Het sociaal vangnet in ons land is opgebouwd rond het idee dat iedereen een menswaardig bestaan verdient en mee moet kunnen doen. Een loffelijk streven dat over de jaren heen heeft geleid tot de ontwikkeling van een ingewikkeld stelsel van regelingen. Denk daarbij onder meer aan allerhande toeslagen, bijstand en WIA. Meerdere rapporten, bijvoorbeeld die van de Nationale ombudsman en het SCP, geven aan dat het stelsel vanwege zijn toegenomen complexiteit niet meer goed werkt voor degenen voor wie het uiteindelijk is bedoeld.
Ondoenlijk
Een manco dat nauw samenhangt met de opzet en het karakter van het stelsel zelf. Kort samengevat kom je als burger pas in aanmerking voor steun van de overheid als de markt en de familie die niet of niet voldoende kunnen bieden en je aantoonbaar geen andere opties meer hebt. Daar komt nog bovenop dat elke afzonderlijke regeling van het stelsel strikte voorwaarden kent op basis waarvan de uitvoerende instanties bepalen of iemand wel of niet voor hulp in aanmerking komt.
Binnen het stelsel is de laatste decennia stevig ingezet op digitalisering en standaardisatie
Het moet de politiek en de overheid worden nagegeven: beide hebben geprobeerd de successievelijke regelingen naar hun inzicht zo rechtvaardig mogelijk te maken. Dat loffelijk streven heeft in de praktijk echter geleid tot een stelsel dat zowel voor burgers als uitvoerders vrijwel ondoenlijk is, zo constateert het SCP.
Binnen het stelsel is de laatste decennia stevig ingezet op digitalisering en standaardisatie. Procedures rond aanvragen en wijzigingen zijn geautomatiseerd, systemen gestroomlijnd. Het rapport Ongekend onrecht over de toeslagenaffaire laat scherp zien wat er misgaat als systemen, doordat ze verregaand gestandaardiseerd en gedigitaliseerd zijn, geen afwijkingen meer herkennen.
Waar standaardisatie leidt tot blindheid voor de afwijking, ziet digitalisering geen context
Waar standaardisatie leidt tot blindheid voor de afwijking, ziet digitalisering geen context. Gezamenlijk zorgen ze ervoor dat de nuance verloren gaat en de werkelijke hulpvraag uit het zicht verdwijnt. Als alleen procedures en correct ingevulde digitale formulieren tellen, verdwijnt de mens.
Vereenvoudiging
In reactie op de almaar toenemende complexiteit is er een luide roep gekomen om vereenvoudiging. Dat zien we onder meer terug bij de Participatiewet. Vereenvoudiging daar zou leiden tot minder ongelijkheid, meer vertrouwen en een betere uitvoering, aldus CPB-directeur Pieter Hasekamp. De vraag is of dat werkelijk zo is.
Moeten we ons dus neerleggen bij de groeiende complexiteit van het stelsel?
In het rapport De complexiteit van vereenvoudiging wijst economisch onderzoeksbureau SEO erop dat er bij het behoud van een complex systeem geen eenvoudige oplossingen mogelijk zijn.
Moeten we ons dus neerleggen bij de complexiteit van het stelsel? Kunnen we slechts proberen om een pad door het woud aan regels en procedures te banen? Ter geruststelling: er is een alternatieve koers mogelijk. We kunnen het socialezekerheidsstelsel ook verbreden. We kunnen met andere woorden de toegang tot de diverse regelingen verruimen. Door minder voorwaarden te stellen, kunnen we ze universeler maken.
De Algemene Ouderdomswet (AOW) kan daarbij als voorbeeld dienen. Het is een regeling met eenvoudige en eenduidige criteria. Bij de AOW is alleen de leeftijd van de aanvrager bepalend. Er is geen inkomenstoets en de uitvoerende instantie, de Sociale Verzekeringsbank, stelt namens de overheid geen eisen aan iemands arbeidsverleden. Dat maakt de AOW relatief eenvoudig uitvoerbaar.
Menselijke maat
Het Centraal Planbureau deed bijna tien jaar geleden in het rapport Uitdagingen en beleidsrichtingen voor de Nederlandse welvaartsstaat suggesties tot inrichting van een universele welvaartsstaat.
Een universeel socialezekerheidsstelsel streeft geen rigide gelijkheid na
Van recentere datum is het initiatief van het burgercollectief Collectief Kapitaal om onvoorwaardelijk uitkeringen te verstrekken om de bestaanszekerheid van burgers te bevorderen. Gemeenten experimenteren met vormen van minder voorwaardelijke bijstand. Drie geheel verschillende zaken die één ding gemeen hebben: ze duiden op een beweging om het sociale vangnet toegankelijker en uitvoerbaarder te maken.
Niet iedereen hoeft hetzelfde te krijgen. Zoals onder meer de Britse sociaalwetenschapper Richard Titmuss en Noord Amerikaanse socioloog Theda Skocpol laten zien, is het juist binnen een universele basis mogelijk om ruimte te maken voor verschil. Deze benadering staat bekend als progressive universalism, of targeting within universalism: een vorm van gelaagd universalisme bestaande uit een breed toegankelijke basisvoorziening, met ruimte voor extra ondersteuning waar dat nodig is.
Oftewel, een stelsel met plaats voor het ongeplande en het afwijkende
Zo blijft het stelsel eenvoudig, en biedt het ruimte voor de menselijke maat. Toegankelijk ook voor degenen die om allerlei redenen niet in het systeem passen of willen passen. Oftewel, een stelsel met plaats voor het ongeplande en het afwijkende.
Aan de rafelranden, waar het schuurt, waar het ongemakkelijk is en er niet valt te standaardiseren, is vakmanschap en menselijkheid nodig. Niet het volgen van protocollen, maar de menselijke maat staat voorop in universele regelingen. Een socialezekerheidsstelsel dat doet wat het behoort te doen, gaat uit van universaliteit en respecteert de menselijke waardigheid. Een socialezekerheidsstelsel gebouwd op een steeds dichter web aan procedures, regels en uitzonderingen die vaak achteraf (en te laat) net niet blijken passen, is echt passé.
Barbara Brink is docent en onderzoeker Socialezekerheidsbeleid aan de Rijksuniversiteit Groningen
Foto: Susan Q Yin via Unsplash.com