INTERVIEW Devika Partiman: ‘Weerstand tegen vrouwen in verkiezingstijd verandert niet’

Devika Partiman is oprichter/directeur van Stem op een Vrouw en auteur van het gelijknamige boek. Ze strijdt voor betere vrouwenrepresentatie in de politiek. ‘We hebben een mentornetwerk, doen onderzoek en lobbyen voor verbetering van de positie van vrouwen in partijen.’

Vrouwen willen zelf niet. En mannen kunnen ook best vrouwen vertegenwoordigen. Op vrouwen stemmen, is trouwens discriminatie. En ík wil niet verkozen worden alleen omdat ik een vrouw ben. Net na de eerste Stem op een Vrouw-campagne in 2017 kwamen drie vrouwen met voorkeursstemmen de Tweede Kamer in, en inmiddels zijn er, van gemeenteraad tot Europees Parlement, maar liefst zevenhonderd vrouwen verkozen.

‘De manier waarop tegenstanders op ons reageren, verandert niet’

Ondanks het succes van ‘haar’ beweging, moet Devika Partiman (1988) zich nog steeds verweren tegen dezelfde grijsgedraaide tegenargumenten als voorgaand weergegeven. Dat doet ze voor eens en altijd in het gelijknamige essay dat in oktober 2024 verscheen – maar ze zet haar strijd onvermoeibaar voort.

In de inleiding schrijf je: ‘Dit essay is niet geboren uit een strijd voor vrouwenrechten, maar uit ergernis over de herhaling van zetten.’ Wat bedoel je daarmee? ‘We doen dit inmiddels acht jaar en groeien enorm in impact, maar de manier waarop tegenstanders op ons reageren, verandert niet. De weerstand die we ervaren in verkiezingstijd, wanneer we het meest zichtbaar zijn, neemt steeds dezelfde vorm aan. Het gesprek komt daardoor niet verder.

Toen we net begonnen, hadden we ons eigenlijk nog niet zo verdiept in wat er vooraf is gegaan aan de politieke vrouwenstrijd. In de jaren dat we actief waren, leerden we steeds meer over de campagnes die er eerder zijn geweest, op welke schouders we staan. We kwamen erachter dat wat wij doen al veel vaker door allerlei groepen vrouwen is geprobeerd.

‘Het maatschappelijk debat lijkt niet op te schieten’

Wat blijkt: of je nou honderd jaar, vijftig jaar of vijf jaar terug in de tijd gaat, er wordt precies hetzelfde gesprek gevoerd. Er is inmiddels enorm veel kennis over waarom representatie belangrijk is, en toch lijkt het maatschappelijk debat niet op te schieten. Dat is het sentiment onder het boek.’

Stem op een Vrouw is vooral bekend van de campagnes, maar jullie doen veel meer.
‘Het jaar na de eerste campagne hebben we een verkiezingsdebat georganiseerd met vrouwelijke kandidaten, want bijna alle lijsttrekkers die in de grote tv-debatten verschijnen, zijn mannen. Toen zagen we dat die vrouwen vaak veel minder zelfvertrouwen hadden, dus zijn we debattrainingen gaan organiseren.’

‘We lobbyen om de positie van vrouwen in de verschillende partijen te verbeteren’

‘Maar voordat je vrouwen voor een debat kunt uitnodigen, moeten er natuurlijk wel vrouwen op de lijst staan. Dus zijn we ons gaan bezighouden met kandidering. Zo zijn we telkens een stapje terug gaan werken om de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de politiek aan te pakken.

Inmiddels is er een mentornetwerk voor vrouwen en meiden die de politiek in willen en lobbyen we om de positie van vrouwen in de verschillende partijen te verbeteren. Ook doen we onderzoek naar de barrières die vrouwen ervaren om de politiek in te gaan.’

