Mourad el Otmani, initiatiefnemer Young Amsterdam:
El Otmani vindt dat moslimjongeren soms wel erg snel van antisemitisme worden beschuldigd. ‘Los van het geweld en de vernielingen in Amsterdam – die zijn gewoon niet goed te praten – wil ik graag wijzen op de context waarin het een en ander plaatsvond. De gebeurtenissen in het Midden-Oosten hebben ook repercussies in ons land, of je het nu leuk vindt of niet. Moslimjongeren zien op televisie en internet wat er gebeurt in de Gazastrook en merken dat Nederland, óók hun land, zich vrijwel kritiekloos achter het Israëlisch beleid schaart. Dat maakt ze boos. Op de politiek welteverstaan, niet per se op hun Joodse medeburgers in Amsterdam.’
‘Wat moslimjongeren steekt, is dat er in Nederland met twee maten gemeten wordt’
‘Niet alle jongeren weten raad met hun verontwaardiging en slaken daardoor kwetsende kreten. Met geweld en belediging hoef je bij mij niet aan te komen. Maar bij jongeren moet je je afvragen of je al hun woorden op een goudschaaltje moet leggen. Als je dat doet, maak je een gesprek met jongeren, met welke achtergrond dan ook, bij voorbaat onmogelijk.
‘Wat moslimjongeren steekt, is dat er in Nederland met twee maten gemeten wordt. Kritiek op het beleid van islamitische landen is bon ton, maar het handelen van Israël lijkt boven elke twijfel verheven. Daarnaast hebben jongeren het gevoel dat ze in Nederland niet volwaardig meetellen. Zelfs premier Schoof zegt dat ze onvoldoende geïntegreerd zouden zijn. Dat tikt aan, hoor.’
‘Jongeren gebruikten soms woorden waarvan ze niet wisten dat die als beledigend zouden kunnen worden opgevat’
‘Het is blijkbaar nog steeds niet tot iedereen doorgedrongen, maar samenleven houdt in dat we elkaar kennen en respecteren. En dat begint bij praten, ook met degenen met wie je faliekant van mening verschilt. Natascha van Weezel (auteur, filmmaker en columnist, red.) geeft wat mij betreft het goede voorbeeld.
Recent brachten Van Weezel en ik samen met een aantal jongeren een bezoek aan het voormalige concentratiekamp Auschwitz. Vooraf hadden we afgesproken dat we de jongeren de ruimte zouden laten om alles te zeggen wat op hun hart lag. Wat bleek? Jongeren gebruikten soms woorden waarvan ze niet wisten dat die als beledigend zouden kunnen worden opgevat. Van Weezel wees de jongeren erop dat mensen uit de Joodse gemeenschap het woord Jodenstreek als beledigend kunnen ervaren. De jongeren meenden dat ze een gangbare Amsterdamse uitdrukking gebruikten.
Om de spanningen tussen de Joodse gemeenschap en de moslimgemeenschap in Amsterdam weg te nemen, hebben we veel aan burgemeester Femke Halsema, die altijd in gesprek blijft met alle Amsterdammers. Ze geeft iedereen het gevoel dat ze erbij horen.’
Etienne Struiken, jongerenwerker in Almere Buiten:
Op spuugafstand van Amsterdam ligt Almere. De diversiteit van de bevolking in de grootste stad in Flevoland houdt gelijke pas met de groei van haar omvang. Je zou kunnen vermoeden dat de gebeurtenissen in de hoofdstad van de afgelopen week en het conflict tussen Israël en de Palestijnen daarom in Almere eveneens de nodige beroering opwekken. Dat vermoeden leeft kennelijk ook bij het stadsbestuur. Immers, de wijkmanager van Almere Stad organiseerde op donderdag 14 november een manifestatie op het Stadhuisplein om de mogelijke spanningen tussen de diverse bevolkingsgroepen weg te nemen.’
‘We weten natuurlijk niet wat in huiskamers besproken wordt’
Betekent dit dan ook dat in Almere het gevoel leeft dat het antisemitisme een groeiend probleem is? Jongerenwerker Etienne Struiken zegt dat hij in Almere Buiten, zijn werkgebied, daarvan geen enkel signaal heeft ontvangen. ‘Natuurlijk praten de jongeren over het Midden-Oosten-conflict en vinden ze dat de incidenten in Amsterdam door Maccabi-aanhangers zijn veroorzaakt, maar openlijke antisemitische uitingen zijn tot nu toe uitgebleven. Het jongerenwerk noch zijn ketenpartners, zoals de boa’s en de politie, zien reden voor alarm.’
