We concluderen dit in ons rapport De vijf functies van een sociale infrastructuur, dat we in augustus 2024 hebben gepubliceerd, tezamen met een korte handreiking over de betekenis van een sociale infrastructuur voor pandemische paraatheid.
Kwetsbaar in crisistijden
De coronapandemie heeft laten zien hoe kwetsbaar de samenleving kan zijn in tijden van crisis. Terwijl ziekenhuizen uiteraard een cruciale rol spelen, blijkt ook de sociale infrastructuur in buurten en wijken van onschatbare waarde te zijn. Deze infrastructuur bestaat uit een netwerk van organisaties, voorzieningen en plekken die onderlinge contacten en relaties tussen mensen bevorderen en ondersteunen.
Voor kwetsbare groepen kan een goed functionerende sociale infrastructuur levens redden
Een sterke sociale infrastructuur is niet alleen belangrijk in het dagelijks leven, maar juist ook tijdens crisissituaties. Voor kwetsbare groepen, zoals ouderen, groepen mensen met een migratieachtergrond of mensen met een laag inkomen, kan een goed functionerende sociale infrastructuur levens redden en hun gezondheid en welzijn verbeteren.
Wat is een sociale infrastructuur?
Een sociale infrastructuur omvat alle organisaties, voorzieningen en plekken in een buurt of wijk die mensen in staat stellen om met elkaar in contact te komen en ondersteuning te bieden. Het gaat om zowel formele als informele georganiseerde voorzieningen en netwerken die dicht bij burgers staan. Dit kunnen buurthuizen, bibliotheken, scholen, parken en markten zijn, maar ook bewonersorganisaties, online gemeenschappen en burgerinitiatieven. Zij voorzien in zowel materiële als immateriële steun.
Lokale sociale infrastructuren spelen een sleutelrol in het verspreiden van informatie
Een sterke sociale infrastructuur zorgt voor een omgeving waarin mensen zich veilig en verbonden voelen. Kwetsbare groepen worden beter opgemerkt en geholpen, en gemeenschappen kunnen sneller en effectiever reageren op uitdagingen, zoals een pandemie. Dit maakt de sociale infrastructuur onmisbaar in tijden van crisis, wanneer de druk op de samenleving toeneemt en mensen meer afhankelijk worden van lokale steun.
Vijf functies
Uit ons onderzoek komen vijf basisfuncties naar voren die de sociale infrastructuur vervult tijdens een pandemie, ook wel de ‘COVID-functies’ genoemd. Deze functies helpen mensen en gemeenschappen om crises te doorstaan en beschermen vooral de meest kwetsbare groepen in onze samenleving.
1. Communiceren en informeren
Tijdens een crisis is het van levensbelang dat mensen snel toegang hebben tot betrouwbare informatie. Lokale sociale infrastructuren, zoals buurtcentra, scholen, religieuze instellingen en verenigingen, spelen een sleutelrol in het verspreiden van informatie over bijvoorbeeld overheidsmaatregelen of gezondheidsadviezen.
Door de snelle signalering kunnen problemen in een vroeg stadium worden aangepakt
Het unieke aan deze organisaties is dat zij de informatie toegankelijk maken voor verschillende gemeenschappen, rekening houdend met taal- en cultuurverschillen. Een voorbeeld hiervan is hoe kerken, moskeeën en migrantenorganisaties tijdens de pandemie mensen in meerdere talen informeerden over de coronamaatregelen.
2. Observeren en signaleren
Lokale organisaties en formele en informele sleutelfiguren die daarbinnen werkzaam zijn, zoals buurtwerkers, huisartsen en docenten, fungeren als de ‘ogen en oren’ van de gemeenschap. Zij kunnen snel problemen opmerken, zoals zorgmijding, eenzaamheid of financiële problemen, en hier indien nodig snel op reageren. Door deze snelle signalering kunnen problemen in een vroeg stadium worden aangepakt, wat cruciaal is tijdens een crisis.
3. Verbinden en includeren
Een van de grootste uitdagingen tijdens de pandemie was het sociaal isolement van kwetsbare groepen, zoals ouderen of mensen met een beperking. De verbindende functie van de sociale infrastructuur helpt om eenzaamheid te verminderen. Denk bijvoorbeeld aan jongeren die boodschappen deden voor ouderen of online bijeenkomsten die door buurtorganisaties werden georganiseerd om mensen samen te brengen. Dit soort initiatieven zorgde ervoor dat mensen zich minder geïsoleerd voelden.
4. Initiëren en mobiliseren
Sociale infrastructuren zijn ook in staat om gemeenschapsinitiatieven te stimuleren en lokale organisaties te ondersteunen bij het opzetten van acties om kwetsbare mensen te helpen of hun belangen te behartigen.
