Hoe je jeugdjaren invloed hebben op je levenslot

Nadelige omstandigheden in de kinderjaren beperken iemands latere kansen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Door de groeiende waardering van menselijk kapitaal zijn de gevolgen hiervan groter dan ooit. Wat kunnen we daaraan doen?

De omgeving waarin je opgroeit heeft een grote invloed op de rest van je leven. Onderzoek in de VS laat zien dat een hoger inkomen van de ouders samenhangt met een hoger inkomen voor het kind, betere onderwijsuitkomsten en een lagere kans op een tienermoederschap (Chetty et al., 2014). In ons land eindigt 28 procent van de kinderen van gezinnen in de allerlaagste inkomensgroep precies zoals hun ouders: in de laagste inkomensgroep (Van der Brakel & Moonen, 2013).

Verschil in geboorteomgeving leidt tot nog meer ongelijkheid later

Ongelijkheid tussen kinderen bij de geboorte kan uitmonden in een nog grotere ongelijkheid op latere leeftijd. Vooral de vroege kinderjaren zijn belangrijk voor het ontwikkelen van vaardigheden die mensen later nodig hebben op de arbeidsmarkt (Heckman & Mosso, 2014). Overheden kunnen investeren in goed onderwijs om verschillen in de geboorteomgeving al vroeg in de levensloop te compenseren. Dit is essentieel in deze tijd van technologische vooruitgang met zijn hoge waardering voor menselijk kapitaal (Goldin & Katz, 2007; Acemoglu & Autor, 2011).

Voor mijn proefschrift onderzocht ik hoe omstandigheden in de kinderjaren de vorming van menselijk kapitaal beïnvloeden. Menselijk kapitaal bestaat uit de vaardigheden en competenties die bepalen hoe succesvol mensen zijn op de arbeidsmarkt. Ik bestudeerde drie factoren die van invloed kunnen zijn, waarbij de focus lag op de rol van de familie – van voor de conceptie van het kind tot lang na diens geboorte.

De invloed van economisch goede en slechte tijden

Allereerst keek ik hoe sociaaleconomische omstandigheden beïnvloeden welke ouders een kind krijgen, en hoe dit uiteindelijk doorwerkt in de latere arbeidsmarktpositie van het kind. We weten uit de literatuur dat economische omstandigheden de grootte en samenstelling van een geboortecohort (mensen die allemaal in dezelfde periode zijn geboren, red.) beïnvloeden. Gedurende slechte economische omstandigheden krijgen minder mensen een kind, en tegelijkertijd komen de mensen die wel een kind krijgen gemiddeld uit een meer achtergesteld milieu (zie bijvoorbeeld: Chevalier & Marie, 2017).

We weten heel weinig over wat er gebeurt als er een nog grotere verandering van sociaaleconomische omstandigheden plaatsvindt. Ik keek daarvoor naar de bevrijding na de Tweede Wereldoorlog die een enorme positieve invloed had op sociaaleconomische omstandigheden en leidde tot een geboortepiek in 1946: het geboortecijfer steeg in dit jaar met ongeveer 35 procent.

De samenstelling van de ouders en kinderen van dit geboortepiekcohort bleek niet anders dan van omliggende geboortecohorten. De extreem betere sociaaleconomische omstandigheden leidden er dus niet toe dat vooral ouders uit een bepaald – beter of slechter – milieu kinderen kregen. Deze kinderen die vlak na de oorlog geboren zijn, deden het niet beter of slechter op de arbeidsmarkt dan kinderen die later werden verwekt.

Omgeving is meer bepalend dan hormonen

Een tweede factor die van invloed kan zijn op de vorming van menselijk kapitaal zijn hormonale verschillen in de baarmoeder. Je zou verwachten dat meisjes met meer mannelijk hormoon prenataal testosteron – onder andere goed voor meer wiskundeaanleg – beter zouden scoren op wiskunde. In mijn onderzoek bleken ze juist slechter te scoren op wiskunde. Dit negatieve effect zagen we vooral bij meisjes die opgroeiden in een omgeving met traditionele gendernormen.

Angst voor het laagste niveau werkt averechts

Tot slot onderzocht ik of een angst voor het laagste niveau, in dit geval het vmbo, schooluitkomsten beïnvloedt. Dat bleek inderdaad het geval te zijn: kinderen van wie verwacht wordt dat ze naar het laagste niveau gaan, hebben een lagere kans om een schooladvies boven het vmbo te krijgen, ook scoren ze lager op de Cito-toets.

De grootse effecten zien we bij het zwakste vak van een kind én in gezinnen waar de angst voor het laagste niveau vermoedelijk groter is. Angst voor het laagste niveau, in dit geval het vmbo, kan dus een averechts effect hebben: slechtere prestaties door een hogere druk om te presteren.

Zorg al bij de geboorte voor gelijkere kansen

Deze factoren in de kinderjaren die de vorming van menselijk kapitaal beïnvloeden, vertegenwoordigen slechts een klein deel van de puzzel van hoe iemands familie invloed heeft op iemands levenslot.

