Moslimjongeren in Nederland krijgen vaak te maken met uitsluiting. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het Kenniscentrum Inclusief Samenleven. De boodschap van jongeren is helder: zij willen niet nog meer weerbaarheidstrainingen maar erkenning, veiligheid en gelijke kansen.
Veel moslimjongeren vertellen dat zij regelmatig negatieve opmerkingen of ongemakkelijke vragen krijgen. Soms gaat het om openlijke uitsluiting, maar vaak om subtiele opmerkingen en bepaalde blikken die zich in de loop van de tijd opstapelen. Hierdoor komt hun gevoel van veiligheid en zelfvertrouwen onder druk te staan.
Een jongere beschrijft dit zo:
‘Je merkt hoe mensen je aankijken, van top tot teen. Geen goedemorgen. Alsof natuurgebieden alleen voor witte Nederlanders zijn. Dan voel ik me niet welkom. Vaak ontwijk ik zulke plekken. Dan ga ik wandelen als het leeg is. Of ik zoek de stilte op andere plekken.’
Voortdurend bewust
Dit soort ervaringen maakt dat jongeren zich voortdurend bewust zijn van hoe anderen hen zien. Zij voelen dat ze zich steeds moeten aanpassen, bewijzen of onzichtbaar maken. Die permanente alertheid kost veel energie en beïnvloedt hoe zij keuzes maken: waar ze naartoe gaan, hoe ze zich presenteren en hoeveel ruimte ze zichzelf gunnen.
Tegelijkertijd vermijden veel moslimjongeren uit zelfbescherming negatieve berichtgeving, omdat nieuws en politieke uitspraken hen somber maken wanneer deze direct over hun religie of achtergrond gaan. Het voortdurend problematiseren van ‘de islam’ geeft hen bovendien het gevoel dat hun aanwezigheid in Nederland niet vanzelfsprekend is.
Een jongere:
‘Ik wil in Nederland blijven wonen, ik vind het een fijn land. Maar ik denk wel na over een plan B: een huis in een islamitisch land, voor als het hier echt misgaat.’
Dit toekomstdenken laat zien dat moslimjongeren zich verbonden voelen met Nederland, maar tegelijk onzeker zijn over hun plek op de lange termijn.
Meervoudige identiteit
De identiteitsvorming van moslimjongeren is gelaagd. Moslimjongeren bewegen dagelijks tussen verschillende sociale werelden: thuis, school, werk, moskee, vrienden, en online omgevingen. Elk met eigen verwachtingen en normen. Veel moslimjongeren ervaren deze meervoudige identiteit als iets waardevols: ze kunnen schakelen, verbinden en vanuit verschillende perspectieven kijken. Dat maakt hen flexibel en empathisch.
Tegelijk laat het onderzoek zien dat deze kracht niet in elke omgeving tot zijn recht komt. In omgevingen waar jongeren zich gezien voelen, ervaren zij hun meervoudige identiteit als verrijkend. Maar als erkenning ontbreekt, kan diezelfde meervoudige identiteit juist zwaar voelen.
Moslimjongeren vertellen dat zij in sommige situaties bewust hun religieuze of culturele identiteit minder zichtbaar maken om negatieve reacties te voorkomen. Anderen voelen juist druk om voortdurend uit te leggen wat hun geloof voor hen betekent.
Een jongere:
‘Je voelt je continu aangesproken en je moet jezelf steeds verantwoorden. Dat heeft meer gevolgen dan mensen denken.’
Veerkracht
De verhalen van jongeren laten zien dat zij veel veerkracht hebben en handelingsvermogen ontwikkelen. Ze vinden verschillende manieren om met polarisatie, uitsluiting en discriminatie om te gaan: via steun van vrienden of familie, door relativering, door religieuze zingeving of door strategisch te schakelen tussen contexten. Een ander jongere:
‘In moeilijke momenten merk ik dat ik altijd terugval op het geloof; daar vind ik een bepaalde rust die ik nergens anders op dezelfde manier kan vinden. De Koran zelf, de verhalen die daarin staan, de boodschappen die worden meegegeven; dat alles biedt troost.’
Maar het rapport maakt ook duidelijk dat deze veerkracht geen onbeperkte bron is. Niet iedereen beschikt over dezelfde steunbronnen. En wie zich langdurig moet aanpassen, verdedigen of onzichtbaar maken, raakt op de lange termijn overbelast:
‘Ik moest meerdere identiteiten maken om te overleven. Dan heb je niet echt ruimte om één persoonlijkheid te ontwikkelen.’
Moslimjongeren geven aan dat het soms voelt alsof zij zélf verantwoordelijk worden gehouden voor het omgaan met discriminatie, terwijl de oorzaken buiten henzelf liggen.
Geen behoefte aan focus op weerbaarheid
Moslimjongeren geven duidelijk aan dat zij geen behoefte hebben aan nog meer interventies die vooral focussen op ‘weerbaarheid’. Wat ontbreekt is structurele erkenning van de uitsluiting die zij ervaren, én concrete stappen van instituties en professionals om die ongelijkheid te verminderen.
Ze vragen geen uitzonderingspositie. Ze vragen om een eerlijk speelveld: veilige scholen, inclusieve werkplekken, eerlijke kansen bij stages en sollicitaties, en ruimte om zichzelf te zijn zonder oordeel:
‘Ik hoop dat mensen ons kunnen accepteren… dat ze ons gewoon zien als mensen, net als iedereen.’
Het gaat jongeren om gelijkwaardigheid, wederzijds respect en de zekerheid dat zij als volwaardige burgers meetellen. Zij willen dat hun identiteit niet wordt gezien als last of risico, maar als onderdeel van wie zij zijn. Net zo normaal als elke andere identiteit.
De auteurs van het onderzoeksrapport: Jeroen Vlug, Camelia Nechar, Fatima Acherrat, Ahmed Hamdi, Donya Yassine. Meer informatie: Opgroeien als moslimjongere in een polariserende samenleving: wat betekent dat? | KIS
Download hier het rapport.
Foto: RDNE Stock project via Pexels.com