Jongeren speelden actieve rol in het mobiliseren van mensen en het creëren van bewustzijn bij bewoners
Tijdens de coronapandemie zagen we bijvoorbeeld dat jongerenwerkers campagnes organiseerden om jongeren bewust te maken van de effecten van de crisis. Ze speelden een actieve rol in het mobiliseren van mensen en het creëren van bewustzijn bij bewoners en de gemeenschappen waar zij deel van uitmaken.
5. Dienstverlenen en herstellen
Wanneer andere systemen falen of ontoereikend zijn, zorgt de sociale infrastructuur ervoor dat essentiële diensten, zoals voedsel- en hulpdistributie, worden voortgezet. Naast fysieke hulpverlening speelt de infrastructuur ook een belangrijke rol bij het bieden van emotionele en sociale ondersteuning. Na de crisis helpt de infrastructuur bovendien bij het herstel van mensen, door ervoor te zorgen dat er weer stabiliteit komt en mensen terug kunnen naar hun normale leven.
Lessen uit de coronapandemie
Tijdens de coronapandemie nam het vertrouwen in de landelijke en lokale overheid sterk af, vooral bij mensen met een lagere opleiding, personen met een migratieachtergrond, en mensen die werken in de productie. Deze groepen konden vaak niet thuiswerken, liepen daardoor meer gezondheidsrisico’s en hadden te maken met economische onzekerheid. Ook jongeren hadden weinig vertrouwen in de overheid en waren ontevreden over het beleid. Ze ervoeren daarnaast veel mentale problemen.
Bezuinigingen op pandemische paraatheid en publieke gezondheidszorg zijn bedreiging voor de publieke infrastructuur
Deze groepen waren lastig(er) te bereiken voor beleidsmakers. Een sterke sociale infrastructuur in buurten en wijken kan deze groepen echter vaak wel bereiken en hun problemen zichtbaar maken. Hoewel het nooit perfect zal zijn, kan een goede sociale infrastructuur tijdens pandemieën of andere rampen helpen om problemen te voorkomen, mensen te beschermen, en zelfs levens te redden.
Investeren
Onze analyse maakt duidelijk dat, om een vitale sociale infrastructuur te waarborgen, een sterkere regierol van de overheid nodig is, zowel op nationaal als lokaal niveau. Dit vereist voldoende middelen en passende regelgeving.
Een sprekend voorbeeld zijn de investeringen in het bibliotheeknetwerk die zeer positief zijn gebleken. De bezuinigingen op pandemische paraatheid en publieke gezondheidszorg, als ook de komst van het ‘ravijnjaar’ in 2026 - waardoor de inkomsten van gemeenten teruglopen en ook bezuinigingen in het sociaal domein dreigen - vormen echter een bedreiging voor de publieke infrastructuur.
De coronapandemie heeft laten zien hoe belangrijk organisaties zijn die niet door de overheid worden gefinancierd
Tegelijkertijd heeft de overheid niet de capaciteit om alleen voor een vitale sociale infrastructuur te zorgen. De coronapandemie heeft immers laten zien hoe belangrijk organisaties zijn die niet door de overheid worden gefinancierd en hoe cruciaal het samenspel tussen formele en informele organisaties en netwerken is in tijden van crisis. De kunst voor de overheid zal zijn om de veelheid aan bottom-up initiatieven die er nu zijn binnen de sociale infrastructuur te ondersteunen en waar ze er niet zijn, deze helpen op te bouwen.
Negatieve impact minimaliseren
Daarbij moeten negatieve aspecten niet over het hoofd worden gezien. Sociale infrastructuren kunnen ongelijkheden in toegang versterken, waardoor bepaalde groepen, zoals minder vermogende bewoners, mogelijk worden uitgesloten van de voordelen die ze bieden.
Structurele investeringen zijn nodig om de positieve effecten te maximaliseren
Daarnaast kunnen overbelasting, afhankelijkheid van vrijwilligers en politieke instabiliteit de continuïteit en effectiviteit van deze infrastructuren ondermijnen. Ook kan een plotselinge toename in vraag, bijvoorbeeld tijdens een crisis, leiden tot uitputting van middelen en menskracht.
Kortom, terwijl een sterke sociale infrastructuur essentieel is voor het bevorderen van gezondheid en welzijn van bewoners en het versterken van gemeenschappen, is het van belang om ook aandacht te hebben voor deze negatieve aspecten. Structurele investeringen zijn nodig om de positieve effecten te maximaliseren en de negatieve impact te minimaliseren.
Carla Kolner is postdoc onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en sinds 1 september werkzaam bij de Hogeschool Utrecht als programmaleider ‘Samenspel medisch en sociaal’, Godfried Engbersen is hoogleraar algemene sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Foto: ISAW Company via Pexels.com