Een mogelijke reden dat openlijk antisemitisme in Almere Buiten tot nu toe is uitgebleven, is volgens hem te danken aan de korte lijn tussen jongerenwerk en moskeeën en hun goede samenwerking. ‘Maar dat betekent niet dat we met zijn allen achterover kunnen leunen en onze waakzaamheid kunnen laten verslappen. Het jongerenwerk en alle andere betrokken partijen moeten alert blijven.
In Almere Buiten hebben we een ‘Bondgenotentafel’ opgezet, een vorm van overleg waaraan alle sleutelfiguren uit de verschillende gemeenschappen deelnemen. Zij vormen onze oren en ogen in de samenleving en geven ons door als er dingen mis dreigen te gaan, bijvoorbeeld als het antisemitisch sentiment zou groeien. Vooralsnog lijkt het antisemitisme in Almere Buiten weinig voet aan de grond te hebben. Ik zeg dat met een zeker voorbehoud: we weten natuurlijk niet wat in huiskamers besproken wordt.’
‘Met iedereen een dialoog voeren, is misschien weinig spectaculair, maar wel veel effectiever dan stoere woorden’
‘Waar we al onze aandacht op richten, en nogmaals dat doet het jongerenwerk niet alleen, is op het voorkomen van een wij-zij denken onder jongeren. Dat doen we door met iedereen in gesprek te gaan, zelfs met degenen die het voeren van een dialoog als soft afdoen. Met elkaar een dialoog voeren, is echt de enige remedie tegen antisemitisme en discriminatie. Een proces van lange adem, misschien weinig spectaculair, maar wel veel effectiever dan stoere woorden.’
Luc Priester, jongerenwerker in Scheveningen-Duindorp:
Voor jongeren in Scheveningen-Duindorp ‘vliegen de gebeurtenissen in Amsterdam hoog over hen heen’ zegt Priester. ‘Ze hebben andere dingen aan hun hoofd. ‘
‘In deze Haagse wijk waarin de PVV een grote aanhang heeft, worden soms uitdrukkingen gebezigd die je als antisemitisch zou kunnen uitleggen. De doodsvijand van de ADO-Den Haag-aanhanger, de Ajacied is en blijft bijvoorbeeld ‘een Jood’. Als jongeren hier een game spelen, en de een scoort een punt tegen de ander, dan is de term ‘teringjood’ of ‘teringhomo’ niet ver weg. Ik praat het niet goed, maar ik wijs erop dat onze jongeren zich vaak uiten op een manier die door anderen als beledigend kan worden ervaren. Ik noem het gedachteloos, maar niet per se met de bedoeling de ander te kwetsen.
Ter illustratie: we hebben een keer een onderzoeker over de vloer gehad, Sam Schrevel en die viel het op dat veel jongeren bij ons homo vaak als scheldwoord gebruikten. Diezelfde jongeren, en dat vond Schrevel opmerkelijk, spraken zich luttele momenten later uit voor homorechten.
Geregeld vertellen we jongeren dat woorden zeer kunnen doen, dat je mensen er tot in het diepst van hun ziel mee kunt raken. Vaak kijken ze je dan heel verbaasd aan. In deze wijk is schelden namelijk een cultuur. Als je je hoofd stoot, zeg je kanker.’
‘Jongerenwerkers moeten jongeren aanhoren, ook al beweren ze meest bizarre dingen, en uitleg geven. Niet veroordelen’
‘In Scheveningen-Duindorp leeft ook een kleine groep moslims. Jongeren uit die groep komen ook naar de activiteiten van het jongerenwerk. Wat mij opvalt, is dat ze het gevoel hebben dat ze een kant moeten kiezen bij het conflict in het Midden-Oosten. Soms laten ze filmpjes van internet en de sociale media zien van de misère in Gaza en Libanon, in de hoop dat jij, net als zij, partij kiest voor de Palestijnen. Mijn reactie is dan steevast dat wij ons als professionals neutraal moeten opstellen. We moeten de politiek de politiek laten.
Als jij als professional een kant kiest, dan zul je zien dat jongeren vervolgens ook die kant kiezen, omdat jij het zegt en het dus cool is. Wat jongerenwerkers moeten doen, is jongeren aanhoren, ook al beweren ze meest bizarre dingen, en uitleg geven over de context. Niet veroordelen.’
Jan van Dam is redacteur van Socialevraagstukken.nl