Een beter begrip van de omstandigheden in de jeugd die belangrijk zijn voor iemands latere succes op de arbeidsmarkt, kan overheid en beleidsmakers helpen bij het nemen van maatregelen voor gelijkere kansen voor iedereen vanaf of al voor de geboorte.

Esmée Zwiers werkt als Postdoctoral Research Associate bij het Center of Health and Wellbeing aan Princeton University. Zij promoveerde onlangs aan de Erasmus Universiteit Rotterdam met het proefschrift 'About Family and Fate: Childhood Circumstances and Human Capital Formation'.

 

Foto: Danny Coen (Flickr Creative Commons)

Referenties:

Acemoglu, D., Autor, D. (2011). Skills, tasks and technologies: Implications for employment and earnings. Handbook of Labor Economics, 4:1043{1171.

Brakel, M. van der, Moonen, L. (2013). Inkomensmobiliteit tussen generaties relatief hoog in Nederland. Sociaaleconomische trends, april, Centraal Bureau voor de Statistiek.

Chetty, R., Hendren, N., Kline, P., Saez, E. (2014). Where is the land of opportunity? the geography of intergenerational mobility in the United States. The Quarterly Journal of Economics, 129(4):1553{1623.

Chevalier, A., Marie, O. (2017). Economic uncertainty, parental selection, and children’s educational outcomes. Journal of Political Economy, 125(2), 393-430.

Goldin, C., Katz, L. F. (2007). The race between education and technology: the evolution of US educational wage differentials, 1890 to 2005. National Bureau of Economic Research Working Paper No. 12984.

Heckman, J. J., Mosso, S. (2014). The economics of human development and social mobility. Annual Review of Economics, 6(1):689-733.

Reacties 4

  1. Dank voor dit artikel, met haar politiek relevante thematiek. Wat de tweede factor betreft klnkt de uitleg hierboven verwarrend; het lijkt alsof hormonale verschillen er wél en niet toe doen – maar dat kan niet tegelijk waar zijn.

    – Ik hoor voor het eerst dat er een verband zou zijn tussen testosteronniveau en wiskundeaanleg, en dit verbaasd me Met welke bronnen heeft de auteur deze stelling in haar proefschrift ondersteund? Ik heb eerder juist begrepen dat verschillen in wiskundescores geheel tot ‘nurture’ te herleiden zijn, en dat biologische oorzaken nar het rijk der fabelen verwezen moeten worden.
    – de auteur schrijft vervolgens: “In mijn onderzoek scoorden meisjes (met meer baarmoeder testosteron) juist slechter op wiskunde. Heeft ze hiermee dus het onderzoek waaruit bleek dat testosteron invloed had op wiskunde-prestaties, weerlegd? En wil ze hier iets anders beweren, namelijk dat hormonen geen invloed hebben op de prestaties, maar genderrollen wel?

  2. Dit zinnetje roept vragen op: “In ons land eindigt 28 procent van de kinderen van gezinnen in de allerlaagste inkomensgroep precies zoals hun ouders: in de laagste inkomensgroep.” Het artikel gaat verder over die 28%, maar hoe zit het met de 72% voor wie dit blijkbaar niet geldt? Waarom eindigen zij niet in de allerlaagste inkomensgroep, terwijl ze wel hetzelfde uitgangspunt hadden? En hoe zit dit met kinderen uit andere inkomensgroepen, waar eindigen zij? Zulke informatie zou wat mij betreft de resultaten en implicaties van dit onderzoek verhelderen en verdiepen.

  3. Wat een mooi artikel. Waarschijnlijk heeft ketensamenwerking ook te maken met ongelijkheid?

  4. Toevallig ontdekte ik uw artikel tijdens het surfen en las het met veel interesse. Het sluit nauw aan bij een boek dat ik momenteel aan het schrijven ben over jeugdtrauma’s en ADHD. Als 64-jarige auteur verdiep ik me in de manier waarop deze factoren een diepgaande invloed hebben op de persoonlijke ontwikkeling en de basis waarop iemand zijn leven bouwt.

    Wat mij bijzonder trof, was de timing: juist nu ik hierover schrijf, kom ik uw artikel tegen. Het onderstreept hoe relevant en noodzakelijk dit onderwerp is.

    Meer informatie over mijn werk vindt u op http://www.douwe.info. Het boek bevindt zich nog in de schrijf- en ontwikkelingsfase, maar zal over enkele maanden voltooid zijn.

    De doelgroep die baat kan hebben bij deze inzichten bestaat uit hulpverlenende instanties, ervaringsdeskundigen en iedereen die persoonlijk of professioneel met deze thema’s te maken heeft. Het boek is geschreven zonder terughoudendheid—eerlijk en rauw, zonder franje—om een realistisch beeld te schetsen van het leven van iemand die worstelt met deze uitdagingen.

Reageer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *