Wetenschappers en professionals uit verschillende vakgebieden vragen al decennia lang aandacht voor gender. Terecht, want seksisme draagt bij aan onrechtvaardigheid op het gebied van gezondheid, financiën, werk, beeldvorming en veiligheid. Gendersensitiviteit is cruciaal om dit aan te pakken. Dat behelst meer dan het zorgen voor gelijke vertegenwoordiging.
Het gaat ook om het begrijpen en betrekken van stereotypen, rolpatronen, verwachtingen en ongelijkheden
Het gaat ook om het begrijpen en betrekken van de stereotypen, rolpatronen, verwachtingen en (machts)ongelijkheden die ons gedrag beïnvloeden. Tot op zekere hoogte gebeurt dat al.
Zo wordt in de gezondheidszorg steeds explicieter aandacht gevraagd voor de ervaringen van (bepaalde groepen) vrouwen. Denk aan negatieve ervaringen met geboortezorg als resultaat van seksistische normen en waarden. Ook in de aanpak van huiselijk en seksueel geweld wordt meer aandacht besteed aan de manieren waarop seksisme een voedingsbodem vormt voor deze vormen van geweld.
Epistemisch geweld
Ondanks deze positieve ontwikkelingen constateren we ook een probleem: een gendersensitieve benadering wordt nog vaak cisgender-normatief ingevuld. Verschillen tussen cisgender mannen en vrouwen worden gezien, maar genuanceerdere genderdiversiteit wordt genegeerd en onzichtbaar gemaakt.
Ongelijkheid wordt verbeeld als een (loon-, orgasme-, of algemene)‘kloof’ tussen man en vrouw en aan de kaak gesteld door de situatie ‘om te draaien’, waarbij rollen veelal satirisch worden ‘omgekeerd’. Dergelijk binair denken werkt als epistemisch geweld, omdat het de ontwikkeling van kennis en inzicht in genderdiversiteit onmogelijk maakt.
SCP-onderzoek stelt dat 3,9 procent van de bevolking zich niet eenduidig identificeert met hun toegewezen geslacht
Deze onwetendheid rond genderdiversiteit is niet toevallig. Het gaat hier om ‘willful ignorance’ volgens de taxonomie van onwetendheid die Nancy Tuana ontwikkelde. Het begint al voor de geboorte, met binaire tradities rondom de preoccupatie met het geslacht van het ongeboren kind. Direct na de geboorte kent de overheid de boreling bovendien een sekse/gender toe, die voor een aanzienlijk deel van de nieuwgeborenen niet kloppend zal blijken te zijn.
Onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) stelt dat 3,9 procent van de bevolking zich niet eenduidig identificeert met hun toegewezen geslacht. Dit heeft ingrijpende en kostbare gevolgen voor trans* burgers, bijvoorbeeld wanneer zij een onjuiste genderregistratie in de basisregistratie van de gemeente willen aanpassen. (De asterisk in trans* is bedoeld om aan te geven dat we het woord ‘trans’ breed opvatten, om te verwijzen naar alle identiteiten en ervaringen die niet cisgender zijn.)
Opzettelijke onwetendheid is schadelijk
De opzettelijke onwetendheid rond genderdiversiteit is extra pijnlijk omdat genderminderheden zoals transgender, non-binaire en genderfluïde mensen vaker te maken krijgen met discriminatie en geweld dan cisgender mensen. Binaire opvattingen over gender staan daarbij dikwijls centraal.
Als we opnieuw naar de gezondheidszorg kijken, wordt duidelijk dat trans* mensen vaak negatieve ervaringen opdoen. De geboortezorg confronteert transgender mensen bijvoorbeeld met de overtuiging dat zwangerschap en baren typisch vrouwelijke ervaringen zouden zijn.
Zorgverleners weigeren soms hulp aan zwangere mensen die trans* zijn
Zo richt voorlichtingsmateriaal zich vaak op (cisgender) ‘vrouwen’, doen zorgverleners (bewust en onbewust) transfobe uitspraken en weigeren zij soms hulp aan zwangere mensen die trans* zijn. De gezondheidszorg rondom reproductieve organen en borstkanker laten eenzelfde binair beeld zien.
Ook in relatie tot ons tweede voorbeeld, de aanpak van huiselijk en seksueel geweld, wordt steeds meer duidelijk dat trans* mensen vaker slachtoffer worden van huiselijk en seksueel geweld dan cisgender mensen. Vooroordelen, stereotypen en transhaat spelen hierin een rol.
