Het gezin vormt nog steeds een van de belangrijkste fundamenten van onze samenleving. Meestal is het een belangrijke bron van emotionele, financiële en sociale stabiliteit. Veel overheidsbeleid houdt hier rekening mee of stuurt hierop.
Het beleid is gebaseerd op gedateerde veronderstellingen over wat een gezin zou moeten zijn
Zo is de bijstand opgebouwd rond het idee dat partners vanzelfsprekend voor elkaar zorgen. De staat springt alleen bij als dit niet mogelijk is, een principe dat in 1963 met de invoering van bijstand werd geïntroduceerd. Het sluit naadloos aan op beleidsinitiatieven die mantelzorg, naoberschap en participatiesamenleving zouden moeten stimuleren.
Het beleid is gebaseerd op gedateerde veronderstellingen over wat een gezin zou moeten zijn. Het spannende deel van die aannames, althans voor mijn betoog, is dat parmantig wordt verwoord hoe mensen voor elkaar behoren te zorgen. Door deze normatieve veronderstellingen, vastgelegd in wetgeving en beleid, is een strakke mal ontstaan waarbinnen mensen moeten passen om optimaal gebruik te kunnen maken van regelingen en voorzieningen. Dit wordt vooral zichtbaar wanneer de mal niet past. En dat is in toenemende mate het geval – zeker nu gezinsdynamieken en -structuren steeds diverser worden.
Barrière
Door inkomensondersteuning afhankelijk te maken van een gezinsstructuur, stuurt de overheid, al dan niet bewust, op de keuzes die mensen maken over woonvorm en sociaal netwerk. Verschillende rapporten wijzen er echter op dat het koppelen van financiële ondersteuning aan de leefvorm een barrière vormt voor mensen die overwegen om samen te gaan wonen. Dit is ironisch, aangezien we kampen met woning- en zorgvraagstukken die erbij gebaat zouden zijn als mensen samenwonen en elkaar ondersteunen.
De uitvoering van de bijstand wordt daardoor complex en gevoelig voor privacykwesties
Door de toenemende diversiteit in gezinsvormen is het moeilijker te bepalen wat voor relatie huisgenoten met elkaar hebben, en of dit betekent dat zij financieel voor elkaar zorgen. In hun rapport over hardvochtige effecten in de sociale zekerheid stellen Rosanne Oomkens, lector Schulden & Incasso van de Hogeschool Utrecht, en haar medeonderzoekers dat zowel voor de bijstandontvanger als voor de gemeente geldt dat het niet altijd duidelijk is wanneer een gezamenlijk huishouden ontstaat.
De uitvoering van de bijstand wordt daardoor complex en gevoelig voor privacykwesties. Het rapport Blind voor mens en recht waarin deze problematiek uitvoerig aan de orde komt, laat zien dat dit tot grote onzekerheid leidt en dat mensen soms niet de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben.
Vereenvoudiging
Er wordt veel gesproken over vereenvoudiging van inkomensregelingen. Het recente rapport van de staatscommissie Rechtsstaat pleit voor vereenvoudiging vanuit het perspectief van de burger, met name daar waar de knelpunten liggen. Vorig jaar is het programma Vereenvoudiging Inkomensondersteuning voor mensen gestart. Loslaten van het gezinsmodel zou hoog op het lijstje moeten staan.
Daarmee doel ik op een individuele benadering waarbij de financiële situatie van elk individu apart wordt bekeken.
Door inkomensondersteuning los te maken van leefvorm, wordt het systeem eenvoudiger
Dat is in meer opzichten de juiste aanpak, het kan veel van de operationele problemen wegnemen. Door inkomensondersteuning los te maken van leefvorm maken we het systeem eenvoudiger. Zoals het IBO-rapport Vereenvoudiging sociale zekerheid aantoont, biedt de individuele aanpak meerdere voordelen. Te weten: minder complexe regels, minder bureaucratische druk voor zowel burgers als uitvoeringsorganisaties, en meer zekerheid voor iedereen die ondersteuning nodig heeft.
Individualiseren
De individuele aanpak wordt genoemd in de Vereenvoudigingsagenda Sociale zekerheid 2024 en zou een oplossing kunnen bieden voor de veel te complexe uitvoering van de AOW. Ook de uitvoering van andere regelingen, met name de bijstand, zou er voordeel van kunnen hebben. Een individuele insteek maakt regelingen niet alleen eenvoudiger, maar ook eerlijker. Kort gezegd: wat je nodig hebt en krijgt, hangt niet langer af van je relatie of van de manier waarop je relatie wordt vastgesteld.
Door het gezinsmodel in het beleid los te laten, kunnen we informele zorg bevorderen
Door het gezinsmodel in het beleid los te laten, kunnen we informele zorg bevorderen en leggen we niet langer financiële beperkingen op specifieke manieren van samenwonen. Als mensen vrijer zijn om te kiezen, hoeven zij zich niet langer begrensd te voelen door politiek en maatschappelijk opgelegde afhankelijkheidsrelaties. Bovendien, de samenhang tussen leefvorm, zorg voor elkaar en financiële behoefte laat zich niet vangen in regels rondom leefvorm.
Het koppelen van financiële behoefte aan vooraf vastgestelde categorieën is dan ook onlogisch. Bovendien ook in andere leefvormen dan het traditionele gezin zorgen mensen voor elkaar.
Een essay van de journalist Lynn Berger in De Correspondent heeft als intrigerende titel: ‘Het gezin als hoeksteen van de samenleving mag best iets losser.’ Ik vertaal dat als meer ruimte voor een geïndividualiseerde benadering. Oftewel, een beleid dat onderkent dat zorg voor elkaar niet gebonden is aan het model van het traditionele gezin.
Door ons los te maken van het gezinsdenken maken we de weg vrij voor een socialezekerheidsstelsel dat de waarde van zorg en steun binnen alle relaties respecteert. Een stelsel dat geen financiële of andere restricties oplegt en recht doet aan iedere burger in welke leefvorm dan ook.
Barbara Brink is docent en onderzoeker socialezekerheidsbeleid Rijksuniversiteit Groningen
Foto: Elly Fairytale via Pexels.com