aan te gaan. Daarnaast wordt rapporteren zo onderdeel van de begeleiding (integratie).
Tevens ontstaan gedeelde regie over rapportage en ervaren zinvolle rapportage. Tot slot groeit de onderlinge vertrouwensband: er is minder wantrouwen naar de begeleiding toe. Dit resulteert in een verbeterde onderlinge vertrouwensband die op den duur tijdbesparend is.
Integratie in bestaande rapportage- en overdrachtssystemen blijkt in de praktijk complex
Ondanks deze opbrengsten gaat de Omgekeerde Overdracht gepaard met enkele uitdagingen. Sommige vormen, zoals tekenen en fotografie, kunnen tijdrovend zijn. Efficiëntie, wat toch een norm is in het sociaal werk, komt in het gedrang. Bovendien blijkt integratie in bestaande rapportage- dan wel overdrachtssystemen in de praktijk complexer dan het op het eerste gezicht lijkt.
Ervaren sociale erkenning in Wageningen
Een ander concreet resultaat van inclusiegerichte generatieve praktijken demonstreert de leer- en werklocatie de Voetbalwerkplaats Wageningen (Knevel, 2025). Jongvolwassenen met een ondersteuningsvraag ontwikkelen hier werknemersvaardigheden zoals op tijd komen, je aan de huisregels houden, goed met collega’s omgaan en probleemoplossend denken.
Iedereen van De Voetbalwerkplaats is primair een voetbalwerker en geen cliënt of begeleider
De locatie is een grote Wageningse voetbalvereniging (SKV) waar de voetbalwerkers onderhoud plegen aan het terrein en de gebouwen, gasten ontvangen, dagelijks trainen, vrijwel wekelijks wedstrijden spelen en presentaties geven over De Voetbalwerkplaats.
De term ‘voetbalwerkers’ is verdient nadere aandacht. Iedereen die werkt onder de vlag van De Voetbalwerkplaats is primair een voetbalwerker en geen cliënt of begeleider. De jongvolwassenen met een licht verstandelijke beperking krijgen hiermee een rol die sociaal gewaardeerd wordt, wat in hun dagelijkse leven vaak niet het geval is. Een sociaal gewaardeerde rol draagt bij aan een positiever zelfbeeld en geeft een boost aan het zelfvertrouwen. De persoon wordt verder eerder gezien en erkend om z’n competenties.
De opbrengst is allereerst sociaal-emotioneel van aard: gezien worden en voelen, erkend worden en voelen, gewaardeerd worden en voelen voor de competenties die je etaleert en verder ontwikkelt. Wegblijven uit de niet sociaal gewaardeerde rol van ‘cliënt’-zijn. Dit is één van de basisaspecten van sociale inclusie.
Om de Voetbalwerkplaats neer te zetten, hebben de initiatiefnemers veel en aanhoudend werk moeten verrichten
Om de Voetbalwerkplaats als nieuwe voorziening neer te zetten, hebben de initiatiefnemers – sociaal werkers in dienst van zorgorganisatie ‘s Heerenloo – veel en aanhoudend werk moeten verrichten: wet- en regelgeving uitpluizen (WLZ, Wmo), netwerken binnen de gemeente en met voetbalverenigingen, uitzoeken hoe het gefinancierd kan worden, en last but not least, jongvolwassenen werven die als voetbalwerker aan de slag willen bij De Voetbalwerkplaats. Het is alsof je een eigen bedrijf opzet, zij het onder de vleugels van een werkgever.
Blijvend onmisbaar
Deze twee voorbeelden zijn uit de praktijk, ze zijn actueel, relevant en gericht op sociale inclusie. Het concept van de Voetbalwerkplaats zien we in uiteenlopende vormen landelijk terug. De Omgekeerde Overdracht blijkt nog iets te radicaal. Niettemin getuigen beide voorbeelden van praktijken die ieder op een eigen manier inclusiegericht zijn of zelfs inclusief.
De betrokken sociaal werkers toonden varianten van sequences of actions die zijn samen te vatten als inclusiegerichte generatieve praktijken, te weten actorschap, intrapreneurschap en belangenbehartiging. Zij zijn blijvend onmisbaar voor sociaal werk.
Jeroen Knevel werkt als hoofddocent en onderzoeker bij de Hogeschool Utrecht (Instituut Social Work en Kenniscentrum Sociale Innovatie).
Foto: Antoni Shkraba via Pexels.com