Sommige plegers gebruiken seksueel geweld als een manier om trans* mensen te ‘straffen’ voor wie zij zijn
De seksualisering van trans* mensen en nieuwsgierigheid naar hun geslachtsdelen vormen een voedingsbodem voor seksueel geweld. Ook gebruiken plegers seksueel geweld als een manier om trans* mensen te ‘straffen’ voor wie zij zijn.
In het geval van huiselijk geweld speelt de cisgendernorm een vergelijkbare, negatieve rol, bijvoorbeeld bij geweld waarbij iemands genderidentiteit wordt ontkend of geridiculiseerd. Dergelijk geweld tegen trans* mensen wordt nog nauwelijks benoemd in definities van huiselijk geweld.
Dat is kwalijk, want een gebrek aan spiegeling en bevestiging van genderidentiteit kan leiden tot een verstoring in zelfacceptatie en identiteitsontwikkeling, en tot onnodig psychisch lijden.
Betrek trans* ervaringen in analyses
Een gendersensitieve benadering beperken tot ‘cisgendersensitief’ is een gemiste kans, én reproduceert het schadelijke idee dat er enkel (cisgender) ‘vrouwen’ en ‘mannen’ zijn. We roepen wetenschappers en professionals dan ook op om het volledige potentieel van een gendersensitieve benadering te benutten en alle transgender* minderheden in te sluiten.
Inclusieve genderanalyses kunnen dan niet meer gaan over ‘genderkloven’
Inclusieve genderanalyses kunnen dan niet meer gaan over ‘genderkloven’, die immers het beeld oproepen van twee oppositionele posities. Genderdynamieken kunnen bovendien niet worden ‘omgedraaid’ om seksistische gewoonten te belichten. Wie het begrip gender gebruikt, kan niet volstaan met de beperking tot cisgender thematiek. Als professionals zich wel beperken tot cisgender thematiek, dan moeten ze dit expliciet benoemen en verantwoorden.
Cisgender tranen
Cisgender mensen, vooral cisgender vrouwen, vanuit hun ervaring met seksisme, kunnen bondgenoot zijn in dit emancipatieproces. Toch pakken zij die rol nog onvoldoende. Sterker nog: cisgender vrouwen schieten regelmatig in de verdediging en houden vast aan binaire analyses en praktijken.
Deze verdedigende reactie heeft een negatief effect op de emancipatie van transgender mensen
Wellicht zijn zij bang voor het verlies van aandacht voor problemen die specifiek cisgender vrouwen treffen of voelen zij weerstand tegen het kritisch reflecteren op de eigen cisgender privileges. Deze verdedigende reactie heeft een negatief effect op de emancipatie van transgender mensen.
Hier bestaat een duidelijke parallel met de reactie van witte mensen op analyses van racisme. Wetenschappers als Gloria Wekker, Robin Diangelo en Ruby Hamad hebben laten zien hoe ‘witte tranen’ mensen van kleur tot zwijgen brengen. Feedback geven leidt namelijk steevast tot heftige reacties. In plaats van verantwoordelijkheid te nemen om racistische structuren te doorbreken, maken witte mensen zichzelf tot ‘slachtoffer’ (‘Ik ben zo bang om iets verkeerds te zeggen’, ‘Ik doe toch mijn best’, ‘Waarom doe je zo boos tegen mij’), waardoor actie uitblijft en problemen voortduren.
We roepen onze cisgender collega’s op om hun tranen op te merken
Dezelfde dynamiek zien we als ‘cisgender tranen’ worden geplengd bij het verzoek om aandacht voor inclusieve genderdiversiteit. Zo’n verdedigende reactie belemmert de kritische reflecties en acties die zo hard nodig zijn. We roepen onze cisgender collega’s dan ook op om hun tranen op te merken, ze op een meer constructieve manier te verwerken (bijvoorbeeld door zelfonderzoek te doen, eventueel samen met andere cisgender mensen), en zich monter in te spannen voor een inclusieve gendersensitiviteit.
Marijke Naezer is cultureel antropoloog en genderstudies-wetenschapper. Ze werkt als onafhankelijk onderzoeker en spreker op het gebied van gender, diversiteit en seksualiteit. Anna Thomas Tijsseling is seksualiteitshistoricus. Die werkt als therapeut en trainer met denkers, queers en creatievelingen vanuit diens eigen praktijk.
Foto: iStock