Het sociaal werk heeft een belangrijke taak in het bevorderen van klimaatrechtvaardigheid, stelde Richard de Brabander onlangs in een artikel over ecosociaal werk (2023). Op sommige plekken in Nederland houden sociaal werkers zich al bezig met duurzaamheid. Zo worden zij door gemeenten betrokken bij energievraagstukken. Maar het ondersteunen bij een energietransitie leidt niet per definitie tot klimaatrechtvaardigheid.
De introductie van het ecosociaal werk roept onder sociaal werkers kritische vragen op
Dat vereist volgens De Brabander een meer radicale verandering: een paradigmashift op het vlak van politiek, economie, ecologie en het sociaal leven. Dat gesprek wordt in de samenleving en binnen het sociaal werk echter nog onvoldoende gevoerd.
Sociaal werkers en duurzaamheid
De introductie van het ecosociaal werk roept ook onder sociaal werkers kritische vragen op. Waarom moeten sociaal werkers iets met duurzaamheid, en meer specifiek met de duurzaamheidstransitie? Het is duidelijk dat de mensen voor wie het sociaal werk zich inzet, niet de meest prominente spelers zijn in het toebrengen van klimaatschade. Zij hebben een veel kleinere ecologische voetafdruk dan bijvoorbeeld mensen met hoge inkomens en andere privileges.
Shivant Jhagroe: de duurzaamheidstransitie vanuit de overheid is een groene fopspeen
Kwetsbare mensen zouden niet de zondebok moeten worden gemaakt van klimaatverandering, een belangrijk punt dat ook sociaal wetenschapper Shivant Jhagroe (Jhagroe, 2022) maakt. Hij stelt dat de duurzaamheidstransitie zoals die vanuit overheidsbeleid wordt gepropageerd tot nu toe een groene fopspeen is, en dat het leggen van de verantwoordelijkheid bij het individu nooit tot meer klimaatrechtvaardigheid kan leiden.
Als stage agents dragen sociaal werkers niet per definitie bij aan meer rechtvaardigheid
Dit is een belangrijk inzicht voor sociaal werkers: als zij louter uitvoerders zijn van energiebeleid, dan handelen zij als vertegenwoordigers van de overheid. Als zogeheten stage agents dragen zij niet per definitie bij aan meer rechtvaardigheid. Een onbedoeld effect zou kunnen zijn dat sociaal werkers zelfs juist medeplichtig worden aan onrechtvaardige situaties omdat zij institutionele en structurele misstanden mede in stand houden.
Rechtvaardigheid centraal stellen
Toch is er zeker een belangrijke rol voor sociaal werkers in de duurzaamheidstransitie. En dat is niet omdat sociaal werkers mensen van het belang van duurzamer gedrag moeten overtuigen, maar omdat de klimaatcrisis op vele manieren raakt aan rechtvaardigheid. Kwetsbare burgers zijn misschien geen daders, maar wel de eerste slachtoffers van klimaatschade en vaak ook de achterblijvers in de huidige duurzaamheidstransities.
Mensen met een lager inkomen worden geconfronteerd met steeds hogere kosten voor energie en benzine
Zo leveren subsidies voor verduurzaming van een koophuis of de aanschaf van elektrische auto’s voordeel aan de hoogste inkomensklassen, terwijl mensen met een lager inkomen geconfronteerd worden met steeds hogere kosten voor energie en benzine. Ongelijkheid die invloed heeft op de financiële situatie, maar ook direct en indirect op de fysieke en mentale gezondheid – mensen met lagere inkomens hebben vaker een weinig groene leefomgeving, ze worden frequenter blootgesteld aan hitte en kou in slecht geïsoleerde huizen en wonen in gebieden met meer luchtvervuiling.
Klimaatongelijkheid is extra zichtbaar in de beleidsaanpak in Caribisch Nederland
Klimaatongelijkheid is extra zichtbaar in de beleidsaanpak in Caribisch Nederland: de aanpak van het klimaat loopt daar ver achter op die van Europees Nederland, en dat terwijl de negatieve gevolgen van klimaatverandering daar veel verder gevorderd zijn. Jhagroe onderstreept de onrechtvaardige koloniale oorsprong van de klimaatcrisis en roept daarom op tot meer strijd tegen onrecht, dichtbij en ver weg – tot politisering van het vraagstuk.
Politiseren en eigen positie onderzoeken
Ook De Brabander stelt dat de ecosociaal werker de politiserende taak op moet pakken. Het gaat niet alleen om het vergroenen van de leefomgeving of het verduurzamen van woningen, maar om het adresseren van onrecht en bescherming van mensenrechten. Sociaal werkers die politiserend handelen zien de relatie tussen het individuele en het structurele, en kunnen zo onrechtvaardige situaties blootleggen en publiek maken.
Implementatie van verduurzaming kan onbedoeld boven vertegenwoordiging van de rechten van de burger worden gesteld
Naast aandacht voor onderdrukking en onrecht in de samenleving, is het voor de ecosociaal werker belangrijk om de eigen positie kritisch te onderzoeken, een inzicht uit het anti-oppressive social work. Deze anti-onderdrukkende praktijk vraagt om een reflectie op de positie van de hulpverlener en de mogelijke medeplichtigheid bij het in stand houden van onrecht.
Rechtvaardig ecosociaal werk moet kritisch kijken naar de positie van de sociaal werker als vertegenwoordiger van klimaatbeleid, omdat daarmee het implementeren van verduurzaming onbedoeld boven het vertegenwoordigen van de rechten van de burger kan worden gesteld.
Niet eenvoudig
Politiserend handelen en een kritisch perspectief op de positie van de sociaal werker zijn belangrijk, maar binnen het Nederlands sociaal werk niet eenvoudig te realiseren. Zo zijn sociaalwerkorganisaties onderworpen aan marktwerking. Voor het continueren van het sociaal werk in lokale contexten loont het voor organisaties dus vooral om in te spelen op de vragen van overheden, die immers hun opdrachtgevers zijn.
De sociaal werker bevindt zich daarmee onvermijdelijk in de rol van state agent
In de huidige situatie heeft de sociaal werker daarom weinig ruimte om te politiseren of om de eigen positie kritisch te onderzoeken. De sociaal werker bevindt zich daarmee onvermijdelijk in de rol van state agent, en kan zo maar moeilijk de belangen van burgers vertegenwoordigen of beschermen, de positie die de sociaal werker als citizen agent in zou moeten nemen. Waarmee het risico groot wordt om medeplichtig te worden aan neoliberaal overheidspaternalisme.
Discretionaire ruimte gebruiken
Toch hoeft het niet zo zwart-wit te zijn, omdat sociaal werkers dicht bij de burger een unieke positie innemen. Zij kunnen burgers ondersteunen in het aanspraak maken op hun eigen rechten op een waardevol en waardig leven. Als street-level bureaucrats zijn zij misschien uitvoerders van overheidsbeleid, maar zij kunnen gebruikmaken van discretionaire ruimte om individuele signalen te bundelen en collectief te maken.
Ecosociaal werk moet zich niet paternalistisch opstellen, maar expliciet emanciperend
De Brabander wijst in dit verband op het belang van epistemische rechtvaardigheid: het centraal stellen van kennis, perspectieven en manieren van ‘weten’ die niet gehoord worden of worden weggezet als irrationeel. Een expliciet streven naar epistemische rechtvaardigheid kan sociaal werkers houvast geven in het vorm geven aan een belangrijke taak: het in het publieke debat ontsluiten van kennis, perspectieven en verhalen die in het klimaatdebat nu niet gehoord worden.
Ecosociaal werk en emancipatie
Ecosociaal werk moet zich niet paternalistisch opstellen, maar expliciet emanciperend. Dit is een uitdaging omdat de manier waarop het Nederlands sociaal werk nu georganiseerd is weinig ruimte laat om de belangen van burgers te verdedigen.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel initiatieven die het duurzame en rechtvaardige met elkaar verbinden op dit moment worden geïnitieerd door burgers of organisaties die zichzelf niet per definitie identificeren als sociaal werk. Denk aan volkskeukens, gemeenschapstuinen, vergroeningsinitiatieven van wijken, maar ook aan activistische bewegingen als Extinction Rebellion die klimaatonrecht globaal en lokaal aankaarten en burgers meer stem willen geven in het klimaatdebat.
Waar ligt loyaliteit van sociaal werkers: bij burgers of bij het uitvoeren van groen overheidsbeleid?
Sociaal werkers die zich hard willen maken voor meer duurzaamheid worstelen daarnaast met hun rol: moeten zij burgers overtuigen duurzamer te leven? En waar ligt hun loyaliteit: bij de burger of bij het uitvoeren van groen overheidsbeleid? Vanuit de rechtvaardigheidsgedachte hebben we gezien dat die twee niet per definitie in dezelfde richting wijzen, en dat het een verschil maakt of je optreedt als state agent of citizen agent.
Toch hebben sociaal werkers discretionaire ruimte om bij te dragen aan een rechtvaardige klimaattransitie. Hiervoor moeten we ons voor blijven stellen wat ecosociaal werk kan zijn vanuit de emanciperende gedachte: het adresseren van onrecht, het aanmoedigen tot mobilisering en participatie, het bouwen aan collectieve weerbaarheid en waar mogelijk politiek handelen, zowel lokaal als globaal. Een kritisch bewustzijn van de positie van de ecosociaal werker en rechtvaardigheid als toetssteen kunnen ons hierbij helpen.
Inge Willems is docent-onderzoeker bij het lectoraat Sociale Duurzame Praktijken aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen. Erik Jansen is lector bij hetzelfde lectoraat.
Bronnen
De Brabander, R. (2023). Voices of climate justice. Ecosocial work and the politics of recognition. Journal of Social Intervention: Theory and Practice, 32(4), 11-22.
Jhagroe, S. (2022, oktober 28). Kap met duurzaamheid, wees rechtvaardig. OneWorld.
Foto: half alive - soo zzzz (Flickr Creative Commons)