Waarom was de politiek voor jou een logisch startpunt om deze strijd te voeren?
‘Vanaf 2012 was ik actief bij Zwarte Piet is Racisme. Die periode heeft voor mij aangetoond wat er gebeurt als je niet wordt gehoord in de Tweede Kamer. In die jaren had heel Nederland ruzie over Zwarte Piet: het was een heel fel maatschappelijk debat dat in talkshows, maar ook in families, vriendengroepen en onder collega’s, enorm leefde. Maanden per jaar ging het nauwelijks ergens anders over, en dat jaar na jaar.

Maar vanuit de Tweede Kamer kwam er helemaal niets. Toenmalig premier Rutte vond het geen zaak voor de politiek. De Kamer had collectief besloten: we gaan het hier niet over hebben. Dat kon, omdat er op dat moment geen enkele zwarte Nederlander in de Kamer zat. Er was niemand die vanuit diens eigen gemeenschap of achterban signaleerde dat het een relevant onderwerp was. Toen besefte ik: je moet daar zitten, anders word je genegeerd.’

‘Waarom kom jij ons vertellen dat we de politiek anders moeten inrichten?’

‘Een extra motivatie was het moment dat Trump in 2016 voor het eerst werd verkozen. Ik voelde toen hoe groot het risico is van ondervertegenwoordiging van vrouwen, of van mensen van kleur – het geldt voor beide groepen. Als dit soort mafklappers blijkbaar zomaar de politiek in komt, moet je tegenkracht kunnen bieden.’

Lukt het om een voet tussen de deur te krijgen?
‘De politiek is een heel besloten wereld. In de eerste paar jaar werd ik vaak benaderd met een houding van: wat doe jij hier, en waarom kom jij ons vertellen dat we de politiek anders moeten inrichten? Het werkt dan ook niet mee om een jonge vrouw van kleur te zijn, zonder universitaire opleiding of politieke ervaring.

Inmiddels hebben we een gevestigde naam, maar het blijft lastig. Er zijn partijen die vinden dat het wel goed genoeg gaat, of denken dat meer diversiteit vanzelf gebeurt. En ook bij de partijen die representatie oprecht belangrijk vinden, spreek je vaak de mensen die tóch al betrokken zijn, zoals een bestuurslid dat zich bezighoudt met diversiteit en inclusie, of een talentmanager. Politieke partijen zijn enorme organisaties met veel vrijwilligers, dus een paar betrokken mensen is niet genoeg om echt iets te veranderen.’

Hoe komt het dat de politiek zo gesloten is?
‘De politiek komt voort uit hoe de macht in bijvoorbeeld koninkrijken was georganiseerd. De eerste mensen die politiek actief waren, waren mensen van adel. En dat is een heel hiërarchische wereld. Die mensen voelden zich verheven boven de rest van het volk dankzij hun geld, status en adellijke titels.’

‘Nu is ruim 90 procent van de Tweede Kamerleden theoretisch opgeleid. Dat is niet normaal’

‘Dat hiërarchische is er nog steeds. Onder sommige mensen met een wo-opleiding bestaat bijvoorbeeld het beeld dat zij meer geschikt zijn om politiek te bedrijven dan mbo’ers. En in een bepaalde zin is dat waar, want zij maken die sector: ze schrijven ellenlange beleidsbrieven in moeilijke taal en nemen ambtenaren aan die het liefst twee masters hebben gedaan. Ze houden een bepaalde werkcultuur en manier van werken in stand en zeggen vervolgens: je moet het wel zó doen om erbij te horen, want zo werken wij.

‘Nog steeds zien we dat vrouwen in het algemeen socialer worden opgevoed’

Op dit moment is ruim 90 procent van de Tweede Kamerleden theoretisch opgeleid. Dat is niet normaal. Het is totaal geen afspiegeling van de samenleving.’

