Sinds de Russische invasie van Oekraïne in februari 2022 zijn ruim 100.000 Oekraïners naar Nederland gevlucht. Door grootschalig surveyonderzoek weten we inmiddels het nodige over hoe het met deze groep gaat (Van Enk et al., 2024).
Het niet goed beheersen van de Nederlandse taal blijkt een belangrijk knelpunt te zijn. Degenen zonder werk noemen het niet goed beheersen van het Nederlands als belangrijkste reden waarom zij (nog) geen werk hebben. Op de vraag aan wat voor soort ondersteuning ze de meeste behoefte hebben noemen ze het vaakst het leren van de Nederlandse taal.
Onzeker verblijfsperspectief domineerde beleid
Het is geen verrassing dat veel Oekraïners het Nederlands niet goed beheersen. Zij zijn nog maar kort in Nederland, de meeste zijn gekomen in de eerste maanden na start van de oorlog in februari 2022. Op dat moment was het verblijfsperspectief onzeker. Niemand wist hoelang de oorlog zou duren en veel Oekraïners zullen hebben gedacht (en gehoopt) dat hun verblijf in Nederland tijdelijk zou zijn.
Een aanzienlijke groep overweegt ook hier te blijven als het weer veilig is in Oekraïne
Dat perspectief domineerde ook bij het beleid. Oekraïners vallen onder de zogenoemde Richtlijn Tijdelijke Bescherming (nu tot maart 2026 geldig). In dat kader organiseert de overheid de opvang van de Oekraïense vluchtelingen, zonder dat zij inburgeringsplichtig zijn, waardoor zij dus geen gebruik kunnen maken van de voorzieningen van het inburgeringsbeleid.
Langer verblijf zeer wel denkbaar
Het is reëel om rekening te houden met langer verblijf, ook als de oorlog zou eindigen. De meerderheid van de Oekraïners uit het onderzoek wil de komende 24 maanden in Nederland blijven; en een aanzienlijke groep overweegt ook hier te blijven als het weer veilig is in Oekraïne (Van Enk et al., 2024). Dat veel Oekraïners zullen blijven, is een inschatting die we delen met onderzoekers van Clingendael (2024).
Hoe meer gesetteld ze raken des te groter de kans dat ze blijven
Onder de Oekraïners in Nederland zijn vrouwen met kinderen sterk vertegenwoordigd. Hoe langer zij in Nederland verblijven en hoe meer gesetteld ze raken – de kinderen in het bijzonder – des te groter de kans dat ze blijven. Tel daarbij op dat de wens om uit Oekraïne weg te gaan al voor de oorlog bij een aanzienlijk deel van de bevolking speelde. Veel Oekraïners zullen dus naar alle waarschijnlijkheid blijven en dan is het belangrijk dat ze de taal leren.
Investeren in taal
Het belang van Nederlands leren mag niet worden onderschat, onder meer voor het inzicht in het onderwijs- en zorgsysteem, voor het leggen van contacten buiten de eigen kring en om beter kennis te nemen van de rechten op de arbeidsmarkt zodat ze beter bestand zijn tegen uitbuiting.
Voorkomen moet worden dat Oekraïners in dezelfde situatie terechtkomen als sommige Oost-Europese arbeidsmigranten, die al geruime tijd in Nederland wonen, maar nauwelijks mogelijkheden hebben gehad om Nederlands te leren. Zij zijn vooral op de herkomstgroep gericht, onderhouden weinig contact met gemeenten en zijn vaak onbekend met Nederlandse voorzieningen (Bos-Karczewska, 2023).
Deze groep is hoog opgeleid maar overgrote meerderheid werkt onder het niveau van hun opleiding
Een andere belangrijke reden om te investeren in taal is om ervoor te zorgen dat het potentieel van Oekraïners veel beter tot zijn recht komt. Deze groep is hoog opgeleid – ongeveer de helft heeft een diploma op universitair niveau – maar van de Oekraïense werknemers werkt de overgrote meerderheid onder het niveau of in een baan die niet past bij de opleiding.
Beleidsopties voor taalverbetering
Wij onderscheiden vier mogelijke opties voor beleid om de beheersing van de Nederlandse taal van Oekraïners te verbeteren. Allereerst is dat handhaving van de status quo. Op dit moment zijn gemeenten verantwoordelijk voor het organiseren van taallessen voor Oekraïense vluchtelingen en is de financiering gefragmenteerd.
Uit een rapport van december 2023 blijkt de helft van het taalonderwijs door professionals wordt aangeboden (Van Eldik et al., 2023). Vrijwilligers bieden 39 procent aan en de overblijvende 11 procent gaat om informeel leren – geen echte taallessen, maar bijvoorbeeld sociale activiteiten waarbij ook kennis van de taal wordt opgedaan.
Het opschalen naar meer professionele taalcursussen verloopt moeizaam vanwege het grote tekort aan NT2-docenten
Slechts 19 procent van de taallessen aan Oekraïners valt onder ‘formeel’ taalonderwijs dat afgerond wordt met een erkend diploma. Het opschalen naar meer professionele taalcursussen verloopt moeizaam vanwege het grote tekort aan NT2-docenten. De gefragmenteerde financieringsbronnen zijn bovendien een wankele basis om structureel op te bouwen voor de lange termijn.
Een voordeel is dat rekening gehouden kan worden met de specifieke behoeften van Oekraïense vluchtelingen
Een tweede optie is dat gemeenten de taallessen voor Oekraïense vluchtelingen op een meer structurele en professionele wijze organiseren. Het Rijk moet daarvoor structureel jaarlijks een bedrag beschikbaar stellen. Een voordeel van deze optie is dat rekening gehouden kan worden met de specifieke behoeften van Oekraïense vluchtelingen.
Zo is onder hen een grote vraag naar Engelse taallessen (Van Eldik et al., 2023). Met name in stedelijke arbeidsmarkten is het in veel sectoren ook mogelijk om Engels in het werk te gebruiken, maar op dit moment blijft het aanbod van Engelse taallessen sterk achter.
Ook hier geldt: het tekort aan professionele taaldocenten is waarschijnlijk een knelpunt. Daarnaast bestendigt dit scenario het verschil in beleid voor Oekraïense vluchtelingen ten opzichte van andere groepen.
Voor alle migranten
Een derde optie is de inburgering openstellen voor Oekraïners. Het voordeel hier is dat er een infrastructuur ligt die na invoering van de nieuwe wet inburgering in 2022 inmiddels behoorlijk functioneert (Damen et al., 2023; RadarAdvies, 2024). Oekraïners zouden zo een met statushouders vergelijkbaar traject doorlopen, bestaande uit een intensieve begeleiding door gemeenten en een gratis deelname aan het inburgeringsonderwijs.
Voor het Rijk brengt deze optie behoorlijke kosten met zich mee. Een ander knelpunt is ook hier de beschikbare capaciteit: nu al is uitvoering van de inburgeringswet lastig vanwege personeelstekorten.
Het creëren van een ontvangstvoorziening voor alle migranten vereist waarschijnlijk de grootste investering
Een vierde optie tot slot is het creëren van een ontvangstvoorziening voor alle migranten. Deze optie is al langer in discussie (Engbersen et al., 2020). Gegeven de steeds grotere diversiteit van migrantengroepen (asiel-, arbeids-, kennismigranten, grote variatie aan herkomstlanden) kan het goed zijn om structurele voorzieningen te creëren om alle migrantengroepen wegwijs te maken in de Nederlandse samenleving.
Een voordeel is dat zo een breed aanbod ontwikkeld kan worden binnen één ontvangstvoorziening voor zowel de huidige inburgeringsplichtigen als niet-inburgeringsplichtigen – denk aan Oekraïense vluchtelingen, maar ook aan arbeidsmigranten. Zo’n ontvangstvoorziening voor alle migranten vereist waarschijnlijk de grootste investering, omdat er een nieuwe structuur moet worden opgezet.
Combineren met werk en zorgtaken
Zeker in vergelijking met andere vluchtelingengroepen hebben veel Oekraïners een baan. Daarnaast telt de Oekraïense groep in Nederland zoals gezegd veel vrouwen met kinderen. Voor alle vier opties is het van belang dat het leren van de Nederlandse taal kan worden gecombineerd met werk en zorgtaken.
Als het taalbeleid niet ‘duaal’ kan worden vormgegeven zal het rendement zeer beperkt zijn
Uit de praktijk van het inburgeringsbeleid weten we dat dit een lastige opgave is. Werk en zorg voor kinderen concurreren in hoge mate met de tijd die nodig is om de taallessen te volgen. Maar als het taalbeleid in welke vorm dan ook niet ‘duaal’ kan worden vormgegeven zal het rendement zeer beperkt zijn.
Stoppen met tijdelijkheidsgedachte
Drie van de vier genoemde opties kosten extra geld, maar hier gaat de kost voor de baat uit. We moeten af van de tijdelijkheidsgedachte, van de gedachte dat grote groepen migranten teruggaan. In het verleden is vaker gebleken dat zogenoemde ‘tijdelijke’ migrantengroepen langer blijven dan gedacht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Turkse en Marokkaanse ‘gastarbeiders’ en (een deel van) de EU-arbeidsmigranten.
We realiseren ons dat het politieke tij waarschijnlijk niet gunstig is
We realiseren ons dat het politieke tij waarschijnlijk niet gunstig is voor onze voorstellen en dat mogelijk het kabinet zelfs de grotendeels ad-hoc financiering die momenteel bestaat terugschroeft of niet verlengt, en daarmee het relatief beperkte aanbod van taallessen uitholt.
In onze visie is dat het paard achter de wagen spannen. Het is juist zaak om in te zetten op het realiseren van een duurzame positie in Nederland. Voor Oekraïners, en voor Nederland, is het van belang dat zij hun talenten optimaal kunnen inzetten. Taal is hiervoor een belangrijke sleutel.
Jaco Dagevos is senior onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en bijzonder hoogleraar Integratie en migratie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ben van Enk is promovendus bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Mieke Maliepaard is senior onderzoeker Asiel en Migratie bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum.
Foto: BOOM via Pexels.com