Regelmatig verschijnen er publicaties waarin betoogd wordt dat de jongste generatie op de arbeidsmarkt (gen Z) bestaat uit luie, werkschuwe individualisten met veel te hoge eisen, in vergelijking met de hard werkende oudere generaties (Boomers). In deze publicaties worden generaties als homogene blokken beschouwd, terwijl keer op keer is aangetoond dat er meer verschillen tussen de leden van generaties onderling zijn, dan dat er tussen verschillende generaties zijn, ook in werkmotivatie (Zabel et al., 2016).
Bovendien richten deze publicaties zich voornamelijk op een reeks individuele kenmerken van de leden van verschillende generaties (bijvoorbeeld lui versus hardwerkend, flexibel versus inflexibel, te hoge eisen stellen versus hiërarchieën accepteren), daarbij voorbijgaand aan de veranderende sociale structuren van onze maatschappij die voor iedereen, ongeacht leeftijd, van belang zijn.
Groeiende ongelijkheid en groeiende armoede
De maatschappij waarin de huidige jongeren op de arbeidsmarkt zich bevinden, is er een van groeiende ongelijkheid en groeiende armoede (Piketty, 2014). Het is een maatschappij waarin de rijksten het minste belasting betalen (Van Essen et al., 2022). Een maatschappij waarin de waarde van een universitaire opleiding op de arbeidsmarkt afneemt, in het bijzonder voor gemarginaliseerde groepen zoals vrouwen en mensen met een niet-westerse migratieachtergrond (Allen & Belfi, 2020).
Jongeren hebben minder bestaanszekerheid dan voorgaande generaties door het hoge aantal slechte contracten
Jongeren hebben minder bestaanszekerheid dan voorgaande generaties door het hoge aantal slechte contracten (bijvoorbeeld flexibele en tijdelijke contracten) en daardoor meer problemen bij het verkrijgen van een hypotheek of huurwoning op de toch al oververhitte woningmarkt.
Al met al een situatie waarin starters op de arbeidsmarkt maar weinig vooruitzichten hebben en waarin een eigenschap als ‘hardwerkend’ niet noodzakelijk zal leiden tot bestaanszekerheid.
Anti-work movement
Wanneer de beloning voor hard werken ontbreekt, is de reactie om niet hard te gaan werken een begrijpelijke. Quiet quitting is een fenomeen waarbij werknemers het absolute minimale doen om hun werk uit te voeren, en ook niets meer dan dat, met het idee dat een laag salaris en weinig vooruitzichten een lage inzet verdienen.
‘Platliggen’ is in China een reactie op de hoge werkdruk tegen matige compensatie
In China staat een soortgelijk fenomeen bekend onder de naam tang ping, wat letterlijk platliggen betekent en een reactie is op de hoge werkdruk tegen matige compensatie, geïllustreerd door het onder andere door Alibaba-oprichter Jack Ma geprezen 996-werkschema (werken van negen in de ochtend tot negen in de avond, zes dagen per week).
Hoewel deze specifieke voorbeelden hedendaags zijn, is het fenomeen zelf van alle tijden. In fabrieken kunnen werkgevers het werktempo bepalen met behulp van het tempo van de machines in de fabriek. Bedrijven werken al tijden met targets die behaald moeten worden (Ganster & Fusilier, 1989; Olsen, 2017). Hoewel werkgevers het werkproces grotendeels controleren (Wright, 1985), kunnen werknemers het kleine beetje autonomie dat ze hebben inzetten om het werktempo te vertragen.
Werkende jongeren kunnen hun vrije tijd een beetje beschermen door extra inspanningen zoveel mogelijk te beperken
Een ander hedendaags voorbeeld is de anti-work movement met een bijna drie miljoen leden tellende r/antiwork subreddit. De slogan die ze voeren is ‘Unemployment for all, not just the rich!’, wat impliceert dat de rijken niet werken om hun vrijetijdsbesteding te kunnen bekostigen, terwijl de rest van de bevolking dat wel moet doen.
Dit fenomeen van een zichzelf verrijkende ‘nietsdoende’ klasse werd reeds in de jaren negentig van de negentiende eeuw beschreven (Veblen, [1899] 1994) en benadrukt dat de relatie tussen hard werken en hoge welvaart niet evident is. Voor werkende jongeren ligt hoge welvaart buiten bereik, maar ze kunnen wel hun vrije tijd een beetje beschermen door extra inspanningen voor de werkgever zoveel mogelijk te beperken.
Werkgevers voelen zich bestolen
Werkgevers kronkelen zich in de slachtofferrol en noemen het fenomeen dat werknemers zich niet tegen gebrekige compensatie een burn-out in willen werken time theft. Zo zijn het niet de jonge starters, bestolen van een toekomstperspectief, die het slachtoffer zijn, maar de werkgevers die bestolen worden van de tijd waar ze recht op menen te hebben. Tijd waarin steeds meer voor steeds minder wordt verwacht.
Het langzame en ongemotiveerde werken is geen oblomovistische luiheid
Het langzame en ongemotiveerde werken komt niet voort uit een oblomovistische luiheid, maar is een vorm van protest tegen een gebrek aan toekomstperspectief. Het niet klakkeloos accepteren van een hiërarchie komt niet voort uit een gebrek aan respect, maar komt voort uit de frustratie over de kloven die binnen de hiërarchie steeds groter en onoverbrugbaarder worden.
Collectief protest blijft uit
In de jaren tachtig van de vorige eeuw zei Margaret Thatcher ‘There is no alternative’, om het geloof in de onontkoombaarheid van het neoliberale beleid te slijten. Deze boodschap galmt nu, na decennia van neoliberaal beleid waarbij de verzorgingsstaat zorgvuldig ontmanteld is, nog na bij jongeren die inderdaad geen alternatief zien.
Niet hard werken is een stil, individueel protest
Politieke organisaties zouden die alternatieven moeten aanreiken, bijvoorbeeld door mensen te mobiliseren om te strijden voor betere werkomstandigheden en een eerlijkere verdeling van de welvaart. Een collectieve vorm van protest blijft echter grotendeels uit. Niet hard werken is een stil, individueel protest van werknemers die niet politiek georganiseerd zijn en geen mogelijkheden voor verandering van de samenleving zien.
Jaap Nieuwenhuis is universitair docent bij de afdeling sociologie van de Rijksuniversiteit Groningen.
Foto: COTTONBRO Studio via Pexels.com