In het sociaal domein werken juist veel vrouwen, vooral in de uitvoering: driekwart van de sociaal werkers is vrouw. Waarom zien we dat als een ‘vrouwenberoep’?
‘Lange tijd waren er heel wat beroepen waar vrouwen werden uitgesloten. Het was een statussymbool om als vrouw niet te werken: dat betekende dat je man genoeg verdiende. Alleen vrouwen uit de arbeidersklasse werkten, in fabrieken bijvoorbeeld. Aan het begin van de twintigste eeuw veranderde dat. De eerste middenklassenberoepen waar vrouwen instroomden, waren maatschappelijk werk, onderwijs en zorg. Waarom? Dat waren de beroepen die dicht bij het christelijke beeld stonden van wat een vrouw hoorde te zijn.

Nog steeds zien we dat vrouwen in het algemeen socialer worden opgevoed. We leren bijvoorbeeld om rekening te houden met anderen. Dat zijn vaak heel positieve eigenschappen. Het is alleen een misvatting dat je ze alleen in sociale beroepen kunt toepassen.’

Want ze komen juist van pas in leidinggevende functies.
‘Precies. We waarderen leiders die daadkracht tonen en met hun vuist op tafel slaan, maar de democratie vraagt niet om een vuist op tafel. Het vereist juist dat je, als leider, kunt zeggen: ik doe er even niet toe. Je ego kunnen uitzetten, empathie tonen en bereid zijn om te luisteren, zijn daarvoor eigenlijk veel belangrijker vaardigheden.’

‘Je ziet letterlijk dat de status van beroepen afneemt naarmate er meer vrouwen instromen’

‘Als je het mij vraagt, is samenwerken de allerbelangrijkste eigenschap in de politiek, want je kunt niks in je eentje. Je hebt je eigen fractie nodig, andere partijen, en draagvlak vanuit de samenleving. Je moet altijd op zoek gaan naar: waar zit jouw belang, waar zit het mijne, en kunnen we elkaar ergens vinden? Maar samenwerken is een typisch vrouwelijke eigenschap en wordt niet op waarde geschat.

Je ziet zelfs letterlijk dat de status van beroepen afneemt naarmate er meer vrouwen instromen. Uit onderzoek blijkt: hoe meer vrouwen er in een sector werken, hoe lager het salaris.’

Heb je zelf weleens getwijfeld aan je eigen vermogen om een leiderschapsfiguur te zijn binnen de vrouwenbeweging?
‘De buitenwereld denkt toch snel: jij hebt deze organisatie opgericht, dus jij zal het wel weten. Ik werd dus wel meteen als leider gezien, maar voelde mezelf nog niet zo. Ik wist helemaal niet goed wat ik moest doen en welke eigenschappen ik moest inzetten. Inmiddels snap ik ongeveer hoe het werkt, maar ik leer elk jaar nog steeds bij.’

‘Als jonge vrouw van kleur word je veel strenger beoordeeld’

‘Mijn team is mijn toets; als zij het fijn hebben met elkaar, mooi werk doen en hier graag blijven werken, dan doe ik blijkbaar iets goed. En je moet vooral heel kritisch naar jezelf zijn.’

Is het niet juist een valkuil om heel kritisch naar jezelf zijn?
‘Het is een vorm van zelfbescherming: als ik het zelf al heb bedacht, kan een ander me er niet meer op wijzen. Het voordeel daarvan is dat het me immuun maakt voor meningen van buiten. Als ik ergens een steek heb laten vallen, dan weet ik dat meestal al voordat iemand anders het ziet. Dat helpt om mezelf te verbeteren. Tegelijkertijd kan ik soms te hard voor mezelf zijn.’

Terwijl je een indrukwekkende organisatie hebt opgebouwd en veel kennis over het onderwerp hebt.
‘Dat moet ook wel als je mij bent.’

Wat bedoel je?
‘Als jonge vrouw van kleur word je veel strenger beoordeeld. Als je een keer de feiten niet op orde hebt, word je meteen afgeschreven. Daar ben ik me heel bewust van. Dat is niet eerlijk, maar het is wel precies waarom ik deze strijd blijf voeren.’

Doortje Lenders is freelancejournalist.

 

Foto: Robin de Puy