Ontwikkelingshulp wordt door veel landen in rap tempo afgeschaald – denk aan de regering-Trump die USAID heeft gedecimeerd. Ook Nederland bezuinigt 30 procent op buitenlandse hulp, Duitsland de helft en België en Frankrijk een kwart. Dit onder het mom van besparingen en nationaal belang eerst. In de bezuinigingswoede komt ook de verzorgingsstaat in zicht. En wellicht vanuit onverwachte hoek. Hoe gaan we schijnbaar onvermijdelijke defensie-uitgaven bekostigen? De tijd is voorbij dat de VS via de NAVO onze verzorgingsstaat indirect subsidieerde. Het debat laait op over warfare versus welfare: moet de verzorgingsstaat krimpen om de defensiestaat te financieren?
Warfare
Het kan niet anders dan dat defensie deels ten koste van sociale gelden gefinancierd moet worden. Ten minste, dat stelt Janan Ganesh, columnist in de Financial Times. De benodigde defensie-investeringen volledig lenen, via nationale dan wel via Europese schuld, is onwaarschijnlijk met de heersende begrotingsregels en weerstand tegen de Europeanisering van staatsschuld.
Bezuinigen op ons collectieve vangnet lijkt de enige optie om een stijgende defensierekening te bekostigen
Een alternatief is om belastingen te verhogen. Maar vooralsnog hebben pogingen hiertoe voornamelijk tot gele hesjes geleid, en komen we juist uit een periode van grote steunpakketten en lastenverlichting. Toptarieven en vermogen zwaarder belasten heeft de afgelopen decennia ook niet vaak een politieke meerderheid gehaald – met uitzondering van bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk die er onlangs in slaagde. Dan lijkt bezuinigen op ons collectieve vangnet de enige optie om een stijgende defensierekening te bekostigen. Een historische vergelijking leert echter dat warfare en welfare niet per se een nulsomspel hoeft te zijn, een situatie waarbij een voordeel voor de ene partij noodzakelijk moet leiden tot een even groot nadeel voor een of meer andere partijen.
Welfare
De laatste keer dat onze verzorgingsstaat een kwantumsprong maakte was na de Tweede Wereldoorlog. Herbert Obinger en Klaus Petersen, politiek econoom en historicus, laten in een paper zien hoe een aantal mechanismen ervoor zorgden dat de defensiestaat in die tijd juist een impuls voor de verzorgingsstaat werd. Hoge defensie-uitgaven en massale dienstplicht creëerden een momentum voor progressieve belasting. Soldaten kwamen vaker uit gezinnen met lage inkomens, en dit resulteerde in politieke druk om op andere manieren bij te dragen voor mensen die hun leven niet aan het front hoefden te wagen.
Als gevaren werden gedeeld, dan moesten ook de rijkdommen gedeeld worden, was het idee
Belastingtarieven werden flink verhoogd: in Amerika steeg het toptarief voor inkomstenbelasting tijdens de Tweede Wereldoorlog naar 90 procent (inmiddels is dat gezakt 37 procent) en ook in Europese landen steeg de inkomstenbelasting hard. Deze belastingmoraal vormde vervolgens ook de basis voor de verzorgingsstaat nadat de oorlog voorbij was. Als gevaren werden gedeeld, dan moesten ook de rijkdommen gedeeld worden, was het idee.
Onze verzorgingsstaat kan verdere bezuinigingen niet gebruiken
Na de oorlogen zorgden de wijdverspreide trauma’s en verliezen ervoor dat mensen hunkerden naar stabiliteit, veiligheid en collectieve verzekering. Het draagvlak voor sociale voorzieningen werd hierdoor snel groter, en uiteindelijk geïnstitutionaliseerd. Mensen waren gewend geraakt aan een grote overheid. Dit is waar de verzorgingsstaat vervolgens op gebouwd is: als belangrijkste institutie om risico te delen.
Volgende kwantumsprong
De huidige context is anders, uiteraard. We komen – gelukkig – niet net uit een oorlog, maar staan wel aan de avond van een periode van ‘niet-vrede’. In recente periodes van ‘niet-vrede’ trok de verzorgingsstaat aan het kortere eind. De dichtstbijzijnde vergelijking is misschien de VS die na 9/11 warfare voor welfare zette. Of de Koude Oorlog waarbij sommige van Roosevelts sociale plannen vermoedelijk niet zijn uitgevoerd omdat het geld opging aan het volhouden van een positie als grootmacht.
Onze verzorgingsstaat kan verdere bezuinigingen niet gebruiken. Om het sociale zekerheidsstelsel bestendig te maken voor de toekomst zijn juist grote hervormingen nodig. Het systeem is te complex geworden, werkt steeds minder goed voor burgers en de financiële houdbaarheid van het stelsel staat onder druk. We hebben personeelstekorten, het ravijnjaar staat voor de deur, het zijn bezuinigingen in plaats van investeringen die de toon zetten.
Voorlopig voelt de politiek nog weinig urgentie om het sociale zekerheidsstelsel te hervormen
In een pleidooi om de verzorgingsstaat te ‘herbewapenen’ stelde Lex Veldboer onlangs tijdens het vieren van 125 jaar Social Work in Amsterdam: ‘Re-arm welfare!’ De verzorgingsstaat heeft juist behoefte aan de volgende kwantumsprong.
Meer investeren in verzorgingsstaat
Voorlopig voelt de politiek echter nog weinig urgentie om het sociale zekerheidsstelsel te hervormen. De meer dan 875 pagina’s aan rapporten over de haken en ogen van het socialezekerheidsstelsel en de alternatieven ervoor liggen er een jaar later nog steeds. Moeilijke hervormingen, zoals het aanpassen van het toeslagenstelsel, hebben een extra zet nodig. Kan de huidige discussie rondom warfare dit bieden?
Warfare of welfare hoeft geen dilemma te zijn
Recente crises zoals corona en vervolgens de inflatie als gevolg van de oorlog in Oekraïne maakten het politiek mogelijk om breed te investeren, en daarbij ook significante veranderingen door te voeren voor lage inkomens. Denk aan de verhoging van de bijstand en toeslagen die onderdeel werden van een miljardenpakket aan lastenverlichting voor iedereen. Deze recente context van ‘een grote overheid’ die nog vers in het geheugen staat, in combinatie met de schijnbaar onvermijdelijke defensie-uitgaven zou ook nu aangegrepen kunnen worden om juist méér, in plaats van minder in de verzorgingsstaat te investeren. Warfare of welfare hoeft dan geen dilemma te zijn. De verzorgingsstaat als belangrijkste institutie om risico te verzekeren wordt dan weer, samen met defensie, een vehikel om gevaren én rijkdommen te delen.
Anna Custers is lector Armoede Interventies aan de Hogeschool van Amsterdam. Ze schrijft op deze plek over alles wat opvalt rondom armoede en schuldenproblematiek.